Rijd je deze zomer door Zuid- of Oost‑Europa, dan merk je het al bij de eerste tankbeurt: de liters zijn daar fors goedkoper. Terug in Nederland volgt vervolgens de schrik aan de pomp, waar prijzen opnieuw ruim boven de 2,60 euro per liter liggen.
Schrik aan de pomp
De landelijke adviesprijs voor benzine schommelt rond 2,63 euro per liter, diesel zit vrijwel gelijk. Niet elk station rekent die adviesprijs, maar zelfs met kortingen blijft tanken in Nederland flink duurder dan in de meeste vakantielanden om ons heen.
Vul je vijftig liter tegen de adviesprijs, dan ben je ruim 131 euro kwijt. In landen als Spanje kan exact dezelfde tank tientallen euro’s goedkoper zijn. Geen wonder dat vakantiegangers soms bewust wachten met tanken tot ze de grens over zijn.
Waar tanken nog goedkoop is
De verschillen binnen Europa zijn opvallend. Op Malta betaal je rond 1,34 euro per liter E10, in Noord‑Macedonië circa 1,46 en op Cyprus ongeveer 1,51. Een volle tank van vijftig liter kost daar ruwweg 75 euro.
Ook in populaire vakantielanden ben je voordeliger uit. Spanje zit gemiddeld rond 1,44 euro per liter, Italië en Griekenland rond 1,95 tot 1,98. Frankrijk is geen koopjesland, maar blijft met ongeveer 2,02 nog duidelijk onder de Nederlandse adviesprijs.

Belastingen zijn doorslaggevend
De olieprijs speelt mee, maar is niet de hoofdschuldige. Het grote prijsverschil zit in belastingen. In Nederland geldt een vaste accijns op ongelode benzine van ongeveer 84,47 cent per liter, ongeacht schommelingen in de ruwe‑olieprijs.
Daarbovenop komt 21 procent btw, berekend over de volledige verkoopprijs. Dus ook over de accijns. Tel je alles op, dan stroomt grofweg zestig procent van wat je aan de pomp betaalt rechtstreeks naar de schatkist.
Belasting op belasting uitgelegd
De pompprijs bestaat uit meer dan olie en belastingen: raffinage, transport, opslag, verplichte bijmenging van biobrandstoffen en marges van bedrijven tellen mee. Toch springt vooral het effect van belasting over belasting in het oog.
Eerst gaat er een hoge, vaste accijns op iedere liter. Daarna volgt btw over het hele bedrag, inclusief die accijns. Stijgt de brandstofprijs, dan stijgt de btw‑opbrengst automatisch mee. Daarom voelt elke cent extra aan de pomp dubbel.
Olieprijs en raffinaderijen
Wordt een vat olie duurder, dan werken die hogere kosten door naar raffinaderijen en brandstofleveranciers. Toch bewegen olie en pompprijzen niet altijd gelijk, mede door voorraden, langlopende contracten en regionale knelpunten in de keten.
Soms is er genoeg ruwe olie, maar te weinig raffinagecapaciteit. Marktkenners signaleren bijvoorbeeld krapte rond de Rotterdamse raffinaderijen. Bij drukte stijgen groothandelsprijzen, betalen tankstations meer inkoop en belandt dat uiteindelijk in de prijs die jij afrekent.
Dollar en geopolitiek
Olie wordt wereldwijd in dollars verhandeld. Als de dollar sterker wordt, moeten Europese kopers meer euro’s neertellen voor dezelfde hoeveelheid olie. Zelfs zonder grote olieprijsschommelingen kan tanken hierdoor merkbaar duurder worden.
Daarbovenop komen geopolitieke spanningen. De oorlog in Oekraïne, onrust rond Iran en onzekerheid over cruciale routes zoals de Straat van Hormuz jagen prijzen op. Al bij dreiging van verstoringen lopen verzekeringskosten en marktprijzen vooruit op mogelijke tekorten.
Europa bepaalt geen pompprijs
Veel mensen denken dat prijzen binnen de EU ongeveer gelijk horen te zijn. In werkelijkheid stelt Brussel alleen minimumniveaus voor accijns vast. Lidstaten mogen daar ruim boven zitten en kiezen hun eigen belastingmix en klimaatbeleid.
Nederland zet al jaren in op hogere accijnzen, mede om uitstoot te beteugelen en zuiniger rijden te stimuleren. Het levert de staat bovendien veel op: de verkoop van brandstoffen brengt jaarlijks naar schatting zeven tot acht miljard euro in het laatje.
Verschillen binnen nederland
Niet alleen tussen landen, ook binnen Nederland lopen prijzen uiteen. Langs de snelweg betaal je doorgaans het meest, onder meer door hogere vaste kosten en minder uitwijkmogelijkheden voor automobilisten met haast of een lege tank.
Volgens de toezichthouder kan het verschil tussen een snelwegstation en een voordelige pomp buiten de snelweg oplopen tot zo’n 12,50 euro per vijftig liter. Prijsvergelijking loont dus, al blijft Nederland internationaal bekeken alsnog bovengemiddeld duur.
Grens en beleid nu
In grensregio’s is tanktoerisme al jaren een vast patroon. Bestuurders rijden voor benzine of diesel naar België of Duitsland, waar lagere belastingen structureel voor lagere prijzen zorgen. Nederlandse pomphouders vlak bij de grens verliezen daardoor klanten.
Het kabinet houdt voorlopig vast aan een beperkt steunpakket van bijna een miljard euro. De tijdelijke accijnsverlaging uit 2022 blijft, indexatie wordt getemperd en de reiskostenvergoeding gaat iets omhoog. Een nieuwe, algemene accijnsverlaging komt er vooralsnog niet.
Waarom dalingen traag doorwerken
Ook als de olieprijs daalt, zakt de pompprijs vaak met vertraging. Leveranciers werken met voorraden en contracten waarbij eerder duurdere partijen eerst opgaan. Pas wanneer nieuwe, goedkopere ladingen doorkomen, zie je de prijsverlichting aan de pomp.
Bovendien hoeft een belastingverlaging niet één op één in jouw kassabon te landen. Door marges, timing en marktwerking kan het voordeel slechts deels doorcijpelen. Daarom schat het kabinet dat een forse extra accijnsverlaging relatief weinig per liter scheelt.
Wat kun je zelf doen
Dat Nederland snel net zo goedkoop wordt als Spanje of Malta is onwaarschijnlijk. De accijnsverschillen zijn simpelweg te groot. Wel kun je besparen door snelwegstations te mijden, prijzen te vergelijken, rustiger te rijden en je bandenspanning op peil te houden.
Woon je dicht bij de grens, dan blijft tanken in het buitenland vaak lonen. Intussen woedt het politieke debat over eerlijkheid en klimaatdoelen onverminderd door. Wat vind jij: werkt deze prijsprikkel, of is de maat vol? Laat je reactie achter op onze sociale media.
Bron: trendyvandaag.nl





