Joep Wennemars is in korte tijd uitgegroeid tot de meest besproken schaatser van Nederland. Niet door medailles of recordraces, maar door een seizoen vol net-nietmomenten, gemiste kansen en interviews die meer vragen opriepen dan beantwoordden.
Teleurstelling in milaan
Vorige maand stond de 23-jarige sprinter aan de start van drie olympische afstanden in Milaan: 500, 1.000 en 1.500 meter. Het werden loodzware dagen. De klasseringen 21e, 5e en 4e leverden helaas geen eremetaal op.
Vooraf hadden velen hem in potlood bij de kanshebbers gezet. Zijn vorm leek stabiel, zijn sprint krachtig. Maar op het moment suprême viel het kwartje net verkeerd, en werd het vooral een les in olympische hardheid.
Gemiste medailles en lege handen
Drie finales rijden en toch met lege handen vertrekken is mentaal zwaarder dan menigeen denkt. Zeker als je achternaam Wennemars is en de vergelijking met vader Erben altijd op de achtergrond meeloopt, gevraagd of ongevraagd.
Het hoort bij topsport, zeggen we dan, maar dat cliché vangt zelden de emotionele nasleep. Dagen worden langer, analyses scherper, en elke cameravraag klinkt luider. Soms blijft er dan vooral frustratie overeind, hoe hard je ook traint.
Afwezig bij de sluitingsceremonie
Toen tijdens de feestelijke sluiting van de Spelen de delegatie het stadion in trok, ontbraken Joep en zijn vriendin Suzanne Schulting. Dat leverde wenkbrauwen op: waar waren ze, en waarom kozen ze voor afwezigheid op zo’n zichtbaar moment?
Een plausibele uitleg bleef uit, en dus vulde het publiek de stilte met speculaties. In een tijd waarin sporters steeds vaker kiezen voor hun eigen welzijn, blijft zo’n beslissing toch voer voor debat, verontwaardiging en begrip tegelijk.
Wk sprint levert geen ommekeer op
Op het WK sprint van afgelopen weekend leek een sportieve revanche mogelijk. Wennemars reed degelijk, zat er telkens bij, maar miste opnieuw de absolute uitschieter. De vierde plek voelde daardoor vooral als bevestiging van een moeizaam seizoen.
Wie de tussenstanden terugkijkt, ziet geen instorting maar ook geen sprank. Constante hoge snelheid, nette ritten, en toch net dat tikkeltje minder. Precies het verschil tussen meedoen om medailles en ze daadwerkelijk winnen op wereldniveau.
Openhartig maar onhandig interview
Na afloop vertelde Joep voor de NOS-camera dat hij ‘leeg’ was en klaar met dit seizoen. Hij sprak over vermoeidheid, frustratie en “het circus” rond het schaatsen, en hintte op bredere ploegproblemen zonder daar concreet op in te gaan.
Ook benadrukte hij dat de negatieve publiciteit volgens hem te makkelijk ontstaat, juist bij mensen die dagelijks hard werken. Namen noemde hij niet. Over het incident op de Spelen, waar velen aan dachten, zei hij expliciet niet te doelen.
Signaal over druk en mediastorm
Wie tussen de regels door luisterde, hoorde vooral een sporter die worstelt met de constante wind tegen. Niet alleen fysiek, maar mentaal: verwachtingen, analyses, socialmedia-geluid en de dagelijkse druk die in topsport onvermijdelijk samenvloeien.
Zo’n boodschap is begrijpelijk, maar als je vaag blijft, wordt hij zelden goed begrepen. Publiek en pers verwachten helderheid na grote woorden. Blijft toelichting uit, dan slaat empathie vaak om in irritatie, en volgt de storm alsnog.
Kritiek aan de talkshowtafel
In De Oranjezondag kwam het allemaal samen. Tafelgast Rutger Castricum stak zijn bewondering voor Joeps prestaties niet onder stoelen of banken, maar gaf tegelijk aan dat hij weinig sympathie voelt zodra de microfoons aangaan en de vragen beginnen.
