In Den Haag groeit de discussie over een wetsvoorstel dat politieke partijen zou verplichten een vorm van interne democratie te organiseren. Volgens initiatiefnemer Joost Sneller (D66) moet het partijstelsel daarmee transparanter en democratischer worden. De maatregel zou vooral gevolgen hebben voor de PVV, de enige partij in de Tweede Kamer zonder ledenstructuur. Uit een rondgang van De Telegraaf blijkt dat er mogelijk al een Kamermeerderheid in de maak is voor het plan, al is de steun nog niet definitief.
Achtergrond en context
De PVV kent sinds haar oprichting een unieke organisatievorm: Geert Wilders is het enige lid. Die constructie is bekend bij kiezers en politieke tegenstanders en is onder het huidige recht toegestaan. Voorstanders zeggen dat deze structuur de partij koersvast houdt en interne machtsstrijd of beïnvloeding door belangengroepen voorkomt. Critici stellen daar tegenover dat transparantie en interne controle ontbreken wanneer leden geen invloed kunnen uitoefenen op de koers en de kandidatuur van vertegenwoordigers.
De discussie past in een breder debat over de modernisering van het partijstelsel, zoals eerder beoogd in voorstellen rond een nieuwe Wet op de politieke partijen. Daarin wordt onder meer gekeken naar partijfinanciering, toezicht en basale organisatorische waarborgen. De kernvraag: in hoeverre mag of moet de wetgever voorschrijven hoe partijen intern zijn ingericht, zonder de vrijheid van vereniging te beperken.
Het voorstel van D66
Het D66-plan beoogt politieke partijen te verplichten tot een minimum aan interne democratie. In de praktijk zou dat betekenen dat partijen leden moeten kunnen toelaten en hen een vorm van inspraak moeten geven in bijvoorbeeld het vaststellen van de kandidatenlijsten of het kiezen van de partijleider. Voor de PVV, die bewust zonder leden functioneert, zou dat een fundamentele organisatorische wijziging zijn.
Volgens voorstanders is dit noodzakelijk om de legitimiteit van partijen te vergroten. Zij stellen dat partijen een publieke rol vervullen en daarom aan minimale democratische eisen moeten voldoen. Tegenstanders vrezen dat wettelijke dwang afbreuk doet aan de vrijheid van partijen om zichzelf te organiseren, en waarschuwen dat de politieke diversiteit juist kan afnemen wanneer alle partijen in hetzelfde keurslijf worden gedwongen.
Politieke steun en twijfels
Het voorstel lijkt steun te krijgen van GroenLinks-PvdA, het CDA, de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie en Volt. Samen zijn zij volgens de huidige zetelverdeling goed voor 71 zetels. Daarmee is de meerderheid dichtbij. Of die er ook komt, hangt naar verwachting mede af van de VVD. Partijleider Dilan Yesilgöz sprak zich in de campagne positiever uit over het idee van interne democratie, maar binnen de partij bestaan twijfels over de praktische en politieke gevolgen, zeker omdat de VVD op dit moment met de PVV samenwerkt in de Kamer.
Mocht de VVD aansluiten, dan kan er snel een meerderheid ontstaan. Doet de partij dat niet, dan wordt het spannend of het voorstel voldoende draagvlak vindt bij kleinere fracties of bij partijen die principiële bezwaren hebben tegen het opleggen van een ledenstructuur.
Juridische vragen en de rol van de Raad van State
Verschillende partijen willen de Raad van State om advies vragen voordat ze een definitief standpunt innemen. Centraal daarbij staat de vraag in hoeverre de wetgever mag voorschrijven hoe een vereniging – in dit geval een politieke partij – intern is georganiseerd. De vrijheid van vereniging is in Nederland grondwettelijk beschermd. Juristen wijzen er doorgaans op dat beperkingen mogelijk zijn als daarvoor een voldoende zwaarwegend publiek belang bestaat, maar dat zulke beperkingen wel proportioneel en nauwkeurig gemotiveerd moeten zijn.
