Wie vorig jaar of dit jaar voor zichzelf begon, rekende waarschijnlijk op drie jaar startersaftrek. Dat voordeel is vanaf januari vrijwel verdampt: van 2.123 euro naar precies tien euro. En in 2028 verdwijnt de regeling helemaal.
Het staat in het Belastingplan 2027, dat op Prinsjesdag naar de Tweede Kamer ging. Overgangsrecht is er niet, dus ook wie net is gestart raakt het voordeel kwijt. De Kamer moet nog stemmen.
Even terug naar de basis
De startersaftrek is geen uitkering en komt ook niet op je rekening binnen. Het is een extra verhoging van de zelfstandigenaftrek, die je winst verlaagt en dus je inkomstenbelasting drukt.
Je mag hem maximaal drie keer gebruiken in de eerste vijf jaar. Voorwaarde is recht op zelfstandigenaftrek, en dus het urencriterium van minimaal 1.225 uur per kalenderjaar aan je onderneming.
Van 3.323 euro naar 910 euro
In 2026 kan een starter de belastbare winst nog met 3.323 euro verlagen: 1.200 euro zelfstandigenaftrek plus 2.123 euro startersaftrek. In 2027 blijft daar 910 euro van over, meer niet.

De zelfstandigenaftrek zakt namelijk van 1.200 naar 900 euro, de startersaftrek naar tien euro. Ter vergelijking: in 2025 was de zelfstandigenaftrek nog 2.470 euro en in 2022 zelfs 6.310 euro.
Waarom het precies tien euro wordt
Het kabinet wilde de aftrek meteen per 2027 schrappen, maar dat bleek niet uitvoerbaar voor de Belastingdienst. Daarom belandt het bedrag eerst op een symbolische tien euro. Een tussenstap dus.
Het Adviescollege toetsing regeldruk stelde vast dat dat bedrag niet beleidsmatig is bepaald. Het is simpelweg gekozen omdat de systemen van de Belastingdienst de aftrek niet op nul kunnen zetten.
Wat het concreet kost
Reken mee met een starter die 40.000 euro winst maakt. In 2027 stijgt de belastbare winst met ruim 2.100 euro, wat bij het tarief van 36,23 procent zo’n 760 euro extra belasting kost, plus de Zvw-bijdrage.
ZZPnieuws spreekt over een voordeel van enkele honderden tot ruim duizend euro per jaar. Samen met de lagere zelfstandigenaftrek scheelt het een starter al snel zo’n 75 euro netto per maand.
Geen zachte landing voor wie net begon
Overgangsrecht ontbreekt volledig. Wie in 2025 of 2026 startte en nog op twee of drie jaar aftrek rekende, krijgt in 2027 nog tien euro en daarna helemaal niets meer.
Naar schatting maken 250.000 ondernemers gebruik van de regeling. Juist in de aanloopfase zijn er kosten voor scholing, administratie en een aansprakelijkheidsverzekering, terwijl de inkomsten vaak nog laag zijn.
Het begon bij de energierekening
In april 2026 maakte het kabinet-Jetten bijna een miljard euro vrij voor de economische gevolgen van de onrust in het Midden-Oosten: 627 miljoen aan uitgaven en 340 miljoen aan lastenmaatregelen.
Minister Eelco Heinen presenteerde ook de dekking: de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wordt versoberd, de alcoholaccijns geindexeerd en de startersaftrek geschrapt. Van het geld ging onder meer 195 miljoen euro naar het Noodfonds Energie.
Ondernemers reageerden fel
ONL-voorzitter Erik Ziengs zei dat ondernemers “totaal niet” zitten te wachten op de maatregelen, terwijl die juist bedoeld waren om het bedrijfsleven te steunen. Volgens ONL pakken ze vooral voor kleinere ondernemers nadelig uit.
Bij ZZP Nederland overheerste onbegrip. Een woordvoerder noemde het “klap op klap” en zei dat de organisatie werd overvallen door het nieuws: gedeeld was het nooit. “Waarom pak je weer de ondernemers?”
De Kamer stak er eerst een stokje voor
In de motie-Vermeer van 22 april 2026 liet de Tweede Kamer weten dat de afschaffing en de versobering van de investeringsaftrek wat haar betreft niet moesten doorgaan. Het kabinet kreeg dat signaal mee.
