Estavana Polman zet na 23 mei een dikke punt achter een adembenemend handballeven en kijkt recht de onbekende toekomst in. In de biografie Gewoon Estavana, opgetekend door journalist Gerben Engelen, schuift ze de gordijnen open: over pijn, angst, doorzettingsvermogen en een afscheid dat nog nadreunt. We zien een topsporter die jarenlang alles gaf, en nu langzaam leert vertragen. Niet als sprookje, wel als eerlijk verhaal van vallen en opstaan — en van een lichaam dat de littekens van topsport zichtbaar meedraagt.
Leven na 23 mei
Het besluit om te stoppen hing al langer in de lucht, maar 23 mei gaf er een datum en een ruggengraat aan. Polman bereidt zich voor op dagen zonder kleedkamerhumor, wedstrijdspanning en het ritme dat haar identiteit vormde.
Ze noemt het zelf een opluchting met een rafelrand. Het hoge woord is eruit, maar wat volgt is minder voorspelbaar: tijd met familie, herstel, misschien nieuwe plannen — vooral ook het wennen aan stilte na jaren van rumoer.
Boek onthult kwetsbare kant
In Gewoon Estavana tekent schrijver Gerben Engelen een sporter op die niets mooier maakt dan het is. Geen gepolijste mythe, maar een vrouw die twijfel, pijn en eigenwijsheid omarmt, en toch telkens weer het veld opstapte.
Het boek biedt context bij haar grootste pieken en diepste dalen: wereldtitels en revalidaties, bomvolle hallen en stille behandelkamers. Tussen de regels door lees je een levenshouding: blijven bewegen, ook als de weg schuin omhoog loopt.

Slechts dertig procent zicht
Een van de meest indringende onthullingen: Polman kijkt al jaren de wereld in met ongeveer dertig procent zicht. Dat haar spelinzicht en timing daarmee intact bleven, grenst aan het ongelooflijke en onderstreept haar uitzonderlijke gevoel voor ruimte en spel.
Artsen opperden meerdere keren een laserbehandeling die haar zicht mogelijk aanzienlijk verbetert. Toch bleef de stap uit. Niet uit gemakzucht, maar uit angst: het idee dat iemand aan haar ogen zit, maakt haar fysiek misselijk en paniekerig.
Angst voor de witte jas
Die angst zit dieper dan een aversie tegen klinieken. Injecties voor haar knie waren telkens een martelgang, vertelt de biograaf. De witte jas staat voor pijn, afhankelijkheid en controleverlies — precies de dingen waar een topsporter zelden goed op gaat.
Juist daarom is de vraag gerechtvaardigd wat er verandert nu de wedstrijddruk wegvalt. Durft ze die ene sprong toch te wagen? Of weegt de rust die ze zocht zwaarder dan het mogelijke winstpercentage op haar zicht?
Pijn als dagelijkse realiteit
Polman beschrijft dagen zonder pijn als zeldzaam. Haar lijf voelt, in haar eigen woorden, soms als dat van een tachtigjarige. Het is de tol van jaren duwen, draaien, landen, en weer opveren — steeds opnieuw, seizoen na seizoen.
Tegelijkertijd klinkt geen spoortje zelfmedelijden door. Pijn was niet het obstakel, maar onderdeel van de werkomgeving. Ze leerde ermee werken, grenzen lezen, en soms ook negeren — zolang het team, het moment en het doel daarom vroegen.
Paracetamol als houvast
Het boek vertelt openhartig hoe paracetamol en ibuprofen van noodgreep tot routine werden. Eerst alleen rondom trainingen en wedstrijden, later als dagelijkse houvast. Ontbijten met pijnstillers: een zin die in topsport nog te vaak niet uitzonderlijk klinkt.
Op termijn vond ze een gezonder evenwicht, maar de les blijft rauw: normaliseren wat eigenlijk niet normaal is, is bijna professioneel risico. Het siert haar dat ze die verslaving benoemt, zonder romantiek of vergoelijking, puur als waarschuwing en inzicht.
Keiharde sport, hoge tol
Handbal vraagt om explosiviteit, duelkracht en constant contact. Wie het jaren volhoudt, kent het alfabet van blessures. Bij Polman stapelden revalidaties zich op, met knieproblemen die stevig ingrepen in seizoenen, plannen en soms ook in vertrouwen.
Toch kwam ze steeds terug, gretig als altijd. In bomvolle hallen groeide ze uit tot dirigent en scherpschutter, iemand die het tempo bepaalt en het patroon ziet. Juist daarom voelt haar verhaal als meer dan sport: het is karakterstudie.
Breuk met Team Esbjerg
Jarenlang leek haar Deense periode een sprookje: prijzen, publiek, prestige. Dat het huwelijk met Team Esbjerg in een moddergevecht eindigde, deed pijn. Ze praat er nu berustend over, maar het litteken trekt zichtbaar bij elk terugblikmoment.
Niet onlogisch: volgens Engelen tilde ze de club mede omhoog, en andersom. De opmars van Esbjerg liep gelijk op met die van Polman. Als zo’n band breekt, blijft er naast begrip ook onbegrip: hoe kon iets hechts zo hard splijten?
Terug naar Arnhem
Samen met Rafael van der Vaart keert ze terug naar Arnhem, dichter bij familie, vrienden en vertrouwde grond. Weg uit het eeuwige schema van reizen en wedstrijden, op naar een levensritme dat meer adem en minder fluitsignalen kent.
Wat dat concreet betekent, houdt ze bewust open. Eerst landen, dan zien. Misschien clinics, jeugd begeleiden, mediawerk, ondernemen — of even niets. De vrijheid om te kiezen voelt nieuw, een luxe na jaren waarin het schema altijd won.
Erfenis in het oranje
Haar nalatenschap in Oranje is stevig. Wereldkampioen in 2019, uitblinker en toernooimvp, jarenlang motor in het Nederlandse spel. Voor een generatie meiden werd nummer tien een baken: bewijs dat lef, inzicht en flair samen grensverleggend kunnen zijn.
Die erfenis reikt verder dan prijzen. Het is de manier waarop ze piepte én piekte, kwetsbaar durfde zijn en toch altijd aanvallend dacht. Dat beeld blijft: Estavana als regisseur die het spel een tikje sneller en vreugdevoller maakte.
Wat brengt de toekomst
Plannen zijn fluïde, ambities niet verdwenen. Wie haar kent, vermoedt dat ze energie vindt in projecten met vaart: talentontwikkeling, inspiratiesessies, misschien tv of podcast. Al klinkt het nu vooral: eerst rust pakken, luisteren naar lijf en hoofd.
Eén zekerheid: ze hoeft niets meer te bewijzen. Het volgende hoofdstuk hoeft geen apotheose te zijn om waardevol te worden. Soms is groei stiller, zit hij in lesgeven, teruggeven, of simpelweg in het herontdekken van plezier buiten de lijnen.
Topsport en kwetsbaarheid
Wat Polman deelt over zicht, pijn en pillen raakt aan een groter gesprek in topsport: hoe ver ga je, en wie trekt de rem? Openheid helpt. Niet om helden te breken, wel om mensen erachter heel te houden.
Dat maakt haar verhaal onverwacht hoopvol. Want waar spieren slijten, groeit invloed. Als rolmodel dat eerlijk is over offers en grenzen, kan ze misschien nog meer betekenen dan met goals alleen. Een nalatenschap die juist na het eindsignaal doorwerkt.
Wat doet dit openhartige afscheid met jou — en wat ga jij het meest missen aan Estavana in het Oranje? Laat het ons weten op onze socials; we lezen en reageren graag.
Bron: shownieuws.nl





