De politieke discussie over het vermeende lobbyschandaal rond oud-Eurocommissaris Frans Timmermans blijft aanhouden, maar volgens GL/PvdA-leider Jesse Klaver is er geen sprake van onregelmatigheden. In een gesprek met PowNed, vastgelegd door verslaggever Sarah Bakker, herhaalt Klaver dat Timmermans geen regels heeft overtreden en dat er moreel niets mis is gegaan. Kritische vragen over de betrokkenheid van milieu-ngo’s bij de Europese Green Deal wijst hij van de hand: “Er is niets aan de hand.”
Wat er speelt
De kern van de kritiek draait om de rol van Timmermans, destijds verantwoordelijk voor het klimaatdossier en de uitvoering van de Europese Green Deal. Tegelijkertijd verstrekte de Europese Commissie substantieel subsidiegeld aan milieuorganisaties. Onder deze ngo’s bevonden zich groepen die actief lobbyden bij Europarlementariërs en Eurocommissarissen om steun te vergaren voor maatregelen binnen dezelfde Green Deal.
Critici spreken van een dubbele pet: een Eurocommissaris die beleid maakt, terwijl onder zijn mandaat geld naar organisaties vloeit die politieke steun voor dat beleid proberen te organiseren. Volgens schattingen gaat het om ongeveer 7,5 miljard euro aan subsidies, waarvan delen zouden zijn ingezet voor campagnes en lobbyactiviteiten richting kritische politici in Brussel. Het punt van zorg is niet alleen juridisch – zijn de regels gevolgd? – maar vooral ook moreel: hoort belastinggeld te worden gebruikt voor politieke beïnvloeding via buitenparlementaire organisaties?
De reactie van klaver
Klaver is ondubbelzinnig in zijn afwijzing van die kritiek. In de PowNed-video stelt hij dat de beschuldigingen al zijn weerlegd en dat er geen aanwijzingen zijn voor misstanden. “Volgens mij is allang gebleken dat alles wat hierover wordt beweerd niet waar is,” zegt hij. Ook het idee dat er sprake zou zijn van ongeoorloofde beïnvloeding door ngo’s noemt hij onjuist: “Het beeld dat het verkeerd zou zijn, klopt niet.”
Klaver benadrukt dat de werkwijze binnen de regels van de Europese instellingen viel. Voor hem is er dan ook geen sprake van een schandaal, laat staan van een kwestie die nog openstaat. Daarmee verlegt hij de discussie van de morele en politieke dimensie naar de juridische kaders waarbinnen de subsidies en de betrokkenheid van ngo’s zouden hebben plaatsgevonden.
De morele kwestie
Waar de kritiek vooral op hamert, is de vraag of het moreel gepast is dat belastinggeld indirect wordt gebruikt om beleid politiek te ondersteunen. Die vraag laat Klaver in het gesprek grotendeels liggen. Hij benadrukt dat de procedures zijn gevolgd en dat de beschuldigingen ongegrond zijn, maar gaat niet inhoudelijk in op de bredere principiële kwestie: moet overheidsgeld worden ingezet voor organisaties die actief invloed uitoefenen op het publieke en politieke debat over beleid dat door dezelfde overheid wordt gemaakt?
Voor tegenstanders is precies dat het pijnpunt: zelfs als de regels zijn gevolgd, kan de inzet van publieke middelen voor politieke beïnvloeding de schijn wekken van belangenverstrengeling. Voorstanders daarentegen wijzen erop dat maatschappelijke organisaties een legitieme rol spelen in het publieke debat, kennis en draagvlak kunnen vergroten en regelmatig meewerken aan de uitvoering van beleid.
Timmermans’ afwezigheid en transparantie
Een extra laag in de discussie is het feit dat Timmermans zelf tot dusver weinig publiekelijk verantwoording heeft afgelegd. Bij een hoorzitting in het Europees Parlement over deze kwestie verscheen hij niet. Die afwezigheid voedt vragen over de transparantie rond het dossier, al is onduidelijk in welke context en onder welke voorwaarden zijn aanwezigheid was gevraagd. Klaver ziet daar geen problemen in en zegt geen reden te hebben te twijfelen aan de integriteit van de voormalige Eurocommissaris.
