Premier Rob Jetten en D66 gebruiken AI voor sociale media. Onderzoek van de Volkskrant laat zien dat honderden posts met taalmodellen zijn geschreven, ook opvallend persoonlijke berichten. Dat roept vragen op over echtheid, transparantie en politieke communicatie.
Wat de volkskrant vond
De krant analyseerde 1.812 unieke berichten sinds 2021 op de accounts van Jetten en D66 op Instagram, Facebook, X en LinkedIn. Minstens 232 daarvan dragen volgens de detector AI-sporen en werden, door plaatsing op meerdere platforms, 434 keer verspreid.
Volgens de Volkskrant zijn die teksten grotendeels gegenereerd met modellen als ChatGPT of Claude. Opvallend: het gaat niet alleen om beleidsmatige boodschappen. Ook posts waarin Jetten zijn gevoelens bij gevoelige thema’s schetst, blijken in meerdere gevallen AI-assistentie te bevatten.
Hoe het onderzoek is gedaan
De krant gebruikte de AI-detector Pangram, die zoekt naar statistische taalpatronen die vaker voorkomen bij taalmodellen dan bij mensen. Als controle bekeek men bijna zevenhonderd pre-ChatGPT-berichten; geen daarvan werd gemarkeerd. Onafhankelijke studies melden bovendien zelden valse positieven.
Tegelijkertijd is Pangram geen alziende radar. Onderzoekers schatten dat het systeem minder dan de helft van volledig door AI geschreven teksten herkent. De werkelijke inzet kan dus hoger liggen, al blijft het aanwijzingen geven en geen sluitend bewijs leveren.

Sterke toename na politieke aardverschuiving
Vanaf 4 juni 2025, een dag na de val van kabinet-Schoof, schiet het AI-gebruik omhoog. Sindsdien is circa dertig procent van de posts van Jetten en D66 met AI opgesteld. Bij Yesilgöz, Bontenbal en hun partijen werd nauwelijks gebruik gevonden.
Die stijging kan verschillende oorzaken hebben: meer werkdruk, hogere publicatiesnelheid of simpelweg de verleiding van efficiënte tools. Feit blijft dat het tempo op sociale platforms moordend is. Voorstanders zien hulp, critici vrezen dat authenticiteit onderweg vermalen raakt.
Niet alleen partijpraat, maar ook ‘ik’
Bij Jettens persoonlijke accounts springt iets extra’s in het oog: in 41 van 68 als AI aangeduide posts gebruikt hij ‘ik’. Berichten over Keti Koti, Oekraïne, de MH17-herdenking en een bezoek aan Westerbork droegen eveneens AI-sporen, inclusief ingetogen, persoonlijke toonzetting.
Soms levert dat gekke zinnen op. In een woningmarktpost werd bijvoorbeeld de verhuisketen omgekeerd beschreven, waardoor de logica hapert. Zulke kleine missers verraden vaak de herkomst: taalmodellen kunnen soepel formuleren, maar missen geregeld domeinkennis of concrete, alledaagse consistentie.
Herkenbare stijltrucs van taalmodellen
In ruim tachtig procent van de aangewezen teksten staat een drieslag: drie begrippen in ritme achter elkaar. Ook ‘niet dit, maar dat’-constructies komen, sinds de inzet toenam, ruim dubbel zo vaak voor. Het resultaat klinkt gepolijst, soms bijna sjabloonmatig.
Stijlpatronen helpen bij detectie, maar zijn geen rookpistool. Mensen schrijven óók in drieslagen en contrasten. Het gaat om stapeling van signaalen: hoe meer kenmerkende trekjes tegelijk opduiken, hoe aannemelijker het wordt dat een taalmodel heeft meegeschreven.
D66: hulpmiddel, geen vervanger
D66 erkent het gebruik van AI. Volgens de partij dient het als hulpmiddel voor eerste concepten, inkorten, structuur en eenvoudiger taal. Elke post begint én eindigt bij medewerkers, al worden berichten soms zonder aanpassingen geaccordeerd. Ook Jettens boek kreeg AI-hulp.
Daarmee tekent zich een spanningsveld af tussen efficiëntie en echtheid. Communicatieteams omarmen AI om sneller te werken en complexiteit te vertalen, maar het publiek wil weten wie spreekt. Heldere transparantie over AI-assistentie zou helpen om verwachtingen en vertrouwen te managen.
Twijfel over echtheid en emotie
Hoogleraar Claes de Vreese waarschuwt vooral voor persoonlijk gekleurde AI-teksten. Kiezers kunnen zich afvragen: wie is de echte Jetten? Modellen formuleren moeiteloos emoties zonder ze te voelen, wat de authenticiteit van een premier kan uithollen en wantrouwen kan voeden.
Taalwetenschapper Marc van Oostendorp maakt een verwante kanttekening bij de Westerbork-post: zien we hier een sociaal verwachte emotie of een persoonlijk beleefde? Dat we het verschil niet zeker weten, voelt voor velen ongemakkelijk en misschien zelfs manipulatief aan.
Hoe betrouwbaar is de detector?
Onafhankelijke onderzoeken suggereren dat Pangram menselijke teksten zelden onterecht als AI bestempelt. Gemarkeerde posts zijn dus waarschijnlijk AI-ondersteund, al blijft het geen vonnis op elk woord. Slimme schrijvers kunnen patronen maskeren en modellen leren bovendien steeds beter menselijke trekjes.
Omdat minder dan de helft van volledig AI-teksten wordt herkend, kan het zichtbare deel slechts het topje zijn. Tegelijk kan een deel van de niet-gemarkeerde berichten prima handwerk zijn. De uitkomst blijft dus: sterk signaal, geen absolute zekerheid.
Fouten en vreemde zinnen als waarschuwingslampje
Los van detectors vallen soms inhoudelijke haperingen op, zoals de omgekeerde verhuisketen. Ook de toon kan verraden: foutloze glans, ritmische drieslagen en veilige algemeenheden. Juist dan zijn scherp menselijk oordeel en factcheck nodig, zeker bij gevoelige thema’s.
Publiek verwacht geen perfectie, wel eerlijkheid. Een tikje rafelrand, een hapering of persoonlijk detail maakt een bericht geloofwaardig. AI als redacteermachine schaaft juist die randen weg. Dat levert gladde tekst op, maar soms minder menselijkheid.
Politieke communicatie in het AI-tijdperk
Overal worstelen partijen met dezelfde vraag: hoe houd je tempo, schaal en nuance bij sociale media bij? In meerdere democratieën wordt AI al ingezet voor conceptteksten en beeld. Het gevaar: meer content, minder persoonlijk contact en dunner wordende accountability.
Goede praktijken tekenen zich af: vermeld AI-assistentie waar relevant, laat een mens eindredactie voeren en dubbelcheck gevoelige boodschappen. Stel interne richtlijnen op, inclusief rode lijnen. En betrek het publiek in dat gesprek, zodat verwachtingen helder zijn vóór de volgende campagnegolf.
Wat we nog niet weten
Er blijft veel onduidelijk: welke prompts worden gebruikt, wie schrijft het eerste concept, wie zet de laatste punt? Hoeveel posts gaan nog langs stevige redactie? En hoe worden persoonlijke ervaringen van Jetten precies vertaald naar tekst door mens en machine?
Meer openheid zou helpen. Niet om de inzet te verbieden, wel om de grens tussen tool en toon te verduidelijken. Uiteindelijk draait politiek om vertrouwen. Wat vind jij: onmisbare hulp of riskante glanslaag? Reageer gerust op onze sociale media.
Bron: socialnieuws.nl





