Dementie wordt vaak vooral gekoppeld aan geheugenverlies, maar de eerste signalen kunnen veel breder zijn dan dat. Zeker bij een specifieke vorm van dementie kunnen juist veranderingen in gedrag, persoonlijkheid en eetgewoonten al vroeg opvallen. Volgens experts kan een opvallende trek in zoet, vet eten en koolhydraatrijke producten in sommige gevallen een belangrijk alarmsignaal zijn.
Het gaat dan om frontotemporale dementie, ook wel FTD genoemd. Deze vorm komt relatief vaak voor bij mensen onder de 65 jaar en uit zich in het begin meestal niet in vergeetachtigheid, maar juist in gedragsveranderingen. Daardoor wordt de aandoening lang niet altijd meteen herkend.
Niet alle vormen van dementie beginnen met geheugenproblemen
Bij het woord dementie denken veel mensen direct aan iemand die namen vergeet, de weg kwijtraakt of niet meer weet wat er gisteren is gebeurd. Toch hoeft dat lang niet altijd het eerste teken te zijn.
Bij frontotemporale dementie ligt dat anders. Deze vorm tast vooral de frontale en temporale hersenkwabben aan. Dat zijn gebieden in de hersenen die een grote rol spelen bij gedrag, emoties, impulscontrole, taal en sociale omgang.
Wanneer juist die delen van de hersenen beschadigd raken, kan iemands persoonlijkheid langzaam veranderen. Dat kan zich uiten in opvallend ander gedrag, verlies van remming, emotionele vervlakking of juist vreemde nieuwe gewoontes. Ook het eetgedrag kan daarbij flink veranderen.
Vooral onder de 65 komt deze vorm relatief vaak voor
Frontotemporale dementie is een van de meest voorkomende vormen van dementie bij mensen jonger dan 65 jaar. Dat maakt het extra lastig, want dementie wordt op jongere leeftijd vaak niet direct vermoed.
Klachten worden daardoor soms aangezien voor stress, een burn-out, relatieproblemen, depressie of gewoon een verandering in karakter. Juist daarom is het belangrijk om de signalen te kennen, zeker wanneer iemands gedrag ineens duidelijk verandert zonder logische verklaring.
Volgens de Alzheimer’s Society zijn er twee belangrijke vormen van FTD. De eerste is de gedragsvariant, waarbij vooral persoonlijkheid en gedrag veranderen. De tweede is Primary Progressive Aphasia, een variant waarbij vooral taalproblemen op de voorgrond staan, zoals moeite met woorden vinden of gesprekken volgen.
Opvallende trek in drie soorten eten kan een signaal zijn
Bij de gedragsvariant van frontotemporale dementie kunnen eetgewoonten opvallend veranderen. Experts waarschuwen dat mensen ineens sterke trek kunnen krijgen in drie specifieke soorten voeding: zoete producten, vette etenswaren en koolhydraatrijke voeding.
Denk bijvoorbeeld aan een plotselinge drang naar snoep, koek, gebak, chocolade, chips, fastfood, witbrood, pasta of andere producten waar veel suiker, vet of snelle koolhydraten in zitten.
Het gaat daarbij niet om een keer zin hebben in iets lekkers, maar om een duidelijk veranderend patroon. Iemand kan veel vaker dan voorheen naar ongezond eten grijpen, meer moeite krijgen met stoppen of ineens ongewoon veel eten.
Geen rem meer op eten, drinken of roken
Volgens de Alzheimer’s Society blijft het niet altijd bij alleen trek in bepaald eten. Mensen met deze vorm van dementie kunnen ook de rem op hun gedrag verliezen. Dat zie je soms terug aan tafel, maar ook daarbuiten.
Zo kunnen ze blijven eten zonder te merken dat ze al genoeg hebben gehad. Ook kan de drang naar alcohol, roken of andere gewoontes toenemen. Het probleem is niet alleen dat iemand ergens zin in heeft, maar vooral dat het vermogen om grenzen aan te voelen of te stoppen afneemt.
Bij sommigen verdwijnt ook het besef van sociale regels. Iemand kan bijvoorbeeld tafelmanieren vergeten, eten op een manier die eerder niet bij hem of haar paste, of zich veel minder bewust zijn van hoe dat op anderen overkomt.
Persoonlijkheid kan langzaam veranderen
Wat frontotemporale dementie extra ingrijpend maakt, is dat de veranderingen vaak heel persoonlijk en confronterend zijn. Familieleden merken soms als eerste dat iemand “anders” wordt, nog voordat er sprake is van een officiële diagnose.
Een rustige, zorgzame of sociale persoon kan bijvoorbeeld afstandelijker, botter of impulsiever worden. Iemand die altijd veel empathie had, kan opeens ongevoelig reageren of geen rekening meer houden met anderen. Ook kan iemand sneller ongepaste opmerkingen maken of zich anders gedragen in sociale situaties.
