De winter kleurt Nederland mooi wit, maar op de weg is het allesbehalve romantisch. Rijkswaterstaat waarschuwt dringend: rij niet met zomerbanden als sneeuw en ijs het land teisteren. Dat is geen overdrijving, maar pure verkeersveiligheid.
Zomerbanden en sneeuw: een slechte combinatie
Zomerbanden zijn gemaakt voor temperaturen boven zeven graden. Daalt de thermometer, dan verhardt het rubber en verdwijnt de grip. In sneeuw of op ijzel verlies je controle: sturen, remmen en wegrijden worden onvoorspelbare sprongen in plaats van beheerste handelingen.
Toch gaan er nog steeds bestuurders de weg op met de verkeerde banden. Volgens directeur‑generaal Martin Wijnen onderschatten zij de situatie en overschatten zichzelf. Het resultaat: slippertjes, glijpartijen en onnodige risico’s voor iedereen die dezelfde rijbaan deelt.
Wat er al misging op de weg
De eerste sneeuwdagen leverden een pijnlijk plaatje op: vrachtwagens die vastlopen op lichte hellingen, auto’s die dwars op rijstroken eindigen en geschaarde combinaties die complete trajecten blokkeren. In veel gevallen was onvoldoende grip de hoofdschuldige, zeggen wegbeheerders.
Opvallend: na de eerste chaos nam het aantal incidenten af. Minder verkeer, lagere snelheden en meer thuiswerk maakten het beeld beheersbaarder. Maar zolang voertuigen technisch niet zijn uitgerust op winterweer, blijft één fout genoeg om de boel vast te trekken.
Waarom winterbanden het verschil maken
Winterbanden blijven flexibel bij lage temperaturen en hebben lamellen die sneeuw samendrukken voor grip. Het profiel voert water en smeltende sneeuw sneller af. Dat geeft controle in bochten en bij remmen, juist op plekken waar het extra verraderlijk is.
Het verschil in remweg tussen zomer- en winterbanden loopt bij een noodstop op tot meerdere meters. Die paar meters kunnen het verschil zijn tussen een schrikmoment en een kop-staartbotsing. Vooral op bruggen, viaducten en op- en afritten telt elke centimeter.
Verkeer past zich aan, maar niet iedereen
Er zit duidelijk leereffect in de filemeldingen. Bestuurders houden meer afstand, kiezen rustiger lijnen en blijven vaker thuis als het echt glad is. Dat gedrag helpt, maar alleen zolang voertuigen de basis op orde hebben: banden, ruiten en verlichting.
Navigatiesystemen kleuren wegen soms geel. Dat lijkt op file, maar is vaak gewoon langzaam en voorzichtig verkeer. Prima, zolang het tempo past bij de omstandigheden én de auto’s grip hebben. Anders blijft langzaam rijden vooral een vals gevoel van veiligheid.
Zo werkt de gladheidsbestrijding achter de schermen
Terwijl jij de ruiten krabt, rijden strooiwagens af en aan. Op piekmomenten staan tot 1500 mensen paraat om hoofdwegen ‘zwart’ te houden. Er is ruim zout op voorraad en er wordt preventief gestrooid zodra de temperatuur richting het vriespunt duikt.
Toch is geen enkele wegbehandelingsstrategie een wondermiddel. Bij aanhoudende sneeuwval of ijzel kan het glad blijven, zelfs na meerdere rondes strooien. Zout heeft tijd, verkeer en menging nodig om te werken. Zonder juiste banden win je die race nooit.
Eigen verantwoordelijkheid blijft doorslaggevend
Hoeveel er ook wordt gestrooid, uiteindelijk bepaalt de uitrusting van je auto wat er gebeurt als het misgaat. Winterbanden of all-seasonbanden met sneeuwvlok‑certificering zijn in deze omstandigheden geen luxeartikel, maar een basisvoorwaarde om veilig onderweg te zijn.
Check daarnaast de rest van je winterpakket: voldoende ruitensproeiervloeistof, een schone voorruit en spiegels, accu en opgeladen telefoon. Neem bij langere ritten een deken, handschoenen en water mee. Kleine voorbereidingen voorkomen grote problemen als je onverhoopt stilvalt langs de weg.
Donderdag opnieuw kans op gladheid
De vooruitzichten zijn duidelijk: bevriezing van natte weggedeelten en achterblijvende sneeuwresten maken het vooral in ochtend- en avonduren verraderlijk. Wie móet rijden, kiest best voor een plan B, extra reistijd en een route met zo min mogelijk viaducten.
Vertrek met een schone auto, zet de verwarming aan en houd je cruisecontrol uit. Rij rustig, anticipeer op bruggen en op- en afritten, en geef sneeuwschuivers ruimte. Die extra minuten leveren meer op dan een gespannen rit.
Waarom ons land snel vastloopt bij sneeuw
Nederland is dichtbevolkt en vol met smalle wegen, korte afstanden tussen op- en afritten en nauwelijks uitwijkruimte. Als één voertuig zonder grip stilvalt, staat een rijstrook dicht. Dat werkt door, kilometer na kilometer, tot de file nergens meer heen kan.
Daar komt bij dat we weinig extreme winterdagen hebben. Daardoor ontbreekt dagelijkse routine: chauffeurs oefenen minder, logistieke ketens zijn strak gepland en reservebuffers klein. Als het misgaat, duurt herstel langer. Juist daarom weegt preventie hier zwaarder dan stoere kilometers maken.
Wat jij vandaag al kunt doen
Twijfel je over je banden? Check het sneeuwvlok-symbool op de wang of vraag je garage. Geen winterset? Overweeg all-seasonbanden met wintercertificering. Tot die tijd: plan kritische ritten alleen als het móet en kies het kalme, voorspelbare spoor.
Ga je toch rijden, zorg dan voor brandstof, een opgeladen telefoon, handschoenen en een ijskrabber binnen handbereik. Zet je stoelverwarming niet te heet, houd zichtlijnen vrij en maak ruiten schoon. Zo houd je hoofd en auto koel, ook in sneeuwstress.
Kleine complimenten, grote waarschuwing
Rijkswaterstaat complimenteert weggebruikers die hun rijstijl aanpassen en massaal thuiswerken. Het scheelt echt in de spitsdrukte. Maar minder verkeer betekent niet automatisch minder risico. Op bevroren wegen is één onvoorzichtig moment genoeg om jezelf én anderen in problemen te brengen.
De kern blijft simpel: winterweer vraagt om wintergedrag. Investeer in goede banden, accepteer dat soms thuisblijven beter is dan doorbeuken, en kies onderweg voor rust. Deel je ervaringen en tips gerust via onze socials: hoe pak jij winterritten verstandig aan?
Bron: trendyvandaag.nl





