Wie net klaar is met studeren en meteen kiest voor vier dagen werk, kan rekenen op tegenwind uit Den Haag. VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans vindt dat Nederland zich die keuze simpelweg niet langer kan veroorloven.
Hij zei het woensdag tijdens de Binnenhoflezing, het jaarlijkse podium waarop politici hun ideeen uitventen. Zijn boodschap was tweeledig: de vijfdaagse werkweek moet terug als norm, en de overheid moet zelf flink krimpen.
De jonge parttimer krijgt de wind van voren
Brekelmans schetste een beeld dat veel werkgevers zullen herkennen: jongeren die vlak na hun diploma al vragen om een contract van vier dagen, soms zelfs drie. Geen kinderen, geen gezondheidsklachten, wel meteen minder werken.
“Daar redden we het dus niet mee”, stelde hij daarover. Volgens de VVD’er is het geen individueel probleem maar een collectief: als een hele generatie zo begint, loopt het land vast op de dingen die nog gedaan moeten worden.
Vijf dagen moet weer de standaard worden
De kern van zijn pleidooi is dat de vijfdaagse werkweek opnieuw het uitgangspunt wordt. Niet als uitzondering voor de fanatiekelingen, maar als vertrekpunt voor iedereen die geen zwaarwegende reden heeft om minder te werken.

Dat is een opvallende koers in een land waar parttime werken juist diep is ingeburgerd. Brekelmans keert die gewoonte om: wie voltijd kan werken, zou dat volgens hem ook gewoon moeten doen.
De cijfers waarmee hij zijn punt maakt
Om zijn betoog te onderbouwen, stapelde Brekelmans de getallen op. Er staan nog ruim 400.000 vacatures open, terwijl er tegelijk 200.000 mensen in de WW zitten en 400.000 mensen een bijstandsuitkering ontvangen.
Daar komt volgens hem een groep van 880.000 arbeidsongeschikten bij. Die combinatie van openstaand werk en mensen langs de zijlijn kan Nederland zich als land “niet veroorloven”, vindt de fractievoorzitter.
Een blik op de Chinese werkcultuur
Voor het contrast greep Brekelmans naar het buitenland. Bij Chinese techbedrijven wordt volgens hem zes dagen per week gewerkt, van negen uur ‘s ochtends tot negen uur ‘s avonds. Bij elkaar 72 uur per week.
Hij haastte zich eraan toe te voegen dat dat hier niet het doel is. “Nu moeten wij in geen enkel opzicht een tweede China worden”, zei hij. Maar het verschil met de Nederlandse discussie vindt hij wel groot.
Vakbonden willen juist de andere kant op
Want terwijl elders de uren zich opstapelen, wordt in Nederland gesproken over minder werken. Vakbonden pleiten voor een stap van de 36-urige naar de 32-urige werkweek, iets waar Brekelmans zich hoorbaar aan stoort.
Zijn tegenvraag was retorisch bedoeld: hoe laat je met 32 uur per week bedrijven groeien, meer ouderen verzorgen, 100.000 huizen bouwen of de krijgsmacht opbouwen? Volgens hem rijmt die rekensom eenvoudigweg niet.
Waarom deze lezing meer is dan een praatje
De Binnenhoflezing is een eer die jaarlijks rouleert onder politici. In de praktijk wordt het moment vaak gebruikt om alvast een schot voor de boeg te geven richting de debatten die na Prinsjesdag losbarsten.
Dat maakt de woorden van Brekelmans interessanter dan een losse mening. Prinsjesdag valt volgende week en zijn partij heeft meegeschreven aan de plannen, dus zijn thema’s zijn niet willekeurig gekozen.
Ook het ambtenarenapparaat moet eraan
Naast de werkweek richtte Brekelmans zijn pijlen op de overheid zelf. Het aantal ambtenaren is toegenomen en dat past niet bij het VVD-ideaal van een kleine, slagvaardige overheid. Het personeelsbestand moet volgens hem fors inkrimpen.
“Nu worden alsmaar meer mensen aangenomen”, constateerde hij. Zijn analyse: meer personeel betekent meer overleg, en meer overleg betekent dat besluiten langer op zich laten wachten dan nodig is.
Van beleidsmachine naar procesfabriek
Die traagheid vatte hij samen in een beeld dat blijft hangen. “De overheid is een grote procesfabriek geworden”, zei Brekelmans over de manier waarop in Den Haag en bij uitvoeringsorganisaties gewerkt wordt.
Het is een verwijt dat vaker klinkt, maar zelden zo bondig. Volgens hem gaat er te veel energie zitten in het proces en te weinig in het resultaat waar burgers uiteindelijk iets aan hebben.
Harde doelen en mogelijke vacaturestops
Concreet wil Brekelmans dat elk ministerie en elke overheidsinstelling harde doelen krijgt om te besparen. Geen vrijblijvende ambities dus, maar afspraken waarop bewindspersonen en bestuurders daadwerkelijk kunnen worden afgerekend.
Daar hoort volgens hem ook een gevoelig instrument bij. “Overweeg vacaturestops waar dat kan”, zei hij. Wie dus hoopt op een baan bij de overheid, krijgt daarmee een minder rooskleurig vooruitzicht geschetst.
Kunstmatige intelligentie als hulptroep
Krimpen zonder chaos vraagt volgens Brekelmans om technologie. Hij pleit voor meer inzet van AI binnen de overheid, waarmee het werk volgens hem niet alleen sneller maar ook aangenamer zou moeten worden.
Zijn inschatting is stevig: minstens 20 procent efficienter, en het werk zou er bovendien leuker van worden. Hoe die winst precies gemeten moet worden, liet hij in zijn lezing verder open.
Wat dit betekent voor de gemiddelde werknemer
Voor wie nu drie of vier dagen werkt, verandert er door een lezing natuurlijk niets. Toch zegt het iets over de richting waarin de grootste regeringspartij het arbeidsdebat de komende tijd wil duwen.
De spanning is duidelijk: aan de ene kant vakbonden die naar 32 uur willen, aan de andere kant een VVD die vijf dagen weer als vanzelfsprekend ziet. Daar zit geen makkelijk compromis tussen.
Prinsjesdag als eerstvolgende proef
Volgende week wordt duidelijk hoeveel van deze ideeen daadwerkelijk in de kabinetsplannen terechtkomt. De begroting laat zich moeilijker wegwuiven dan een speech, en daar begint het echte politieke gevecht.
Tot die tijd blijft de vraag hangen die Brekelmans zelf opriep. Kan een land met een krappe arbeidsmarkt en grote opgaven doorgaan zoals het gaat, of moet er inderdaad een dag bij?
Bron: ad.nl





