Jutta Leerdam begint 2026 met een zucht van opluchting: op nieuwjaarsdag maakte de KNSB de definitieve Milaan-selectie bekend, mét haar op de 1.000 meter. Na haar val op het OKT bleef het tot de laatste seconde spannend.
Nieuwjaarsbesluit KNSB
De bond trok de streep door weken van speculatie en wees Leerdam officieel aan voor de 1.000 meter. Formeel leek haar ticket ooit een formaliteit, maar de werkelijkheid van een valpartij en een strenge selectie maakte alles onzeker.
Met de aanwijzing kiest de KNSB voor vorm, ervaring en medaillekansen. Het besluit past in het beleid om sporters met bewezen internationale impact een startbewijs te geven wanneer het OKT door pech niet het volledige verhaal vertelt.
Val op het OKT
Op de openingsdag van het Olympisch Kwalificatietoernooi ging het mis op haar favoriete afstand. Eén hapering, één foutje in het ijs, en weg was de zekerheid. In een veld vol wereldklasse is een val genadeloos kostbaar.
De klok is op het OKT onverbiddelijk: je rijdt je plek of je valt erbuiten. Leerdam viel letterlijk, en daarmee belandde haar naam onder een vergrootglas, afhankelijk van reservelijsten, matrixposities en bondsbeleid.
Kok, Schulting en Verkerk
De 1.000 meter bij het OKT werd gewonnen door Femke Kok, met Suzanne Schulting als tweede en Naomi Verkerk als derde finisher. Dat trio kwam op de matrix, de ranglijst waarop de verdeling van olympische tickets wordt bepaald.
Verkerk eindigde uiteindelijk als vijftiende op de totale matrix en viel zo buiten de directe plekken. Omdat die samenstelling ruimte gaf voor een aanwijzing, kan Leerdam het startbewijs op de 1.000 meter alsnog overnemen.
Waarom Leerdam wordt aangewezen
Technisch directeur Remy de Wit wees op twee jaar internationale dominantie van Leerdam, vaak zij aan zij met Kok. In zo’n context is de kans op eremetaal groot. De bond wil die potentie niet verloren laten gaan door een val.
Het beleid is helder: wie bewezen medaillekandidaat is, verdient bescherming tegen toeval. Leerdam past precies in dat profiel. De aanwijzing is dus geen gunst, maar een strategische keuze met het podium van Milaan als einddoel.
Jacht op olympisch goud
Vier jaar geleden reed ze op de 1.000 meter naar olympisch zilver, achter de ongenaakbare Miho Takagi. Goud ontbrak nog op haar erelijst. Dat maakt februari dé kans om de kroon op haar afstandswerk te zetten.
Leerdam heeft intussen een repertoire opgebouwd dat verder reikt dan pure topsnelheid: race-inzicht, lange eindsprint en controle in bochten. Met die mix kun je wedstrijden dicteren, zelfs als de opening niet perfect is.
Pijnlijk nieuws voor Verkerk
Voor Naomi Verkerk is de uitkomst wrang. Ze reed zich knap in de kijker, maar een vijftiende plek op de matrix is net te mager. In een veld zó dicht op elkaar beslist elk detail.
Het tekent de hardheid van het OKT: nergens ter wereld is kwalificeren zwaarder dan in Nederland. Verkerk zal opnieuw moeten aankloppen, maar toonde genoeg klasse om snel weer voor kansen in aanmerking te komen.
Schuiven bij de mannen
Ook bij de mannen viel er een harde klap: Tim Prins sloot het OKT af als laatste op de matrix, met Marcel Bosker direct daarachter. Omdat Bosker cruciaal is voor de ploegenachtervolging, koos de bond voor hem.
Het betekent dat Prins thuisblijft, hoe pijnlijk ook voor een rijder die zijn ontwikkeling liet zien. Selecties zijn soms schaakzetten: het totaalplaatje weegt zwaarder dan individuele prestatie op één afstand.
