Op een doodgewone weg, bedoeld voor iedereen die zich van A naar B wil verplaatsen, besloten twee wielrenners dat zij even de dienst uitmaakten. Geen afgesloten parcours, geen wedstrijd, geen verkeersregelaars. Gewoon asfalt, openbare ruimte, en twee mannen op racefietsen die vonden dat de wereld zich maar aan hen moest aanpassen.
Midden op de rijbaan
De wielrenners reden strak naast elkaar, precies in het midden van de rijbaan. Niet half, niet per ongeluk, maar duidelijk bewust. Links én rechts was er ruimte genoeg om even achter elkaar te gaan fietsen, maar dat leek geen optie. Hun tempo was heilig, hun positie onaantastbaar.
Auto’s sluiten noodgedwongen aan
Achter de twee fietsers ontstond al snel een rij auto’s. Vijf voertuigen die allemaal hetzelfde probleem hadden: er was geen enkele mogelijkheid om veilig in te halen. Tegenliggers, bochten en de positie van de wielrenners maakten elke poging kansloos. Dus bleef iedereen hangen op het tempo van twee sportieve heren met strakke pakjes.
Geen haast, geen signaal
Wat vooral opviel, was het totale gebrek aan communicatie. Geen handgebaar om even ruimte te maken. Geen blik over de schouder. Geen teken van besef dat er ander verkeer bestond. De boodschap was duidelijk: wij rijden hier, jullie wachten maar.
De openbare weg is geen wielerbaan
Het is een terugkerend punt van ergernis in het verkeer. Wielrenners die zich gedragen alsof de openbare weg automatisch verandert in een trainingscircuit zodra zij opstappen. Natuurlijk hebben fietsers net zo goed recht op de weg, maar dat recht komt ook met verantwoordelijkheden.
Wet versus fatsoen
Volgens de verkeersregels mogen wielrenners naast elkaar rijden, zolang zij het overige verkeer niet hinderen. En daar wringt precies de schoen. Want vijf auto’s langdurig ophouden, zonder enige noodzaak, valt moeilijk te rijmen met “niet hinderen”. Juridisch grijs gebied, maatschappelijk irritatiegebied.
Tempo bepalen zonder overleg
Wat deze situatie extra frustrerend maakt, is dat de wielrenners het tempo volledig dicteerden. Geen 80 kilometer per uur, geen vlotte doorstroming, maar een snelheid die paste bij hun training. Voor hen misschien ideaal, voor de rest van het verkeer allesbehalve.
De psychologie van het niet-wijken
Waarom sommige wielrenners weigeren ruimte te maken, blijft een fascinerend fenomeen. Is het koppigheid? Groepsdenken? Het gevoel dat automobilisten hen toch altijd benadelen? Wat de reden ook is, het resultaat is hetzelfde: een sfeer van wij-tegen-zij.

Kleine moeite, groot verschil
Even achter elkaar fietsen had het probleem direct opgelost. De auto’s hadden kunnen passeren, iedereen had zijn weg kunnen vervolgen en de wielrenners hadden nauwelijks iets ingeleverd. Het vraagt geen opoffering, alleen een beetje situational awareness en bereidheid om samen de weg te delen.
Irritatie stapelt zich op
Voor automobilisten werkt dit soort gedrag als een lont in een kruitvat. Mensen hebben haast, moeten ergens zijn, of willen simpelweg doorrijden. Wanneer dat onmogelijk wordt gemaakt door twee fietsers die geen centimeter wijken, slaat begrip snel om in frustratie.
Gevaarlijke gevolgen
Die frustratie is niet zonder risico. Hoe langer auto’s worden opgehouden, hoe groter de kans dat iemand tóch een onveilige inhaalmanoeuvre probeert. Niet omdat het verstandig is, maar omdat het geduld opraakt. En precies daar ontstaat gevaar voor iedereen, inclusief de wielrenners zelf.
Het imago van de wielrenner
Dit soort situaties draagt niet bij aan een positief beeld van wielrenners in het verkeer. Terwijl de meeste fietsers zich prima gedragen, zorgen dit soort momenten ervoor dat een hele groep over één kam wordt geschoren. Eén irritante ervaring blijft vaak langer hangen dan tien goede.
Respect werkt twee kanten op
Wielrenners klagen vaak – soms terecht – over automobilisten die geen afstand houden of ongeduldig rijden. Maar respect in het verkeer werkt twee kanten op. Wie zelf geen rekening houdt met anderen, kan moeilijk begrip verwachten wanneer het andersom misgaat.
Geen wedstrijd, geen haast
Het wrange is dat er geen enkele zichtbare reden was voor dit gedrag. Geen sprint, geen klim, geen wedstrijdelement. Gewoon twee mannen die hun rondje reden en besloten dat aanpassen geen optie was. Alsof stilstaan achter hen een logisch onderdeel van het verkeer is.
Verkeer is samenwerken
De openbare weg functioneert alleen als iedereen een beetje meebeweegt. Soms gas terug, soms ruimte maken, soms even wachten. Dat geldt voor auto’s, fietsers, scooters en voetgangers. Zodra één groep besluit dat regels en fatsoen niet voor hen gelden, loopt het vast.
Een gemiste kans op voorbeeldgedrag
Juist wielrenners, die vaak ervaren en verkeersbewust zijn, zouden het goede voorbeeld kunnen geven. Laten zien dat sport en verkeersdeelname prima samengaan. Dat je snel kunt trainen én rekening kunt houden met anderen. In deze situatie gebeurde precies het tegenovergestelde.
De stille boodschap aan het verkeer
Wat bleef hangen bij de automobilisten achter hen was geen woede-uitbarsting of claxonconcert, maar iets subtielers. Een gevoel van genegeerd worden. Alsof hun aanwezigheid er simpelweg niet toe deed. En dat maakt dit soort momenten zo irritant.
Het einde van het stukje weg
Uiteindelijk kwam er ergens ruimte en loste de file vanzelf op. De wielrenners reden door, waarschijnlijk zonder een seconde stil te staan bij de rij auto’s die ze hadden opgehouden. Voor hen was het een trainingsrit, voor anderen een onnodige vertraging.
Een herkenbaar tafereel
Dit incident staat niet op zichzelf. Overal in het land herkennen automobilisten dit beeld. Twee fietsers naast elkaar, een stoet auto’s erachter, en niemand die beweegt. Het is een klein moment, maar wel eentje die veel zegt over hoe we met elkaar omgaan op de weg.
Bekijk de video hier:
De kern van het probleem
Het probleem is niet dat wielrenners bestaan. Het probleem is niet eens dat ze naast elkaar rijden. Het probleem is het ontbreken van flexibiliteit en empathie. De weigering om even plaats te maken, puur omdat het kan.
Samen de weg op
Zolang iedereen blijft denken in termen van “mijn recht” in plaats van “ons verkeer”, blijven dit soort situaties ontstaan. De weg is van ons allemaal. Dat betekent soms dat je je tempo aanpast, zelfs als je liever doortrapt. Want uiteindelijk kom je samen verder dan alleen.