Hij noemde Wennemars’ manier van te woord staan “irritant” en vond dat het soms lijkt alsof verslaggevers de schuld krijgen van tegenvallers. Een stevig oordeel, zeker omdat het juist gepaard ging met lof voor zijn sportieve inzet en niveau.
Vergelijking die opviel
De uitspraak die het meest bleef hangen, was de vergelijking met Joran van der Sloot: alsof Joep zich verdedigt alsof hij iets heeft misdaan. Collega Hendrik grapte over de gelijkenis, waarna Castricum het punt nogmaals benadrukte.
Zo’n vergelijking is uiteraard gechargeerd en prikkelend, bedoeld om de vinger op de zere plek te leggen. Tegelijk laat het zien hoe snel toon en houding het verhaal kunnen overheersen, zelfs wanneer de prestaties op zichzelf bewondering afdwingen.
Wat stoort de kijker precies?
Volgens Castricum ging het mis toen Wennemars riep het ‘circus’ zat te zijn, maar weigerde uit te leggen wát hij daarmee bedoelde. Daardoor bleef het interview schimmig en werd de verslaggever onterecht aangesproken op vermeende vaagheid.
Voor kijkers is dat een recept voor wrevel: grote woorden zonder inhoudelijke onderbouwing. Het voelt ontwijkend, en dan verdampt al snel het medeleven dat er óók is voor iemand die zichtbaar moe, teleurgesteld en leeg voor de camera staat.
Begrip en bewondering naast kritiek
De tafel herhaalde meerdere keren dat Wennemars het maximale uit zijn lijf haalt. Niemand betwist zijn talent, drive en toewijding. De frictie zit in de communicatie, waar intentie en ontvangst elkaar soms faliekant lijken te missen na een lastige race.
Dat spanningsveld is niet uniek. Veel topsporters zoeken naar een balans tussen eerlijk zijn over hun gevoel en helder blijven voor publiek en pers. In hectische minuten na de finish is die balans extra kwetsbaar en vergankelijk.
Reacties buiten de studio
Zoals altijd volgden op televisie-uitspraken online direct meningen in alle smaken. De één vindt dat Joep vooral rust moet krijgen, de ander dat hij duidelijker moet worden. Het laat zien hoe betrokken Nederland is bij zijn schaatsen én zijn verhaal.
Feit blijft: wie veel verwachtingen oproept, roept ook veel reacties op. En wie spreekt over ‘het circus’, mag rekenen op doorvragen. Dat is geen oordeel, maar de dynamiek van topsport in een land waar de camera altijd meeloopt.
Hoe nu verder voor wennemars?
Eerst uitblazen, herstellen, en dan pas analyseren. Wat werkte, wat niet, en waar kan het slimmer? Inhoudelijk oogt zijn snelheid goed genoeg voor podiums. Het verschil zit vermoedelijk in details: opening, bochten, materiaal, of simpelweg rust in het hoofd.
Daarnaast loont het om met team en begeleiding afspraken te maken over communicatie. Niet om emoties te filteren, maar om helder te blijven. Duidelijke woorden, concrete voorbeelden: precies wat kijkers meenemen, en wat ruis op voorhand wegneemt.
Media en sporters, een lastige dans
De relatie tussen camera en sporter is altijd een beetje schuren en schuifelen. Je wilt dicht op het verhaal zitten, maar niet erin verstrikt raken. Dat vraagt geduld van journalisten én generositeit van atleten, zeker na teleurstellende wedstrijden.
Als die dans lukt, wint iedereen: het publiek krijgt context, de sporter voelt zich gezien, en de sport zelf wordt rijker. Laten we hopen dat dát het verhaal wordt volgend seizoen. Reageer op onze socials: wat vind jij hiervan?
Bron: socialnieuws.nl





