Even een biertje op het terras, een tosti tijdens de lunchpauze of uit eten met vrienden: wie in 2027 de deur uitgaat, betaalt daar opnieuw meer voor. Het FoodService Instituut Nederland (FSIN) verwacht dat restaurants, cafés en broodjeszaken hun prijzen met gemiddeld 4,5 procent verhogen.
Ook wie thuis blijft eten, ontkomt niet aan hogere bedragen. Supermarkten en speciaalzaken gaan eveneens omhoog. Tel alles bij elkaar op en de gemiddelde stijging komt volgens het instituut uit op 3,5 procent. Buiten de deur eten blijft dus de grootste stijger.
Wat de verwachting precies inhoudt
Het FoodService Instituut Nederland volgt de markt voor eten en drinken buiten de deur. Voor 2027 komt het instituut uit op een prijsstijging van 4,5 procent bij restaurants, cafés en broodjeszaken.
Dat getal klinkt abstract, maar je ziet het terug bij vrijwel elke bestelling. Van de kop koffie tot het hoofdgerecht en het drankje erna: alles schuift een stukje mee omhoog op de rekening.
Het verschil tussen 4,5 en 3,5 procent
Reken je de supermarkten en speciaalzaken mee, dan zakt het gemiddelde naar 3,5 procent. Dat verschil van een procentpunt laat zien waar de pijn het hardst voelbaar wordt: bij de horeca, niet bij het schap.

Voor huishoudens die al scherp op hun uitgaven letten, is dat een belangrijk onderscheid. Boodschappen doen wordt duurder, maar het verschil met uit eten gaan loopt volgens deze cijfers verder op.
Meer omzet, minder bezoekers
De horeca draait dit jaar een hogere omzet, maar dat komt niet doordat er meer mensen aanschuiven. De stijging zit volledig in de prijzen. Het aantal bezoeken aan restaurants en cafés neemt juist af.
Dat is een lastige combinatie voor ondernemers. Op papier staan er betere cijfers, in werkelijkheid komen er minder gasten binnen. Hogere bedragen op de bon maskeren dan een afname die wel degelijk telt.
De consument gaat beter nadenken
Volgens FSIN-directeur Patrick Bramer zorgen de hogere prijzen ervoor dat consumenten kritischer worden op hun uitgaven. Dat is geen toekomstmuziek: in de horeca is die houding nu al zichtbaar in de bezoekcijfers.
Kritischer zijn betekent niet per se helemaal niet meer gaan. Het betekent vaker afwegen: is dit het waard, kan het ook een week later, of volstaat een kop koffie zonder gebak erbij.
Wat 4,5 procent betekent aan tafel
Een simpel rekenvoorbeeld maakt het concreter. Een rekening die nu vijftig euro is, komt bij een stijging van 4,5 procent uit rond de 52 euro. Per keer valt dat nog mee.
Maar wie maandelijks een paar keer de deur uitgaat, ziet het bedrag over een heel jaar wel degelijk oplopen. Juist die optelsom maakt dat mensen hun gewoontes gaan bijstellen.
Ook de lunchpauze wordt duurder
Opvallend is dat de verwachting niet alleen over restaurants en cafés gaat. Ook broodjeszaken vallen eronder. Daarmee raakt de stijging niet alleen het avondje uit, maar ook de doordeweekse routine.
Een broodje halen tijdens het werk is voor veel mensen eerder gewoonte dan uitje. Precies daar valt een prijsverhoging op, omdat je die uitgave niet één keer per maand doet maar meerdere keren per week.
De supermarkt als alternatief
Thuis koken wordt vaak genoemd als uitweg, maar ook daar gaan de prijzen omhoog. Supermarkten en speciaalzaken zitten in dezelfde beweging, al komt het totale gemiddelde dus lager uit dan in de horeca.
Voor wie wil besparen, blijft het verschil tussen zelf koken en buiten de deur eten dus bestaan. Alleen schuift het hele prijspeil op, waardoor de ruimte om te schuiven kleiner wordt.
Waar de stijging vandaan komt
Over de achterliggende oorzaken valt uit de gepresenteerde cijfers weinig op te maken. Het instituut geeft een verwachting voor volgend jaar, geen uitsplitsing van wat die stijging precies veroorzaakt in de keten.
Voor consumenten maakt dat het lastig inschatten. Je ziet het resultaat op de bon, maar niet wat eraan voorafgaat. Dat voedt het gevoel dat prijzen vooral één richting op bewegen.
Hoe hard is zo’n voorspelling?
Belangrijk om te onthouden: het gaat om een verwachting, geen vaststaand feit. Voorspellingen over een heel jaar zijn gebaseerd op trends en kunnen in de praktijk anders uitpakken dan nu geschetst wordt.
Toch zijn dit soort ramingen nuttig. Ze geven ondernemers en consumenten een richting mee, zodat niemand zich half 2027 laat verrassen door een rekening die hoger uitvalt dan verwacht.
Ondernemers zitten klem
Voor horecabazen is de situatie ongemakkelijk. Prijzen verhogen is soms onvermijdelijk, maar elke verhoging kan gasten afschrikken. En die gasten komen nu al minder vaak langs dan voorheen.
Of iedereen de volledige stijging doorberekent, valt nog te bezien. Sommige zaken zullen de kaart aanpassen, andere zoeken het in andere keuzes. Hoe dat uitpakt, wordt pas in de loop van volgend jaar duidelijk.
Wat je er zelf aan kunt doen
Helemaal ontkomen aan hogere prijzen gaat niet lukken. Wel kun je bewuster kiezen: minder vaak maar langer blijven zitten, vaker lunchen in plaats van dineren, of het aantal vaste uitjes per maand herzien.
Dat is precies het gedrag dat FSIN beschrijft. Mensen gaan niet massaal thuis zitten, maar wegen elke uitgave zorgvuldiger af dan in jaren waarin de prijzen stabieler waren.
Vooruitkijken naar volgend jaar
De komende maanden zal blijken hoe de horeca zich houdt en of het aantal bezoeken verder daalt. De cijfers van dit jaar laten zien dat omzetgroei en bezoekersaantallen uit elkaar kunnen lopen.
Voor consumenten is de boodschap simpel genoeg. Reken er bij een avondje uit in 2027 op dat de rekening hoger uitvalt dan je gewend bent, en pas daar je budget op aan.
Bron: hartvannederland.nl





