Automobilisten beginnen 2026 met een onaangename verrassing aan de pomp. De benzineprijzen stijgen opnieuw, vooral door een verhoging van de accijns per 1 januari. In de media en op sociale platforms vliegen de bedragen en percentages inmiddels rond, maar niet alles wat wordt geroepen klopt ook. Tijd om de feiten te scheiden van de aannames en te kijken wat er nu werkelijk verandert.
Accijnsverhoging per 1 januari 2026: dit staat vast
Dat de accijns op benzine omhooggaat, is geen gerucht maar beleid. Vanaf 1 januari 2026 stijgt de accijns met ongeveer 5,5 cent per liter. Voor diesel gaat het om een verhoging van circa 3,5 cent per liter. Deze stijging is het gevolg van het gedeeltelijk terugdraaien van de tijdelijke accijnsverlaging die in 2022 werd ingevoerd om de gevolgen van hoge energieprijzen te dempen.
Die korting was altijd bedoeld als tijdelijk. Het kabinet heeft nu besloten die stap voor stap af te bouwen. Dat betekent dat iedere liter brandstof structureel duurder wordt, los van wat de olieprijs doet.
De pompprijs stijgt, maar niet met 5,5 procent
Een veelgehoorde bewering is dat de benzineprijs met ongeveer 5,5 procent stijgt. Dat klinkt logisch, maar klopt niet. Accijns is een vast bedrag per liter en geen percentage van de prijs.
Bij een benzineprijs van €2,00 per liter betekent een verhoging van 5,5 cent een stijging van ongeveer 2,75 procent. Zelfs bij iets lagere prijzen blijft het effect onder de 3 procent. Het genoemde percentage wordt vaak herhaald, maar is rekenkundig onjuist.
Dat maakt de maatregel niet onschuldig, maar het is belangrijk om het effect correct te duiden. Overdrijven helpt het debat niet vooruit.

Prijzen rond €2,10 tot €2,15 zijn mogelijk, maar niet automatisch
Er wordt veel gesproken over benzineprijzen van €2,10 tot €2,15 per liter in januari 2026. Die bedragen zijn zeker niet uitgesloten, maar ze zijn ook niet uitsluitend het gevolg van de accijnsverhoging.
De prijs aan de pomp bestaat uit meerdere componenten: de olieprijs, raffinagekosten, transport, winstmarges en btw. De accijns komt daar als vaste laag bovenop. Als de olieprijs daalt of marges onder druk staan, kan een deel van de accijnsverhoging worden opgevangen. Bij geopolitieke spanningen of productieverstoringen kan de prijs juist veel harder stijgen, ook zonder nieuwe belastingen.
De accijnsverhoging maakt de ondergrens hoger, maar bepaalt niet in zijn eentje de uiteindelijke prijs.
Gaat de extra opbrengst echt naar het openbaar vervoer?
Politiek wordt vaak gesteld dat hogere brandstofbelastingen bijdragen aan investeringen in het openbaar vervoer. Dat klinkt logisch, maar financieel ligt het anders. Accijnzen vloeien in Nederland naar de algemene middelen. Er bestaat geen directe koppeling tussen benzineaccijns en ov-financiering.
Het kabinet kan besluiten extra geld vrij te maken voor spoor, bus of metro, maar dat is een politieke keuze en geen automatische doorvertaling. Het idee dat iedere extra cent aan de pomp direct in het openbaar vervoer belandt, is dus vooral een communicatief frame.
Europese CO2-heffing ETS2: relevant, maar vaak verkeerd uitgelegd
Naast nationaal beleid wordt ook gewezen op Europese plannen. Vanaf 2027 of 2028 wordt het ETS2-systeem ingevoerd, een CO2-emissiehandel voor onder meer brandstoffen voor wegverkeer en gebouwen. Brandstofleveranciers moeten dan emissierechten aanschaffen, wat de kosten kan verhogen.
Wat dat concreet betekent voor automobilisten, staat nog niet vast. De prijs van CO2-rechten fluctueert en de mate waarin kosten worden doorberekend aan consumenten verschilt per markt. Schattingen lopen uiteen van enkele centen tot meer dan tien cent per liter op langere termijn.
Het is terecht om ETS2 te benoemen als toekomstige factor, maar onjuist om nu al met vaste bedragen te rekenen.

Heeft het zin om nog snel te tanken voor 1 januari?
De vraag duikt elk jaar op: moet je nog snel tanken voor de prijsstijging ingaat? Rekenmatig gezien levert dat een beperkt voordeel op. Bij een volle tank van 50 liter scheelt 5,5 cent per liter ongeveer €2,75.
Dat is geen verwaarloosbaar bedrag, maar ook geen structurele besparing. De echte kosten zitten in beleid dat zich opstapelt over meerdere jaren, niet in het verschil tussen twee kalenderdagen.
Wat verandert er nu echt voor automobilisten?
De kern is helder. Brandstof wordt duurder door beleid, niet door toeval. De accijnsverhoging per 1 januari 2026 is een vaststaand feit en verhoogt de basisprijs aan de pomp. Wat daarbovenop gebeurt, hangt af van internationale markten, geopolitiek en toekomstige Europese maatregelen.
Wie verwacht dat de prijzen vanzelf weer structureel dalen, houdt zichzelf voor de gek. Tegelijkertijd is het onjuist om elke prijsstijging direct toe te schrijven aan één politieke maatregel of om met overdreven percentages te strooien.
Een debat dat eerlijker gevoerd mag worden
De discussie over brandstofprijzen raakt vrijwel iedereen die afhankelijk is van de auto. Juist daarom verdient het onderwerp een eerlijker en feitelijker debat, zonder rekenfouten of simplificaties. Beleidskeuzes mogen kritisch worden bekeken, maar wel op basis van correcte cijfers.
De vraag is niet alleen wat benzine kost, maar ook hoe mobiliteit in Nederland betaalbaar blijft voor mensen die geen realistisch alternatief hebben. Dat gesprek is relevanter dan ooit.
Wat vind jij: is deze accijnsverhoging gerechtvaardigd of raakt ze vooral de verkeerde groep? Praat mee en laat je mening achter op Facebook.