In die motie staat dat juist in tijden van economische onzekerheid ondernemerschap en investeringen gestimuleerd moeten worden, omdat dat van groot belang is voor het bedrijfsleven en het verdienvermogen.
Negatief geevalueerd, zegt het kabinet
Het kabinet leunt op evaluaties van fiscale ondernemersregelingen. Die zijn volgens de bijlage bij de Miljoenennota “(zeer) beperkt doeltreffend” als het gaat om het stimuleren van ondernemerschap met bredere maatschappelijke effecten.
De redenering erachter: wie toch al wil starten, doet dat ook zonder aftrekpost. En wie door zo’n regeling over de streep wordt getrokken, heeft vaak juist een zwakke businesscase.
Niet de enige streep door de rekening
Ook andere ondernemersaftrekken sneuvelen. De meewerkaftrek gaat vanaf 2027 met 75 procent omlaag en verdwijnt in 2030. De stakingsaftrek daalt van 3.630 naar 908 euro en verdwijnt eveneens in 2030.
Daarnaast stopt in 2028 de willekeurige afschrijving voor starters en vervalt per 2029 de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. In 2027 mag je met startersaftrek nog wel sneller afschrijven op bedrijfsmiddelen.
Het geld ging naar andere zakken
De opbrengst verdween niet in een zwart gat, maar grotendeels naar andere groepen. Zo ging de onbelaste reiskostenvergoeding omhoog naar 25 cent per kilometer en kwam er geld voor het Noodfonds Energie.
Ook kwam er een tijdelijke verlaging van de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s en vrachtwagens. Starters en kleine investeerders betalen zo mee aan steun waar huishoudens en de transportsector vooral van profiteren.
Ook de investeringsaftrek gaat op de schop
Naast de startersaftrek wordt ook de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek versoberd, door het maximale investeringsbedrag te verlagen. Dat raakt vooral ondernemers die geld steken in bedrijfsmiddelen zoals apparatuur, voertuigen of softwarelicenties.
Juist die twee regelingen wilde de Tweede Kamer overeind houden. Volgens de motie is het stimuleren van ondernemerschap en investeringen van groot belang voor het bedrijfsleven en het verdienvermogen van Nederland.
De kleine lettertjes
Heb je op 1 januari de AOW-leeftijd bereikt, dan krijg je in principe de helft van de aftrek. Bij de voorgestelde bedragen betekent dat de helft van tien euro.
Zijn zelfstandigenaftrek en startersaftrek samen hoger dan je winst, dan ontstaat een verlies. Dat verlies mag je verrekenen met ander inkomen uit werk en woning, of met latere en eerdere jaren.
En dan de tarieven nog
In 2027 betaal je in de eerste schijf 36,23 procent, tegen 35,75 procent dit jaar. De tweede schijf loopt tot 78.426 euro en gaat van 37,56 naar 38,16 procent.
Die grens van 78.426 euro wordt bevroren, want de inflatiecorrectie voor de hoogste schijf verdwijnt. Bij een stijgend inkomen val je daardoor sneller onder het toptarief van 49,5 procent.
Wat je nu nog kunt doen
Over 2026 geldt nog het volle bedrag, dus benut de aftrek in je aangifte over dit jaar. Let op het urencriterium: zonder die 1.225 uur vervalt ook de zelfstandigenaftrek van 900 euro.
Verder loont het om investeringen voor het jaareinde te plannen en je rechtsvorm met een boekhouder tegen het licht te houden. De Tweede Kamer stemt op 12 november over de plannen.
Bronnen
Bron: KVK — Belastingplannen 2027 voor eenmanszaak, vof, maatschap of cv
Bron: ZZP Nieuws — Kabinet schrapt startersaftrek per 2027 en starters betalen mee aan energiepakket
Bron: Rendement Online — Prinsjesdag stelt paal en perk aan startersaftrek
Bron: Ikwordzzper.nl — Hoe hoog is de startersaftrek voor zzp’ers in 2027?
Bron: Accountant.nl — Maatregelen kabinet-Jetten ‘werken averechts voor ondernemers’
Bron: De Zaak — Zelfstandigenaftrek 2027: bedragen dalen, startersaftrek bijna weg