Reacties uit de politiek
Binnen GroenLinks-PvdA wordt afwachtend gereageerd. In dezelfde PowNed-video stelt Kamerlid Habtamu de Hoop dat het aan het Europees Parlement is om de zaak te onderzoeken. Hij zegt geen aanwijzingen te zien voor misstanden, maar laat de feitelijke beoordeling nadrukkelijk bij de Europese instellingen. Daarmee lijkt de partij de lijn te volgen die Klaver schetst: juridisch is de zaak volgens hen helder, politiek is het vooral aan de Europese organen om eventuele resterende vragen te beantwoorden.
Achtergrond: hoe eu-subsidies en lobby werken
De Europese Commissie verstrekt via diverse programma’s subsidies aan organisaties die werken aan klimaat, milieu, innovatie en maatschappelijke participatie. Dat kunnen ngo’s, kennisinstellingen en coalities tussen maatschappelijke partijen en bedrijven zijn. In de praktijk hebben zulke organisaties vaak twee rollen: ze voeren projecten uit en dragen bij aan publieke en politieke discussies met rapporten, campagnes en bijeenkomsten.
Het grensvlak tussen voorlichting, belangenbehartiging en lobby is in Brussel en in de lidstaten gereguleerd, maar niet altijd scherp afgebakend. In algemene zin gelden er regels over wat wel en niet met EU-geld mag worden gefinancierd, en moeten ontvangers verantwoorden hoe middelen zijn besteed. Tegelijkertijd is het gebruikelijk dat organisaties die beleidsterreinen goed kennen input leveren, netwerken opbouwen en hun perspectief delen met politici en ambtenaren. Dat wordt door de ene kant gezien als normale democratische participatie, door de andere als ongewenste beïnvloeding als er geen duidelijke scheiding is tussen beleid maken en belangen promoten.
In dit dossier draait veel om de vraag of die scheidingen goed zijn bewaakt en of er voldoende transparantie is over de besteding van middelen. Zonder volledige inzage in de specifieke subsidierelaties en projectdoelen blijft een definitieve beoordeling lastig. Dat maakt het belang van parlementaire controle en onafhankelijke auditdiensten des te groter.
Wat ligt er nog op tafel
Hoewel Klaver spreekt van een afgesloten dossier, blijven er voor critici twee open punten. Ten eerste: de feitelijke besteding van de genoemde subsidies en de vraag in hoeverre die middelen zijn benut voor politieke campagnevoering of rechtstreekse lobby richting besluitvormers. Ten tweede: de rolopvatting van een Eurocommissaris die zowel aan de knoppen van het beleid draaide als leiding gaf aan een Commissie die subsidies toekende aan organisaties die dat beleid publiekelijk ondersteunden.
Een grondige, publieke verantwoording – bijvoorbeeld via aanvullende documentatie, audits of een nadere toelichting in het Europees Parlement – zou die vragen kunnen adresseren. Voorstanders van de Green Deal hopen dat een heldere uiteenzetting het vertrouwen in de aanpak verstevigt, terwijl critici juist duidelijkheid willen over de grenzen tussen beleidsvorming en politieke beïnvloeding met publieke middelen.
Vooruitblik
Voor nu houden de tegenstellingen aan: Klaver ontkent stellig dat er iets mis is, benadrukt dat procedures zijn gevolgd en ziet geen reden voor twijfel aan Timmermans’ integriteit. Tegelijk blijven vragen over transparantie en moraal rond het inzetten van ngo’s voor politieke beïnvloeding terugkomen. Of het Europees Parlement aanvullende stappen zet, zal bepalen of het dossier definitief kan worden afgesloten of juist een vervolg krijgt. Wij volgen de ontwikkelingen. Wat vind jij: hoort publieke financiering van ngo’s bij een gezonde democratie, of schuurt dit met de integriteit van beleid? Laat je reactie achter via onze sociale media.
Bron: nieuwrechts.nl





