Het nieuwe minderheidskabinet van VVD, D66 en CDA is nog niet eens officieel rond, maar de zenuwen staan strak gespannen. Vooral VVD-leider Dilan Yesilgöz ligt onder een vergrootglas: volgens meerdere betrokkenen is haar ‘gunfactor’ in de Kamer minimaal, en dat maakt samenwerking stroef.
In die context duiken geruchten op over een politiek zeer praktische oplossing: bied Yesilgöz een ministerspost aan, zodat ze geen fractievoorzitter wordt en de Kamer verlaat. Dat zou de deur naar steun van GroenLinks-PvdA op cruciale dossiers verder open moeten zetten.
Spanning in de coalitie
De drie partijen weten dat een minderheidskabinet alleen kan functioneren met vaste wisselstemmen uit de oppositie. Dat vraagt om soepelheid in toon en tactiek. Precies daar wringt het: de verhoudingen met GroenLinks-PvdA zijn door eerdere botsingen al broos.
In formatietermen is dat gevaarlijk. Als coalitiepartijen intern al worstelen met vertrouwen, wordt elk debat buiten de deur een mijnenveld. Een misrekening kost direct steun, en daarmee de kans om wetgeving überhaupt door de Tweede Kamer te loodsen.
Yesilgöz als struikelblok
De VVD-leider staat bekend om haar scherpe profiel, geliefd onder eigen achterban, maar niet altijd handig voor het smeden van tijdelijke meerderheden. Insiders spreken van een ‘nul gunfactor’ in de Kamer, een stevig signaal in een krap politiek speelveld.
Dat imago is mede gevormd door eerdere kritiek op linkse plannen, vooral van GroenLinks-PvdA. Waar de VVD daarmee het eigen profiel aanscherpte, is tegelijkertijd de bereidheid bij potentiële gedoogpartners geslonken. In een minderheidsconstructie is dat een risico.
Waarom de gunfactor telt
De gunfactor is het ongeschreven smeermiddel van de Haagse politiek. Het draait om vertrouwen, beleefdheden, en het idee dat je elkaar iets gunt, zelfs als je het inhoudelijk oneens bent. Zonder dat, stokt elk compromis na het eerste conflict.
Zeker in de Tweede Kamer, waar wisselende meerderheden worden gezocht, is die zachte factor cruciaal. Partijen stemmen niet alleen op tekst, maar ook op gevoel: past dit voorstel, op dit moment, van deze persoon? Persoonlijke relaties kunnen dan het verschil maken.
Wegpromoveren als strategie
Om de onderlinge verhoudingen te ontzien, klinkt de suggestie om Yesilgöz een ministerspost te geven. Daarmee verdwijnt zij uit de frontlinie in de Kamer en wordt de directe spanning met oppositiepartijen mogelijk kleiner, zo redeneren coalitiepartners.
Die stap is politiek niet ongebruikelijk. Een prominente partijleider in het kabinet kan de boel juist stabiliseren, mits de portefeuilleverdeling logisch is. Het verlegt het strijdtoneel van de plenaire arena naar de ministerraad, waar discretie de norm is.
Wat d66 wil
Bij D66 klinkt dat het “dienstig” zou zijn als Yesilgöz afziet van het fractievoorzitterschap. Die formulering is veelzeggend: de partij ziet ruimte om de onderhandelingssfeer te verzachten en denkt dat dit scenario de beste kans biedt op werkbare compromissen.
Tegelijk wil D66 voorkomen dat elke belangrijke stemming verandert in een publiciteitsgevecht. Een wat minder geprofileerde VVD-voorman of -vrouw in de Kamer kan de scherpte uit debatten halen en de focus verleggen naar inhoud en haalbare tussenstappen.
Cda zet vraagtekens
Het CDA wijst er fijntjes op dat een minderheidskabinet zonder gunfactor gedoemd is tot geharrewar. Zij missen die bij Yesilgöz, zeggen betrokkenen. Dat is niet per se een oordeel over beleid, maar over de haalbaarheid van samenwerking op dag-tot-dag-basis.
Voor het CDA is voorspelbaarheid belangrijk. Elke kabinetsweek hoort met kleine successen te eindigen, niet met nieuwe loopgraven. Als de coalitie voortdurend afhankelijk is van GroenLinks-PvdA, wil het CDA maximale kans op middenterrein, niet op escalatie.
Zuur met groenlinks-pvda
De verhoudingen met GroenLinks-PvdA zijn koel. Yesilgöz bestempelde plannen van de linkse combinatie eerder als radicaal, waarmee zij de ideologische afstand markeerde. Voor echte steun is echter vaak meer nodig dan alleen inhoudelijke concessies: ook vertrouwen telt zwaar.
