De oorlog tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran duurt inmiddels tien dagen en wordt steeds groter en complexer. Wat begon als een militair conflict in het Midden-Oosten lijkt nu ook dichter bij Europa te komen. Dat zorgt voor groeiende zorgen bij Europese landen, zeker nadat Turkije een Iraanse ballistische raket uit zijn luchtruim heeft neergeschoten. Volgens veel analisten laat dit zien dat de oorlog zich verder verspreidt dan aanvankelijk werd gedacht.
De situatie staat haaks op uitspraken van de Amerikaanse president Donald Trump, die eerder beweerde dat de Verenigde Staten de oorlog al aan het winnen zijn. In werkelijkheid lijkt Iran zich juist te hebben voorbereid op een langdurige uitputtingsslag tegen militair sterkere tegenstanders.
Voorbereid op een lange oorlog
Iran wist al jaren dat het moeilijk zou zijn om in een traditionele oorlog te winnen van landen als de Verenigde Staten en Israël, die beschikken over veel geavanceerdere legers en technologie. Daarom heeft Teheran volgens defensie-experts een andere strategie ontwikkeld.
Een belangrijk onderdeel van die strategie is het verspreiden van de Islamitische Revolutionaire Garde over verschillende delen van het land. Door deze militaire organisatie niet op één centrale plek te concentreren, kan Iran blijven opereren, zelfs als belangrijke leiders worden uitgeschakeld.
Hoewel de Verenigde Staten hebben aangekondigd dat ze een zware klap hebben uitgedeeld aan de Iraanse leiding met de dood van ayatollah Ali Khamenei, betekent dat volgens kenners niet dat de militaire capaciteit van Iran verdwenen is. De Revolutionaire Garde blijft namelijk functioneren via een gedecentraliseerd systeem, waardoor het moeilijker wordt om de organisatie volledig uit te schakelen.
Aanvallen gaan door
Ondertussen blijven de gevechten doorgaan. Iran heeft opnieuw raketten afgevuurd op Israël, waarbij in verschillende steden luchtalarmen afgingen. Een aantal raketten werd onderschept door het Israëlische luchtafweersysteem, maar volgens berichten zouden er ook projectielen Tel Aviv hebben bereikt, met slachtoffers tot gevolg.
De oorlog eist inmiddels steeds meer levens. In Iran zijn volgens recente cijfers meer dan 1.200 mensen omgekomen en ongeveer 12.000 gewond geraakt. Ook in Libanon lopen de aantallen slachtoffers op, met bijna vierhonderd doden. Aan Amerikaanse zijde werd bovendien gemeld dat opnieuw een soldaat is omgekomen.

Iraanse strategie
De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, Seyed Abbas Araghchi, gaf via sociale media een inkijkje in de strategie van zijn land. Hij schreef dat Iran de afgelopen twintig jaar zorgvuldig heeft gekeken naar de militaire missies van de Verenigde Staten in landen rondom Iran.
Volgens hem heeft Iran geleerd van die conflicten en zijn eigen militaire aanpak daarop aangepast. Bombardementen op de hoofdstad Teheran zouden volgens hem de Iraanse oorlogscapaciteit niet verzwakken. Hij benadrukte dat Iran werkt met een zogenoemde “gedecentraliseerde verdediging”, waardoor verschillende onderdelen zelfstandig kunnen opereren.
Dat betekent volgens hem dat Iran zelf kan bepalen wanneer en op welke manier de oorlog uiteindelijk zal eindigen.
Nieuwe leiding binnen Iran
Na de dood van ayatollah Khamenei zou zijn 56-jarige zoon Motjaba Khamenei een belangrijke rol hebben gekregen binnen de Iraanse machtsstructuur. Hoewel hij formeel slechts een geestelijke van middelbare rang is, heeft hij al jaren sterke banden met de Revolutionaire Garde.
Volgens experts kan zijn invloed ervoor zorgen dat de oorlog juist langer duurt. De nauwe samenwerking tussen de nieuwe leiding en de militaire elite zou de positie van de Revolutionaire Garde zelfs kunnen versterken.
Daarmee lijkt de kans op een snelle capitulatie van Iran, waar de Verenigde Staten op hopen, voorlopig klein.