Ploegenachtervolging als puzzelstuk
Nederland gaat in Milaan op de team pursuit van start met Bosker, Chris Huizinga en Stijn van de Bunt. Bosker’s rol als motor en wegkapitein gaf de doorslag; samen vormen zij een ervaren, complementaire trein.
De ploegenachtervolging vraagt om meer dan pure snelheid: ritme, bochtverdeling en communicatie. Een geoliede formatie kan medailles binnenhalen die anders onhaalbaar zijn. Dat perspectief woog nadrukkelijk mee bij de knopen die de KNSB doorhakte.
Nuis naar de 1500 meter
De schuifoperatie heeft nog een bijeffect: Kjeld Nuis krijgt groen licht voor de 1.500 meter. Voor de olympisch kampioen is dat een welkome kans om zijn specialiteit opnieuw te etaleren op het grootste podium.
Nuis brengt routine, topsnelheid en race-intelligentie. In afstanden waar tienden het verschil maken, telt ervaring dubbel. Zijn toevoeging verhoogt de medaillekansen van TeamNL op middellange afstand aanzienlijk.
Breedte van de vrouwenploeg
De vrouwenkern oogt imponerend breed. Op de 500 meter staan Femke Kok, Jutta Leerdam en Anna Boersma klaar; op de 1.000 meter vormen Leerdam, Kok en Suzanne Schulting een ijzersterk trio met uiteenlopende wapens.
Verder: Antoinette Rijpma-de Jong, Kok en Marijke Groenewoud op 1.500 meter; Groenewoud, Joy Beune en Merel Conijn op 3.000; Conijn en Bente Kerkhoff op 5.000; massastart met Groenewoud en Kerkhoff; ploegenachtervolging met Beune, Rijpma-de Jong en Groenewoud.
Wat is die matrix eigenlijk
De matrix is het rekenblad waarop OKT-prestaties van alle afstanden naast elkaar worden gezet. Zo vergelijkt de bond appels met peren en beslist wie rechtstreekse tickets krijgt, wie reserve is en waar aanwijzingen logisch zijn.
Het systeem voelt soms ondoorgrondelijk, maar het voorkomt willekeur. Wie breed presteert of cruciaal is voor teams, krijgt waardering. En wie pech heeft, kan via bewezen klasse alsnog aan boord komen, zoals nu bij Leerdam.
Rivalen en perspectief op de 1000 meter
Het internationale speelveld belooft vuurwerk. Miho Takagi blijft dé maatstaf, terwijl de Amerikaanse sprintploeg steeds sterker oogt. Met Leerdam en Kok heeft Nederland echter twee ijzers in het vuur die ieder een ander koersplan kunnen uitvoeren.
Waar Kok vaak opent met een messcherpe eerste ronde, kan Leerdam juist doseren en toeslaan in het slot. Dat tactische contrast maakt oranje onvoorspelbaar, en precies dát is in olympische finales vaak goud waard.
Voorbereiding richting Milaan
De komende weken draait om optimaliseren: starts verfijnen, bochtentraining, materiaalkeuze en rust. Wereldbekerwedstrijden en trainingswedstrijden bieden ritme, maar niets mag risico’s vergroten. Het schema wordt strak bewaakt om piekvorm in februari te garanderen.
Voor Leerdam telt vooral vertrouwen na haar val. Elke goede training, elke gecontroleerde race bouwt kapitaal op. Een kampioene is niet iemand die nooit valt, maar iemand die precies op tijd weer opstaat.
Wat staat er op het spel
Milaan wordt meer dan een toernooi; het is een kans om een generatie schaatsers te bekronen. Voor Leerdam en co draait het om goud, maar ook om het verhaal van veerkracht, keuzes en samenwerken onder druk.
Wat vind jij van de selectie en de keuzes van de KNSB? Laat van je horen op onze sociale media: we lezen graag je reactie, vragen of voorspelling. Wie pakt volgens jou goud op de 1.000 meter?
Bron: meemetoranje.nl





