Het landelijke vuurwerkverbod dat in Den Haag wordt voorbereid, moet de jaarwisseling rustiger, veiliger en duidelijker maken. Klinkt logisch, maar in de praktijk blijkt de uitwerking allesbehalve simpel. Vooral de mogelijkheid voor verenigingen en clubs om een ontheffing aan te vragen, veroorzaakt onrust. Grote steden als Nijmegen, Haarlem, Rotterdam en Delft trekken aan de bel: zo’n uitzonderingsregeling is vragen om problemen. Handhaving was al lastig; straks wordt het volgens hen compleet ondoenlijk. En dan hebben we het nog niet eens over de verschillen die tussen gemeenten kunnen ontstaan, met alle frustratie bij burgers van dien.
Waarom het verbod er komt
Een landelijk verbod moet vooral zorgen voor minder overlast, minder gewonden en meer overzicht voor hulpdiensten. Elk jaar loopt de schade op en raken mensen en dieren gewond. Burgemeesters zien dat al jaren terug op straat en bij de meldkamers.
Tegelijk speelt ook duidelijkheid mee: één heldere regel voor iedereen. Geen grijze gebieden, geen discussies aan de voordeur. In theorie zou zo’n nationale lijn de communicatie eenvoudiger maken en de verwachtingen van burgers gelijk trekken, overal in het land.
Ontheffingen als splijtzwam
Het kabinet wil burgers verbieden om zelf vuurwerk af te steken, maar laat verenigingen, sportclubs en buurtgroepen wel een ontheffing aanvragen. De burgemeester beslist per verzoek. Op papier oogt dat als een redelijk compromis.
In de praktijk waarschuwen veel burgemeesters juist voor rommeligheid. Een verbod moet duidelijkheid scheppen; uitzonderingen gooien die duidelijkheid weer open. Wie mag waar wat, en wanneer? Dat is voor handhavers én bewoners slecht uit te leggen.
Handhaving als knelpunt
De kern van de zorgen: handhaving. Politie, brandweer en ambulance zitten in de nieuwjaarsnacht al aan hun taks. Extra toezicht op tientallen kleine vuurwerkactiviteiten is dan simpelweg niet haalbaar, hoe goed de regels op papier ook zijn.
Bestuurders vrezen een situatie waarin het papieren compromis de praktijk overschaduwt. Want stel dat verenigingen zich aanmelden, wie controleert dan of ze zich aan alle eisen houden? En hoe treed je op als dat op meerdere plekken tegelijk misgaat?
Nijmeegs voorbeeld
De Nijmeegse burgemeester Bruls wijst op de ervaringen in zijn stad. Nijmegen kent sinds 2020 een lokaal vuurwerkverbod en koos bewust niet voor georganiseerde shows. Niet uit principe, maar omdat de capaciteit er simpelweg niet is.
Hij noemt de jaarwisseling drukker dan grote evenementen als de Vierdaagse. Alle beschikbare hulpdiensten zijn nodig voor reguliere incidenten. Extra evenementen begeleiden zit er dan niet in; zelfs één show goed beveiligen is al een forse opgave.
Haarlemse zorgen
Ook de Haarlemse burgemeester Wienen is kritisch. Volgens de huidige regels voor ontheffingen mogen maximaal acht mensen vuurwerk afsteken, waarvan minstens twee volwassenen. Dat klinkt overzichtelijk, maar in de praktijk kan bijna elke straat een clubje oprichten.
Het risico is duidelijk: tientallen, misschien wel honderden kleine vuurwerkplekjes die tegelijk actief zijn. Overzicht houden wordt dan onmogelijk. Bovendien trekken zulke plekken publiek, en waar publiek komt, ontstaan extra risico’s en drukte.
Publiek en risico’s
Vuurwerk is nu eenmaal een publiekstrekker. Mensen komen kijken, nemen kinderen mee, soms met alcohol op. Dan heb je te maken met drukte, beperkte zichtlijnen, rondvliegende vonken en incidenten die snel kunnen escaleren.
Burgemeesters zeggen: als je dan toch iets organiseert, concentreer het op een paar centrale locaties. Dat is veiliger en makkelijker te controleren dan een lappendeken aan kleine shows. Maar zelfs die beperkte aanpak vraagt serieuze inzet.
Drukste nacht van het jaar
Oud en nieuw is traditioneel de drukste nacht voor hulpdiensten. Er zijn meer branden, meer vechtpartijen en meer medische noodgevallen dan bijna op elke andere dag. Niemand heeft dan ‘overcapaciteit’ om extra evenementen te faciliteren.
Zelfs een enkele vuurwerkshow vereist politie-inzet, brandweerstand-by en medische voorzieningen. Dat is logistiek al een uitdaging, laat staan wanneer verschillende wijken tegelijk iets willen. Daarvoor zijn simpelweg de mensen en middelen niet aanwezig.
Verschillen tussen gemeenten
Een ander heikel punt: willekeur tussen gemeenten. De ene burgemeester kan streng zijn en geen ontheffingen verlenen, terwijl een buurgemeente juist ruimhartig toelaat. Dan dreigt vuurwerktoerisme, onbegrip en een lawine aan klachten.
Volgens verschillende burgemeesters is regionale afstemming noodzakelijk om die kwaal te voorkomen. Anders ontstaat een lappendeken aan beleid, met vergelijkbare clubs die verschillend behandeld worden, soms op slechts een paar kilometer afstand.
Kabinetsstandpunt en maatwerk
Het demissionaire kabinet ziet juist ruimte voor maatwerk. Staatssecretaris Aartsen benadrukt dat Nederland niet overal hetzelfde is: wat in Amsterdam werkt, hoeft niet te passen in een dorp in de Achterhoek. Maatwerk moet die verschillen opvangen.
Burgemeesters erkennen die diversiteit, maar vrezen dat maatwerk bij vuurwerk leidt tot onduidelijkheid. Emoties lopen al snel hoog op rond vuurwerktradities. Dan helpt het als de regels simpel en overal herkenbaar zijn, zonder schuivende panelen.
Weinig animo voor shows
In gemeenten met een bestaand vuurwerkverbod blijkt de vraag naar georganiseerde shows trouwens beperkt. In Nijmegen was die behoefte nooit groot, zegt Bruls. De meeste bewoners hebben er simpelweg niet om gevraagd, zelfs niet als alternatief.
Dat roept de vraag op: als de animo gering is en de kosten en risico’s hoog, waarom dan toch een ontheffingsroute? Het voelt als een risico met een magere opbrengst, terwijl de druk op hulpdiensten er geen gram lichter van wordt.
Communicatie en verwarring
Ook communicatief is het ingewikkeld. Eerst kondig je een landelijk verbod aan, wat helder klinkt. Daarna volgen uitzonderingen, voorwaarden en lokale varianten. Voor burgers wordt het dan snel onduidelijk wat wel en niet mag, en waar.
Dat vergroot de kans op overtredingen, discussies met handhavers en frustratie op straat. Burgemeesters hopen daarom op een duidelijke nationale lijn, bij voorkeur zonder uitzonderingen. Het recente aantal incidenten lijkt het draagvlak daarvoor te vergroten. Wat vind jij: strakker verbod of ruimte voor maatwerk? Laat je reactie achter op onze sociale media.





