Wie de peilingen volgt, ziet het opnieuw verschuiven: kiezers twijfelen, wisselen sneller van kamp en dat voel je meteen in de zetelstand. De nieuwste meting van Maurice de Hond brengt forse beweging, met pijnlijke tikken voor de coalitie.
Coalitie voelt de druk
Na de Tweede Kamerverkiezingen van 2025 telden D66, VVD en CDA samen 66 zetels; in deze peiling blijven er 47 over. Dat is geen dipje, maar een structurele krimp die de speelruimte van het minderheidskabinet merkbaar verkleint.
Geen enkele coalitiepartij vangt de klap alleen op; alle drie leveren in. Regeren wordt daardoor stroperiger: minder vanzelfsprekende deals, meer zenuwen in de achterban en in de Kamer per dossier op zoek naar wankele meerderheden.
D66 zakt het hardst
D66 krijgt in deze meting 18 zetels, de VVD zakt naar 16 en het CDA houdt 13 over. Dat zijn niet alleen cijfers in een tabel, maar vooral signalen dat het geduld bij kiezers in rap tempo wegebt.
Besturen legt de lat hoog: beloften moeten zichtbaar landen, anders slaat de stemming om. Zeker nu beleid complex is en resultaat traag zichtbaar wordt, groeit teleurstelling en verdampt de bonus die traditioneel bij verantwoordelijkheid nemen hoorde.

Waar gaan de zetels naartoe
De zetels die de coalitie verliest, verdwijnen niet in een zwart gat. Ze stromen vooral naar Forum voor Democratie, JA21 en PRO. Opvallend: ook de PVV levert in, terwijl juist FVD daarvan het meeste lijkt te profiteren.
In de ranglijst klimt PRO naar 24 zetels en pakt zo de koppositie. Daarachter vormt zich een dicht blok: D66, FVD, PVV en JA21 komen uit op 18 zetels en delen gezamenlijk de tweede plek.
Historische opsteker voor FVD en JA21
Voor JA21 voelt dit als een mijlpaal: voor het eerst sinds de oprichting deelt de partij in De Honds meting de tweede plaats. Die sprong is meetbaar, maar geeft vooral mentaal gewicht op de rechterflank.
Ook FVD maakt een opmerkelijke sprong en staat voor het eerst sinds 2019 weer zo hoog. Destijds was de partij onder Thierry Baudet zelfs kortstondig de grootste in de peilingen, met torenhoge verwachtingen tot gevolg.
Waarom kiezers nu bij FVD en JA21 uitkomen
De onderstroom is helder: onvrede drijft de verschuiving. FVD trekt vooral voormalige PVV-kiezers aan, maar snoept ook bij VVD, JA21 en BBB. Juist die mix maakt de winst breder dan een simpele overstap vanuit één buurlijst.
De groei bij JA21 komt juist vooral uit de VVD-hoek. Daarnaast wint de partij stemmen bij PVV, BBB en CDA. Het illustreert hoe vloeibaar kiezers zijn geworden: minder ideologische trouw, meer momentum en gevoel.
Trouwe achterban versus twijfelaars
Wat opvalt: FVD-kiezers zijn uitzonderlijk trouw. Ongeveer 95 procent van de mensen die in 2025 op FVD stemden, zegt dat opnieuw te doen. Zo’n mate van loyaliteit is zeldzaam en maakt de partij minder vatbaar voor hypes.
Bij de regeringspartijen is het beeld omgekeerd. Een relatief grote groep voormalige kiezers weet het even niet meer en zweeft. Juist dat onzekere midden kan in de komende maanden nog voor flinke, onverwachte verschuivingen zorgen.
Vertrouwen in het kabinet brokkelt af
Niet alleen zetels staan onder druk; ook het vertrouwen in het kabinet kalft af. Onder (oud-)VVD-stemmers is de daling het sterkst. Huidige VVD-kiezers geven gemiddeld een 5,8, terwijl afhakers terugkijken met een mager 4,3.
Bij D66 en CDA is het verschil kleiner, maar de trend is gelijk: vertrouwen is broos. Wie het verhaal niet overtuigend vertelt, verliest snel krediet. En krediet in peilingstijd is precies de zuurstof van een coalitie.
Bekendheid van ministers speelt mee
Bekendheid doet ertoe. Een fors deel van de ondervraagden kent sommige nieuwe ministers nauwelijks. Heleen Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat, is het minst bekend; ruim een derde zegt haar niet te kennen. Onbekend maakt onbemind, zeker nu.
