Wolven hebben het afgelopen jaar merkbaar vaker toegeslagen bij schapen en ander vee. Tot en met oktober telden de provincies al 840 bevestigde aanvallen; met 48 extra bevestigingen in november komt de teller op 888, en die blijft waarschijnlijk oplopen.
Recordaantal aanvallen
Met die 888 is het oude record al gepasseerd. In heel 2024 werden 770 bevestigde gevallen genoteerd; nu ligt dat aantal er ruimschoots boven. Het patroon is duidelijk: meer wolven, meer interacties, en dus vaker problemen met vee.
De cijfers komen uit een ANP-analyse op basis van BIJ12, de organisatie die namens provincies wolvenschade beoordeelt en afwikkelt. Het gaat uitsluitend om incidenten waarvan met zekerheid is vastgesteld dat een wolf de dader was.
Onvolledige cijfers
Belangrijk detail: november is nog niet volledig verwerkt. Van de meldingen die al wel zijn onderzocht, bleken er 48 inderdaad door wolven te zijn veroorzaakt. Nog eens 212 meldingen uit november en december worden op dit moment onderzocht.
Het totale aantal ligt daarom waarschijnlijk nog hoger. Bovendien melden veehouders niet altijd schade bij BIJ12, terwijl ook niet elke melding tot een officiële bevestiging leidt. De impact op het platteland is groter dan de statistiek op papier laat zien.
Gelderland als brandpunt
Ruim de helft van alle bevestigde aanvallen vond plaats in Gelderland. Daar sloegen wolven vorig jaar zeker 434 keer toe, meer dan de 403 aanvallen een jaar eerder. In 92 Gelderse zaken is de oorzaak nog niet vastgesteld.
Die concentratie is niet vreemd: op en rond de Veluwe leven meerdere roedels en is veel extensieve veehouderij. Waar wolven territoria hebben en veel prooidieren rondlopen, komen dieren vaker in elkaars buurt, met alle risico’s van dien.
Zeeland zonder meldingen
Opvallend is dat in Zeeland voor het eerst sinds 2019 geen enkele melding van vermoedelijke wolvenschade binnenkwam. Dat kan toeval zijn, of te maken hebben met het landschap en het gebrek aan gevestigde wolventerritoria in die regio.
Toch geldt ook daar: een zwervende wolf kan in één nacht grote afstanden afleggen. Het ontbreken van meldingen betekent dus niet dat er geen risico is, maar slechts dat er geen bevestigde incidenten zijn geregistreerd in de betreffende periode.
Wat BIJ12 doet
BIJ12 is het gezamenlijke loket van de provincies. De organisatie laat sporen onderzoeken, schakelt DNA-analyses in en beoordeelt schadeclaims. Pas als vaststaat dat een wolf verantwoordelijk is, volgt eventuele vergoeding en komt het incident terecht in de landelijke statistieken.
Dat verklaart waarom tellingen soms achterlopen: onderzoek kost tijd, zeker als kadavers al zijn opgeruimd of sporen door weer en wind vervagen. Alleen harde bewijzen tellen mee, waardoor de gepubliceerde aantallen conservatief zijn en de realiteit kan achterblijven.
Preventie en subsidie
In veel provincies kunnen veehouders subsidie krijgen voor beschermingsmaatregelen. Denk aan wolfwerende rasters, stevige hoekpalen, voldoende stroomsterkte en een strakke bodemafronding. Als een hek goed is aangelegd, verkleint dat de kans op een aanval aanzienlijk.
Toch is zo’n systeem pas effectief als het netjes blijft. Gras vrijhouden, spanning controleren, lage punten dichten en hoogtemeters volgen: preventie vraagt onderhoud. Zonder aandacht sluipen er zwakke plekken in, en die vinden roofdieren uiteindelijk feilloos.
Maatregelen schieten tekort
Uit de BIJ12-gegevens blijkt dat in bijna 90 procent van de gevallen onvoldoende preventie was getroffen. Slechts bij 66 aanvallen stond een deugdelijk geplaatst raster. Dat zegt niet alles, maar het wijst wel op veel verbeterpotentieel op erven.
Het verschil tussen ‘voldoende’ en ‘onvoldoende’ zit vaak in details: te lage draden, te grote openingen bij duikers, of weides die blijven openstaan. Kleine slordigheden kunnen grote gevolgen hebben wanneer een volhardende wolf zijn kans schoon ziet.