Amerikaanse claims over overwinning
President Donald Trump blijft ondertussen volhouden dat de Verenigde Staten de overhand hebben in het conflict. Hij stelde zelfs dat Amerika de oorlog in feite al heeft gewonnen. Tegelijkertijd bekritiseerde hij de Britse premier Keir Starmer omdat het Verenigd Koninkrijk volgens hem te voorzichtig zou zijn met militaire betrokkenheid.
Critici zeggen echter dat het moeilijk is om van een overwinning te spreken zolang de gevechten doorgaan en Iran nog steeds raketten en drones kan inzetten. Het uitschakelen van enkele militaire leiders betekent volgens hen niet automatisch dat het hele systeem instort.
Nieuwe doelwitten in de regio
Iran lijkt zijn reactie op de aanvallen juist uit te breiden. Zo werd gemeld dat een ontziltingsinstallatie in Bahrein is gebombardeerd. Zulke installaties zijn cruciaal voor landen in de Golfregio, omdat ze zeewater omzetten in drinkwater.
Door deze infrastructuur aan te vallen, zou Iran volgens analisten een duidelijk signaal afgeven aan andere landen in de regio. Het zou kunnen betekenen dat ook zij risico lopen wanneer ze zich actief in het conflict mengen.
Europese betrokkenheid groeit
Ook Europa raakt steeds meer betrokken bij de situatie. Inmiddels hebben meerdere Europese landen marineschepen naar het oostelijke deel van de Middellandse Zee gestuurd. Onder meer Griekenland, Frankrijk, Italië, Spanje en Duitsland hebben oorlogsschepen in de regio.
Deze schepen beschermen onder andere Cyprus en andere strategische belangen in het gebied. Daarnaast wordt verwacht dat het Britse oorlogsschip HMS Dragon later deze week naar het gebied zal vertrekken.
De aanwezigheid van zoveel Europese schepen laat zien dat de zorgen over de uitbreiding van de oorlog groot zijn. Europese regeringen willen voorkomen dat het conflict overslaat naar hun eigen grondgebied of handelsroutes.
Economische gevolgen
Naast de militaire spanningen groeit ook de economische druk. De kosten van de aanvallen lopen snel op. Alleen al de raketten die worden gebruikt in het conflict kosten miljarden dollars.
Ook het inzetten van grote Amerikaanse vliegdekschepen in de regio brengt enorme kosten met zich mee. Zo kost het volgens schattingen meer dan zestig miljoen pond om een vliegdekschip zoals de USS Abraham Lincoln operationeel te houden.
Daartegenover staan relatief goedkope wapens die Iran inzet. Zo kost een Shahed-drone naar schatting tussen de 20.000 en 50.000 dollar om te produceren. Ter vergelijking: een Patriot-raket die zo’n drone moet onderscheppen kan ongeveer vier miljoen dollar per stuk kosten.
Oorlog van kosten
Volgens Amerikaanse inlichtingenanalisten maakt Iran bewust gebruik van deze prijsverschillen. Door goedkope drones en raketten te gebruiken, kan het de tegenstander dwingen extreem dure verdedigingssystemen in te zetten.
Dit soort asymmetrische oorlogsvoering werd eerder al toegepast door Iraanse bondgenoten in Jemen tijdens de crisis rond de Rode Zee. Daar gaven westerse landen miljarden uit om relatief goedkope wapens te onderscheppen die internationale handel verstoorden.
Onzekere toekomst
Hoewel de Amerikaanse regering optimistisch spreekt over de voortgang van de oorlog, waarschuwen experts dat het conflict nog lang kan duren. Iran lijkt voorbereid op een langdurige strijd waarin economische druk en uitputting een grote rol spelen.
Ondertussen begint de oorlog nu al impact te hebben op de wereldeconomie. Energieprijzen schommelen en handelsroutes in het Midden-Oosten staan onder druk.
Wat begon als een regionale oorlog dreigt daardoor uit te groeien tot een conflict met wereldwijde gevolgen. En terwijl de strijd nog maar tien dagen bezig is, lijkt het einde voorlopig nog ver weg.