Technisch beleid vraagt om uitleg en herkenbare gezichten. Als bewindspersonen onvoldoende zichtbaar zijn, wordt draagvlak bouwen ingewikkeld. Communicatie en profilering zijn dan geen bijzaak, maar randvoorwaarde om steun vast te houden en weerstand te dempen.
Discussie over samenwerking en koers
Over samenwerking lopen de wensen uiteen. D66-kiezers zien een combinatie met PRO relatief vaak zitten, terwijl VVD-stemmers daar beduidend minder voor voelen. CDA-aanhang zit ertussenin en kijkt opvallend vaak richting JA21 voor deals of coalities per dossier.
Opvallend breed is de steun voor een constructieve oppositie. Gemiddeld vindt ruim 70 procent dat oppositiepartijen voorstellen moeten steunen als die passen bij hun eigen standpunten. Slechts 13 procent vindt dat een minderheidskabinet per definitie nooit geholpen mag worden.
Vooruitblik richting 2027
Volgens Maurice de Hond past dit patroon in een bekend schema: regeren wordt zelden beloond terwijl je aan het stuur zit. Zet de trend door richting de Provinciale Statenverkiezingen van maart 2027, dan blijft de coalitie steken rond 22 Senaatszetels.
Besturen wordt dan niet makkelijker, maar lastiger. De grootste verschuiving ligt bij BBB, dat vrijwel al zijn Senaatszetels verliest, terwijl FVD en JA21 doorstijgen. Elke wetsbehandeling verandert zo in een schaakspel met wisselende meerderheden.
Wat dit betekent voor het politieke spel
Partijen die willen herstellen, moeten scherper kiezen: minder vaag, meer resultaat dat je kunt aanwijzen. Verwacht strakkere boodschapdiscipline, gerichte microtargeting richting twijfelaars en een sterker lokaal profiel, zodat successen dichtbij en herkenbaar landen.
Succes hangt af van concrete dossiers waarop het verschil gemaakt én gezien wordt. Denk aan woningen die werkelijk gebouwd worden, koopkracht die aantoonbaar herstelt, migratiebeleid dat werkt, en energierekeningen die dalen. Zichtbaarheid weegt zwaarder dan intentie.
Aan de rechterflank
Aan de rechterflank ontstaat een bijzondere dynamiek: concurrentie en mogelijke samenwerking lopen door elkaar. FVD en JA21 vissen deels in dezelfde vijver, maar kunnen elkaar tegelijk versterken door druk te zetten op VVD en PVV bij sleutelthema’s.
Wie geloofwaardig blijft, wint; inconsistentie wordt razendsnel afgestraft. Campagneteams zullen dus strak timen, zorgvuldig framen en interne ruis beperken. Eén verkeerd signaal en de kiezer zwemt weg; één scherp dossier en de voorsprong groeit.
Hoe dit voelt aan de keukentafel
Voor veel kiezers is het gevoel simpel: het leven is duur, wonen is krap en migratie drukt op voorzieningen, terwijl Den Haag traag schakelt. Dan groeit de wens voor verandering, liever vandaag dan morgen, en liefst tastbaar.
Peilingen blijven momentopnames, maar wel met richting. Ze spiegelen frustratie én hoop, sturen het gesprek in partijen en huiskamers en bepalen welk dossier prioriteit krijgt. Niet voor niets vliegen elke zondagavond de grafieken door talloze appgroepen.
Zo werd deze peiling gehouden
De meting van Maurice de Hond vond plaats op 31 juli en 1 augustus. De vragenlijst peilde zowel stemintenties als waardering voor het kabinet en de bekendheid van ministers, waardoor niet alleen zetels zichtbaar worden, maar ook het onderliggende sentiment.
Zoals altijd geldt: peilingen zijn geen uitslagen. Maar trendbreuken, zoals de daling van D66 en de opmars van FVD en JA21, zijn te fors om te negeren. Campagneteams zullen daarop anticiperen, liefst gisteren nog.
Praat mee
Wat vind jij van deze verschuivingen? Zien we een blijvende herverkaveling op rechts, of keert het tij zodra het kabinet resultaat laat zien? Eén ding is zeker: de electorale kaart blijft voorlopig in beweging, soms sneller dan prettig voelt.
Praat mee via onze sociale kanalen: wat spreekt je aan, wat stoort je, en wat mis je in het debat? We zijn benieuwd naar je kijk op de cijfers én de koers. Laat van je horen.
Bron: faqts.net