Waarom rasters werken
Wolven zijn slimme, maar ook energiezuinige jagers. Een goed hek verhoogt de drempel: ondergraven wordt lastig, overklimmen onaantrekkelijk en aanraken pijnlijk. Ze kiezen dan vaak eieren voor hun geld en zoeken makkelijker wild in de omgeving.
Dat betekent niet dat alle risico’s verdwijnen. Een hongerige of ervaren wolf test grenzen, vooral waar hij eerder succes had. Preventie is daarom geen eenmalige klus, maar een blijvend proces van bijhouden, controleren en aanpassen aan de lokale situatie.
Druk op veehouders
Voor boeren komt de schade boven op stijgende kosten en krappe marges. Het plaatsen en onderhouden van rasters kost geld, tijd en vakmensen. Zeker voor kleine bedrijven of hobbymatige houders is die investering niet altijd eenvoudig op te brengen.
Daar komt bij dat meldingen doen, foto’s vastleggen en DNA-onderzoek afwachten stressvol kan zijn. Ondertussen moeten dieren verzorgd worden en weiden dicht blijven. Het is werk dat zelden op kantoortijden past en vaak juist ’s nachts om aandacht vraagt.
Debat over de wolf
De terugkeer van de wolf levert al jaren discussie op. Voor natuurliefhebbers is het een kroon op natuurherstel; voor veehouders een bron van zorg. Tussen die posities proberen provincies koers te bepalen met beleid, begeleiding en financiële ondersteuning.
Tegelijk is de wolf een strikt beschermde soort, waardoor ingrijpen alleen in uitzonderlijke situaties kan. Dat zorgt voor spanningen zodra een probleemwolf meerdere keren toeslaat. Dan schuurt het tussen Europese regels, lokale belangen en de weerbarstige praktijk op het erf.
Regionale risico’s
Niet elke provincie kent dezelfde risico’s. In gebieden met veel natuur, veel schapen en weinig bebouwing zijn kansen op ontmoetingen groter. Ook het jaargetijde speelt mee: in de lammertijd ligt de kwetsbaarheid hoger en zijn waarschuwingen extra belangrijk.
Daarnaast zwerven jonge wolven in najaar en winter vaak uit op zoek naar eigen leefgebied. Dat leidt tot verrassende waarnemingen én tot incidenten op plekken waar men ze niet verwacht. Tijdige communicatie helpt veehouders om maatregelen snel op te schalen.
Beleid in beweging
Provincies experimenteren met pilots, voorschriften en adviesteams om schade te beperken. De hoofdlijn: voorkomen is beter dan genezen. Zolang juridisch afschot nauwelijks kan, leunt beleid op preventie, monitoring, schadeafhandeling en gericht optreden tegen hardnekkige probleemgedrag.
Daarmee staat of valt de aanpak met uitvoerbaarheid op het erf. Als advies, subsidie en praktische hulp snel beschikbaar zijn, is de drempel lager om echt door te pakken. Dat is precies waar veel veehouders nu behoefte aan hebben.
Praktische stappen nu
Wie met schapen, geiten of kalveren werkt, kan vandaag al beginnen: controleer hekwerk, verhoog de onderste draad, check de spanning, sluit nachtkralen en leg vanglint klaar. Maak foto’s van bijzonderheden en noteer data, tijden en locaties van verdachte situaties.
Komt het toch tot schade, meld snel en laat het terrein zo veel mogelijk onaangeroerd voor onderzoek. Bewaar kadavers koel en afgedekt. Hoe beter de sporen, hoe groter de kans op bevestiging en een passende vergoeding via de provincie.
Vooruitblik op dit jaar
Met honderden openstaande onderzoeken is de kans groot dat de eindstand nog stijgt. Nieuwe bevestigingen uit november en december tellen mee, en ook in het nieuwe jaar verschuiven territoria. Het blijft dus zaak om alert en voorbereid te blijven.
Of het aantal aanvallen uiteindelijk hoger uitvalt dan gedacht, hangt af van onderzoek, weersomstandigheden en gedrag van roedels. Een ding staat vast: goede preventie en snelle opvolging maken het verschil tussen een spannende waarneming en een kostbare schadezaak.
Praat mee
De cijfers zijn rauw, maar achter elk getal schuilt een erf, een kudde en een boer met zorgen. Deel ervaringen met buren en provincie, en laten we samen zoeken naar oplossingen die werken in plaats van winnen of verliezen.
Wat vind jij: doen we genoeg aan preventie, of moet het beleid scherper? Laat het ons weten via onze socials. We lezen graag je ervaringen, tips en vragen, zodat we dit onderwerp blijven volgen met jullie verhalen in het vizier.
Bron: dagelijksestandaard.nl





