Het plan van het kabinet om te besparen op de bijstand oogst felle kritiek: volgens economen, onderzoekers en de Nationale ombudsman kost het op termijn juist meer geld en treft het precies de mensen die het minste te besteden hebben.
Wat er op tafel ligt
De Wet proactieve dienstverlening moet overheden in staat stellen gegevens te delen met gemeenten, zodat die gericht mensen kunnen benaderen die recht hebben op regelingen. Denk aan aanvullingen op AOW, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en, in de oorspronkelijke opzet, ook de algemene bijstand.
In de voorjaarsnota kwam de ommezwaai: het kabinet sluit de algemene bijstand uit van die proactieve aanpak. De redenering is simpel én pijnlijk tegelijk: wie niet wordt benaderd, vraagt minder vaak aan. Verwachte besparing: dertig miljoen per jaar.
Waarom dit zo gevoelig ligt
Al jarenlang benut een groot deel van de rechthebbenden de bijstand niet. Onderzoekers schatten dat ongeveer 35 procent niets aanvraagt, vaak door onwetendheid of schaamte. Omgerekend zijn dat zo’n 210.000 mensen, inclusief gezinnen, die elke maand geld laten liggen.
De oorzaken zijn bekend en hardnekkig: ingewikkelde regels, stapels formulieren, en angst voor terugvorderingen wanneer er iets misgaat. Veel werkenden met lage lonen weten bovendien niet dat zij, ondanks hun baan, toch recht hebben op een aanvullende uitkering.

Kritiek vanuit wetenschap en toezicht
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de Staatscommissie rechtsstaat en diverse onderzoeksbureaus in opdracht van de overheid trekken al jaren aan de bel: het stelsel is te complex, onvoorspelbaar en dus ontoegankelijk voor wie het het hardst nodig heeft.
Juist daarom moest de nieuwe wet het gat dichten met actief benaderen van burgers. Door de bijstand daarvan uit te zonderen, ondergraaft het kabinet volgens critici de kern van de hervorming: voorkomen dat mensen onnodig in armoede blijven steken.
De ombudsman is onverbiddelijk
Nationale ombudsman Reinier van Zutphen spaart de woorden niet. Volgens hem worden juist de allerarmsten geraakt: mensen die moeten kiezen tussen brood of schoenen voor de kinderen. Hij stuurde een scherpe brief aan minister Aartsen van Werk en Participatie.
Zijn kernboodschap: de overheid mag nooit rekenen op niet-gebruik van rechten om de begroting sluitend te maken. Dat is onbehoorlijk bestuur, zegt hij, en het vergroot het wantrouwen bij precies die groep die al op haar tandvlees loopt.
De financiële rekensom
Het ministerie van Sociale Zaken bevestigt dat er op de proactieve dienstverlening wordt gekort. De reden: er is meer geld nodig voor WIA-aanvragen, dus moet elders worden bezuinigd. Daardoor ontbreekt budget om gegevensuitwisseling voor extra bijstandsgebruik op te tuigen.
Volgens economen is dat penny wise, pound foolish. Niet-gebruik leidt tot geldstress, ziekteverzuim en productiviteitsverlies. Mensen komen sneller in betalingsproblemen en schulden, met maatschappelijke kosten die uiteindelijk toch bij de overheid en gemeenten belanden.
De prijs van problematische schulden
Er is geen hard prijskaartje voor het niet-gebruik van uitkeringen, maar er is wel een stevige aanwijzing. Onderzoek naar problematische schulden raamt de maatschappelijke kosten op minstens 8,5 miljard euro per jaar, grofweg één procent van het bbp.
Juist actief informeren over rechten, zoals bijstand, helpt die schulden te voorkomen, staat in dat rapport. Door de bijstand uit te zonderen zet het kabinet daar een dikke streep door, met risico’s van stapelende problemen in huishoudens die al wankelen.
Wat onderzoekers zeggen
Econoom Jasper J. van Dijk van het Instituut voor Publieke Economie noemt het een heel onverstandige maatregel als je wilt besparen. Als mensen niet krijgen waar ze recht op hebben, volgt vaak stress, verzuim, lagere productiviteit en onbetaalde rekeningen.
Precies bij deze groep loopt de emmer het snelst over, zegt hij: werkende armen en huishoudens onder het bestaansminimum. Een onverwachte tandartsrekening of kapotte wasmachine kan dan genoeg zijn om in een dure schuldenspiraal te belanden.
Signaal aan burgers
Onderzoeker staats- en bestuursrecht Fatma Çapkurt (Universiteit Leiden) noemt het besluit een raar signaal: de overheid rekent erop dat burgers geen gebruik maken van voorzieningen waar ze al recht op hebben. Bezuinigen over de rug van kwetsbaren, noemt zij dat.
Het ondermijnt bovendien het idee dat de overheid toegankelijk en betrouwbaar is, juist voor wie de drempel al hoog vindt. Als het systeem ingewikkeld blijft én de overheid niet helpt, waarom zou je dan nog aankloppen voor ondersteuning die toekomt?
Wat er nog wel doorgaat
De Wet proactieve dienstverlening staat nog steeds gepland voor 1 juli. De Tweede Kamer stemt er later deze maand over. Voor delen van het stelsel, zoals aanvullingen op onvolledige AOW, blijft de proactieve benadering dus wél overeind.
Maar de algemene bijstand valt volgens het huidige kabinetsplan buiten de boot. En dat weegt zwaar, omdat daar veel niet-gebruik zit. Mensen met lage lonen of wisselende inkomsten missen de begeleiding richting het vangnet waar ze recht op hebben.
De vraag naar preventie
Achter de discussie schuilt een klassieke beleidsvraag: investeren we in preventie of betalen we later de rekening van problemen die uit de hand lopen? Armoede en schulden bestrijden achteraf is notoir duurder dan voorkomen dat mensen die val maken.
Veel experts pleiten daarom voor eenvoudiger regels en waar mogelijk automatisch toekennen van rechten. Zo haal je drempels weg zonder dat mensen zelf moeten zoeken. De proactieve wet was zo’n tussenstap. Schrappen bij bijstand voelt als pas op de plaats.
Wat nu op het spel staat
De inzet is groter dan een besparing van dertig miljoen. Het gaat om het signaal richting burgers, om vertrouwen in de overheid en om de rekening op lange termijn. Binnen enkele weken bepaalt de Kamer of het plan blijft liggen.
Tot die tijd blijft één vraag knagen: willen we dat hulp pas komt als het misgaat, of juist net daarvoor? Benieuwd hoe jij hiernaar kijkt. Laat vooral van je horen op onze sociale kanalen—we gaan graag in gesprek.
Bron: nos.nl





