Onderzoekers hebben ontdekt dat ouders, ondanks hun bewering dat ze al hun kinderen evenveel liefhebben, vaak toch een voorkeur hebben voor een specifiek kind. Dit kind wordt vaker als oogappel beschouwd en geniet soms net iets meer aandacht of privileges dan de rest.
Voordat je nu met argusogen naar je ouders kijkt: geen enkele ouder is perfect. Ze doen allemaal hun best, maar soms zonder zich bewust te zijn van bepaalde opvoedkundige patronen. Zelfs veelvoorkomende vragen zoals “Hoe was het op school?” of opvoedmethoden als de wegloop-methode blijken niet altijd even pedagogisch verantwoord te zijn.
Voor een grootschalige Amerikaans-Canadese studie analyseerden wetenschappers dertig onderzoeken uit de Verenigde Staten, West-Europa en Canada. Ze onderzochten de geboortevolgorde, het geslacht, temperament, persoonlijkheid en de ouderlijke voorkeuren binnen gezinnen.
Uit de resultaten blijkt dat dochters en oudste kinderen vaker de favoriet zijn. De onderzoekers stellen dat meisjes gemiddeld als makkelijker in de opvoeding worden beschouwd en dat oudste kinderen doorgaans meer autonomie en minder controle krijgen dan hun jongere broers en zussen. Kinderen die meegaand en zorgzaam zijn, genieten ook vaker een voorkeursbehandeling. Dus als jij de verantwoordelijke oudste dochter bent, is de kans groot dat je de oogappel in het gezin bent.
Ondanks deze voorkeuren benadrukken onderzoekers dat een ongelijke behandeling van broers en zussen negatieve gevolgen kan hebben. Vooral kinderen die zich minder geliefd of achtergesteld voelen, kunnen hier last van krijgen.
“Ouders en therapeuten moeten zich bewust zijn van welke kinderen in een gezin geneigd zijn bevoordeeld te worden. Dit helpt bij het herkennen van potentieel schadelijke familiepatronen,” aldus de onderzoekers.
Daarnaast blijkt dat ouders vaak minder controle uitoefenen op hun oudste kind. Hoewel dit goedbedoeld kan zijn, kan een te groot verschil in aanpak leiden tot een lager zelfbeeld en meer probleemgedrag bij de andere kinderen. Dit effect kan zich niet alleen in de kindertijd, maar ook in de jongvolwassenheid manifesteren.
Toch benadrukken de onderzoekers dat de effecten klein zijn en dat verder onderzoek nodig is om beter te begrijpen hoe voorkeuren binnen gezinnen precies werken.
Karl Pillemer, professor in menselijke ontwikkeling aan de Cornell University, noemt de studie interessant en verhelderend. Hij wijst er echter op dat het belangrijk is om onderscheid te maken tussen gevoelens en gedrag.
Volgens hem betekent een voorkeur voor een bepaald kind niet per se dat ouders het ene kind leuker vinden dan het andere. Zijn eigen onderzoek toont aan dat ouders zich doorgaans bewust inspannen om geen onderscheid te maken in hun behandeling van hun kinderen.
“De echte problemen ontstaan pas als deze voorkeuren zichtbaar worden in de opvoeding. We kunnen niet altijd controleren wat we voelen, maar we kunnen wél controleren hoe we ons gedragen ten opzichte van onze kinderen,” aldus Pillemer.
Dit betekent dat ouders die zich bewust zijn van hun gevoelens en zich inspannen om eerlijk en gelijkwaardig met hun kinderen om te gaan, veel van de negatieve effecten kunnen voorkomen. Hoewel natuurlijke voorkeuren er altijd zullen zijn, blijft de manier waarop ouders hiermee omgaan cruciaal voor de ontwikkeling van hun kinderen.
Bron: MetronieuwsÂ