Als de Raad van State groen licht geeft of de deur op een kier zet, kan het voorstel relatief snel naar de Kamer voor inhoudelijk debat en stemming. Als het advies kritisch is, kan dat leiden tot aanpassing of vertraging.
Kritiek en zorgen bij tegenstanders
Uit de oppositie én enkele partijen buiten het brede midden klinken bedenkingen. SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer benadrukt dat het goed is wanneer partijen leden betrekken, maar vraagt zich af of de overheid dat mag of moet afdwingen. Ook de SP uit bezwaren, met name vanuit het perspectief van het verenigingsrecht: partijen zijn private verenigingen en kiezen hun eigen structuur; kiezers bepalen uiteindelijk of ze dat aanvaarden.
Daarnaast wijzen critici op mogelijke onbedoelde effecten als partijen met ledenstructuur verplicht worden. Zij vrezen dat massale aanmeldingen met het doel om de koers te beïnvloeden of te verstoren – bijvoorbeeld door politieke tegenstanders of actiegroepen – tot interne onrust kunnen leiden. Verder wordt gevreesd voor versplintering door strijd tussen verschillende vleugels, en voor het risico dat partijen meer opgaat in het bestaande partijsysteem door de opkomst van interne machtstructuren en carrièrepaden. Deze zorgen worden met name uitgesproken door aanhangers van de PVV, maar ook door enkele partijen die los van de PVV principiële bezwaren hebben tegen extra staatsregulering van interne partijzaken.
Vanuit 50Plus klonk de vraag, gesteld door Jan Struijs, of het voorstel bedoeld is om de democratie te versterken of om de PVV te treffen. Voorstanders ontkennen dat het plan zich op één partij richt en spreken over algemene, voor alle partijen geldende waarborgen. Tegenstanders vermoeden echter dat de maatregel vooral de PVV raakt en daarmee in de praktijk een gerichte impact heeft.
Wat staat er op het spel
De inzet van dit debat is groter dan de organisatie van één partij. Het gaat over de balans tussen publiek belang en partijautonomie, en over de vraag of kiezers of wetgevers in laatste instantie moeten toetsen wat een acceptabele partijstructuur is. Een definitief besluit kan precedentwerking hebben voor toekomstige regels rond politieke partijen, bijvoorbeeld op het gebied van financiering, transparantie en toezicht.
Politiek gezien kan de uitkomst doorwerken in de verhoudingen tussen de PVV en partijen die met haar samenwerken of afspraken maken. Als de VVD het voorstel steunt, kan dat de relatie met de PVV onder druk zetten. Als de liberalen zich tegen het plan keren, kan dat juist leiden tot kritiek vanuit partijen die al langer pleiten voor meer interne democratie bij alle partijen.
Vervolg en vooruitblik
De komende weken wordt duidelijk of er een formeel voorstel met uitgewerkte artikelen en toelichting naar de Kamer komt en wanneer het advies van de Raad van State wordt gevraagd. Daarna volgt vermoedelijk een stevig inhoudelijk debat over de reikwijdte en de proportionaliteit van de maatregel. Ook zal de vraag centraal staan of de wet neutraal en algemeen genoeg is om stand te houden, of dat zij in de praktijk vooral één partij raakt.
Voorlopig is de conclusie dat het voorstel politieke steun kan vinden, maar dat juridische hobbels en principiële bezwaren nog serieuze drempels vormen. Of partijen bereid zijn die te nemen, zal afhangen van het advies van de Raad van State, de uiteindelijke tekst van het voorstel en de politieke afwegingen in het huidige krachtenveld. We volgen het debat en de eerste reacties zodra er meer duidelijkheid is. Wat vindt u: moet interne democratie bij partijen wettelijk verplicht worden, of hoort die keuze bij de kiezer? Laat het ons weten via onze sociale media.
Bron: dagelijksestandaard.nl





