PVV-leider Geert Wilders eist opheldering over het voornemen om tachtig alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’ers) te huisvesten aan de rand van winkelcentrum De Meent in Papendrecht. Samen met Kamerlid Vondeling heeft hij Kamervragen ingediend waarin hij de minister vraagt het plan te heroverwegen of te schrappen. De kern van zijn boodschap is scherp samengevat in één terugkerende vraag: “Wat bezielt u?”
Wilders stelt kamervragen
In zijn vragen zet Wilders de belangrijkste bezwaren op een rij. Allereerst vraagt hij of de minister op de hoogte is van de massale demonstratie in Papendrecht, waar veel inwoners hun onvrede uitten over de beoogde opvanglocatie. Vervolgens richt hij zich op de locatiekeuze zelf: volgens Wilders is het onwenselijk om een groep minderjarigen — veelal jongens — te plaatsen in een druk en levendig winkelgebied waar dagelijks veel bezoekers komen.
Hij vraagt de minister expliciet of deze zich bewust is van de maatschappelijke weerstand die het plan oproept en of het kabinet bereid is de overeenkomst tussen het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en de gemeente Papendrecht te herzien of desnoods te ontbinden. Daarnaast brengt hij de zorgen rond veiligheid en leefbaarheid naar voren: hoe wordt voorkomen dat ondernemers en omwonenden overlast ervaren en dat kwetsbare groepen, zoals ouderen, zich onveilig gaan voelen? Wilders verbaliseert die zorg met de vraag of de minister kan garanderen dat het winkelcentrum niet verpaupert en dat mensen hun dagelijkse boodschappen ongestoord kunnen blijven doen. Tot slot kaart hij het gebrek aan inspraak aan: het besluit zou volgens hem zonder voldoende overleg met bewoners en ondernemers tot stand zijn gekomen.
De set vragen culmineert in een politieke toetssteen: “Is de minister het met de PVV eens dat het van de gekke is om 80 alleenstaande minderjarige asielzoekers midden in een winkelcentrum op te vangen? Zo nee, wat bezielt u?”
Aanleiding: demonstratie in Papendrecht
Het debat in Papendrecht loopt al langer. Afgelopen weekend nam Wilders deel aan een grote demonstratie in de gemeente, waar hij door aanwezigen werd toegejuicht. Inwoners gaven daar aan zich onvoldoende gehoord te voelen over de voorgenomen opvang aan De Meent. Het plan behelst de plaatsing van tachtig AMV’ers op een locatie aan de rand van het winkelcentrum. In totaal moet Papendrecht volgens landelijke afspraken 164 opvangplekken realiseren. De beoogde opening van de locatie is — naar verwachting — in januari.
Het bezoek aan Papendrecht was tevens onderdeel van Wilders’ bredere ‘AZC-tour’, waarmee hij langs plaatsen reist waar opvanglocaties gepland zijn of al bestaan. De PVV-leider positioneert zich hiermee als spreekbuis van bewoners die zorgen hebben over draagvlak en veiligheid, en hij wil via Kamervragen en debat druk zetten op het kabinet om de plannen te wijzigen.
Twist over locatie en veiligheid
De kern van het conflict gaat over de vraag: kan een opvang voor minderjarigen verantwoord functioneren in de directe nabijheid van een druk winkelgebied? Voorstanders van kleinschalige opvang wijzen erop dat jongeren baat hebben bij integrale begeleiding, onderwijs en dagbesteding, en dat nabijheid van voorzieningen ook voordelen kan bieden. Tegenstanders vrezen verstoring van de dagelijkse gang van zaken in het winkelcentrum en wijzen op ervaringen in andere gemeenten waar overlast is gemeld.
In het politieke debat worden regelmatig voorbeelden genoemd uit plaatsen als Ter Apel, Budel en Oisterwijk, waar incidenten en winkeldiefstal periodiek tot maatschappelijke discussie leidden. Hoewel de aard en omvang per locatie verschillen, is het gevoel van onveiligheid in winkelgebieden een terugkerend thema in lokale politiek en ondernemerskringen. Wilders sluit hierop aan met de vraag welke concrete maatregelen het kabinet wil treffen om risico’s te beperken en om ondernemers en bezoekers te beschermen. Denk aan toezicht, begeleiding, samenwerking met winkeliers, snel optreden bij incidenten en duidelijke afspraken met hulpdiensten.