Bij GroenLinks-PvdA speelt bovendien de achterban mee. Meewerken aan een centrumrechtse coalitie leidt al snel tot kritiek. Als de boegbeelden van die coalitie ook nog hard in het debat staan, verkleint dat de speelruimte voor constructieve support verder.
Wat betekent dit voor de kamer
Als Yesilgöz fractievoorzitter blijft, komt de confrontatie vaak op het hoogste podium terecht. Elke wet, elke motie, elk debat wordt persoonlijker. Dat kan de achterban mobiliseren, maar het maakt spelen op de inhoud juist lastiger en trager.
Verdwijnt zij naar een ministerie, dan verandert het speelveld. De VVD-fractie krijgt een andere leider, mogelijk met een zachtere stijl, terwijl Yesilgöz haar politieke gewicht kan inzetten in de ministerraad, waar compromissen achter de schermen worden gesmeed.
Welke portefeuille past
Geruchten suggereren dat Yesilgöz openstaat voor een ministerspost. Welke portefeuille passend is, hangt af van de coalitiebalans: Justitie en Veiligheid ligt voor de hand qua profiel, maar ook Economische Zaken of Klimaat kunnen strategisch interessant zijn.
De keuze is meer dan symboliek. Een sterke portefeuille geeft ruimte om resultaten te boeken en bruggen te slaan naar oppositiepartijen. Tegelijk wil de coalitie voorkomen dat één ministerie een te uitgesproken toon zet die elders weer frictie veroorzaakt.
Minderheidskabinetten in perspectief
Nederland kent de minderheidsformule, maar hij is delicaat. Rutte I draaide op gedoogsteun en was kwetsbaar zodra die steun wankelde. Lokettenpolitiek – per onderwerp wisselende meerderheid – werkt alleen met voldoende vertrouwen tussen mensen en fracties.
Een minderheidskabinet van VVD, D66 en CDA is een serieuze gok op bestuurlijke wendbaarheid. Daar hoort politieke hoffelijkheid bij, inclusief de bereidheid om grote ego’s net iets vaker te parkeren. Zonder die discipline eindigt elk dossier in patstelling.
Wat er op het spel staat
De agenda is zwaar: koopkracht, woningbouw, klimaat, migratie, zorg. Elk dossier vergt deals over meerdere partijen heen. Een slechte start vreet energie, kost tijd en vergroot de kans dat het kabinet al snel in een overlevingsmodus belandt.
Andersom kan een strak begin vertrouwen opbouwen. Als de coalitie snel een paar zichtbare resultaten boekt, worden volgende compromissen makkelijker. De vraag is of personele keuzes – inclusief de rol van Yesilgöz – die vliegwielwerking mogelijk maken.
Interne partijdynamiek
Voor de VVD is het wegpromoveren van de partijleider geen triviale stap. Het vraagt uitleg aan leden en kiezers: waarom in het kabinet, en niet frontaal in de Kamer? Tegelijk is het precedent er: meerdere partijleiders combineerden leiderschap en ministerschap.
De afweging is strategisch. In de Kamer kan Yesilgöz de VVD scherp profileren, in het kabinet kan ze besturen en dealen. Welke rol op dit moment meer oplevert – voor partij én coalitie – is de vraag waar alles om draait.
Signalen en scenario’s
Yesilgöz houdt zelf de kaarten tegen de borst. Officieel ligt niets vast, maar de lekken en geluiden zijn te consistent om te negeren. Binnen D66 en het CDA groeit het gevoel dat een ministerspost de minste wrijving oplevert in de opstartfase.
Kiest de VVD voor een andere fractievoorzitter, dan ontstaat ruimte voor een nieuwe toon in de Kamer. Tegelijk kan Yesilgöz als minister laten zien dat ze kan verbinden zonder haar profiel te verliezen. Dat is de puzzel waar men nu op kauwt.
Hoe nu verder
De komende dagen zijn beslissend. Portefeuilles, personele puzzels en een eerste politieke agenda moeten in elkaar klikken. Wie waar gaat zitten, vertelt meteen het verhaal dat de coalitie wil uitdragen: conflict beheersen, of conflict omarmen als stijlmiddel.
Als het kabinet slim is, kiest het voor rust en resultaat. Dan past een rolverdeling die spanning dempt en steun vergroot. Wat vind jij: hoort Yesilgöz in het kabinet of in de Kamer? Laat je reactie achter op onze sociale media.
Bron: dagelijksestandaard.nl