Dat soort veranderingen wordt niet altijd meteen gekoppeld aan een hersenziekte. Juist daarom kan het lang duren voordat er hulp wordt gezocht.
Andere signalen waar je op kunt letten
Naast opvallend veranderend eetgedrag noemen experts nog een hele reeks andere mogelijke waarschuwingssignalen van frontotemporale dementie. Het gaat dan vooral om veranderingen in gedrag, karakter en impulscontrole.
Zo kunnen mensen zich slechter concentreren en sneller afgeleid zijn. Ook plannen, organiseren en beslissingen nemen kan steeds lastiger worden. Sommige mensen verliezen motivatie voor hobby’s of dingen waar ze eerder veel plezier uit haalden.
Ook sociaal gedrag kan veranderen. Iemand kan zonder nadenken ongepaste, harde of kwetsende opmerkingen maken, moeite krijgen om emoties van anderen aan te voelen of minder goed begrijpen wat bepaald gedrag met anderen doet.
Ook dwangmatig of obsessief gedrag kan ontstaan
Een ander opvallend signaal is dat sommige mensen repetitief of obsessief gedrag gaan vertonen. Denk aan het steeds herhalen van dezelfde zinnen, handelingen of vragen. Ook een sterke fixatie op tijd, routines of bepaalde gewoontes kan voorkomen.
Sommigen ontwikkelen ineens een nieuwe, heel intense interesse in bijvoorbeeld muziek, spiritualiteit, verzamelen of vaste rituelen. Zo’n nieuwe hobby hoeft op zichzelf natuurlijk niets ernstigs te betekenen, maar kan wel opvallen als die interesse extreem wordt of alle andere dingen gaat verdringen.
Daarnaast kan ook de gevoeligheid voor prikkels veranderen. Iemand kan bijvoorbeeld anders reageren op geluid, temperatuur of pijn.
De persoon zelf merkt het vaak niet
Wat deze vorm van dementie extra ingewikkeld maakt, is dat mensen met frontotemporale dementie hun eigen klachten in het begin vaak niet goed herkennen. Ze ervaren hun gedrag niet per se als vreemd of problematisch.
Daardoor zijn het meestal partners, kinderen, broers, zussen of collega’s die als eerste aanvoelen dat er iets verandert. Dat kan leiden tot spanningen, ruzies of onbegrip, juist omdat de oorzaak nog niet duidelijk is.
Volgens experts zorgt dit er ook voor dat de diagnose vaak pas laat wordt gesteld. Als iemand zelf niet inziet dat er iets mis is, is de stap naar de huisarts vaak groter. En als de omgeving de signalen niet herkent als mogelijk neurologisch probleem, wordt er soms vooral gedacht aan stress, karakterverandering of psychische klachten.
Wanneer is het verstandig om hulp te zoeken?
Een keer extra trek hebben in zoet of vet eten betekent natuurlijk niet automatisch dat er sprake is van dementie. Ook gedragsveranderingen kunnen veel verschillende oorzaken hebben. Toch is het verstandig om alert te zijn wanneer meerdere signalen tegelijk opvallen, zeker als iemand duidelijk anders wordt dan voorheen.
Wordt een partner, ouder of familielid bijvoorbeeld opvallend impulsief, sociaal ongepast, emotioneel vlak of obsessief? Verandert het eetgedrag ineens sterk? Is er veel minder rem op eten, drinken of roken? En lijkt iemand zelf niet door te hebben dat er iets verandert? Dan kan het verstandig zijn om dit met de huisarts te bespreken.
Vroege herkenning is belangrijk, ook al is dementie niet te genezen. Een tijdige diagnose kan helpen om duidelijkheid te krijgen, de juiste begeleiding te starten en de omgeving beter voor te bereiden op wat er komt.
Niet negeren omdat het ‘gewoon gedrag’ lijkt
Juist omdat frontotemporale dementie vaak begint met gedragsveranderingen en niet met vergeetachtigheid, wordt de aandoening regelmatig gemist. En dat is zonde, want hoe eerder duidelijk wordt wat er speelt, hoe beter zorg en ondersteuning kunnen worden afgestemd.
Sterke trek in zoet, vet of koolhydraatrijk eten klinkt misschien onschuldig, maar kan in combinatie met andere veranderingen wel degelijk een belangrijk signaal zijn. Zeker als iemand ook socialer ontremd raakt, minder empathie toont of moeite krijgt met plannen en grenzen.
Wie zulke veranderingen herkent bij zichzelf of iemand in de omgeving, doet er goed aan niet te lang te wachten. Soms zit er iets anders achter, maar als het wél om een vroege vorm van dementie gaat, is het belangrijk om er op tijd bij te zijn.