Tegelijkertijd speelt ook de vraag hoe de minderjarigen zelf voldoende beschermd en begeleid kunnen worden. AMV’ers zijn vaak kwetsbaar en hebben behoefte aan structuur, onderwijs en professionele begeleiding. Een drukke stedelijke omgeving kan daarvoor zowel kansen als uitdagingen bieden, afhankelijk van de wijze waarop de opvang wordt ingericht.
Inspraak en rol van gemeente en COA
Volgens critici, waaronder Wilders, is het besluitvormingstraject in Papendrecht te snel en met te weinig lokale inspraak verlopen. Bewoners en ondernemers zouden pas laat zijn geïnformeerd en geconfronteerd met een fait accompli. De gemeente Papendrecht liet eerder weten zorgen te hebben over de locatie en maakte bezwaar. Dat kreeg echter geen gevolg: het ministerie zette de plannen door en de overeenkomst tussen COA en gemeente bleef in stand.
Deze gang van zaken raakt aan een bredere spanning tussen landelijke opvangdoelen en lokale uitvoerbaarheid. Gemeenten staan onder druk om extra plekken te realiseren; tegelijk willen zij draagvlak borgen en praktische problemen voorkomen. Zonder zorgvuldig proces en duidelijke communicatie ontstaat snel het beeld dat besluiten ‘van bovenaf’ worden genomen — precies het punt waar Wilders in zijn vragen op hamert.
Politieke context en vervolgstappen
De Kamervragen van Wilders en Vondeling verplichten de betrokken minister tot een schriftelijk antwoord binnen de gebruikelijke termijn. Mogelijke uitkomsten lopen uiteen: van aanvullende maatregelen om de veiligheid en leefbaarheid te waarborgen, tot een heroverweging van de locatie of een bevestiging dat de plannen ongewijzigd worden voortgezet. Intussen gaan de voorbereidingen voor de beoogde opening in januari door, tenzij de minister of de rechter anders beslist.
Politiek gezien past de interventie in de bredere lijn van de PVV, die inzet op beperking van asielinstroom en het voorkomen van grootschalige opvang in woonwijken en binnensteden. Voor het kabinet en COA is de uitdaging om voldoende opvangplekken te realiseren, met aandacht voor spreiding, kleinschaligheid waar mogelijk en het verminderen van overlast.
Wat staat er op het spel
Voor Papendrecht draait het om de balans tussen twee belangen: het bieden van opvang aan kwetsbare minderjarigen en het beschermen van leefbaarheid en veiligheid in een belangrijke economische en sociale kern van de gemeente, het winkelcentrum. Ondernemers vrezen omzetverlies en reputatieschade bij aanhoudende onrust. Bewoners maken zich zorgen over sociale veiligheid en drukte. Tegelijkertijd vraagt de opvang van AMV’ers om stevige begeleiding, duidelijk toezicht en samenwerking tussen COA, gemeente, politie, scholen en welzijnsorganisaties.
Er zijn lessen te trekken uit andere gemeenten: duidelijke huisregels, snelle handhaving, structureel overleg met ondernemers, inzet van jongerenwerk en beveiliging, en het bieden van onderwijs en dagbesteding helpen om problemen te voorkomen. Of dat voldoende is in een zo centrale omgeving als De Meent, is precies de vraag waarop Papendrecht nu een antwoord verwacht — en waar het kabinet in de reactie op de Kamervragen op zal moeten ingaan.
Samengevat: Wilders wil dat het plan voor de opvanglocatie bij De Meent wordt teruggedraaid of in elk geval fors wordt aangepast. De minister moet op korte termijn duidelijk maken waarom juist deze plek is gekozen, welke garanties er zijn voor veiligheid en leefbaarheid, en hoe bewoners en ondernemers alsnog worden betrokken. Zodra de antwoorden binnen zijn, wordt duidelijk of het kabinet de locatie verdedigt, bijstuurt of naar alternatieven zoekt. Wat vindt u? Deel uw reactie via onze sociale kanalen.
Bron: dagelijksestandaard.nl





