In Nederland is bij een bloeddonor het westnijlvirus gevonden, zonder recente buitenlandse reis. Dat wijst op lokale overdracht. RIVM en bloedbank Sanquin slaan alarm, breiden testen uit en benadrukken tegelijk: de kans voor het grote publiek blijft klein.
Nieuwe besmetting in eigen land
De besmetting is ontdekt bij een donor die niet in het buitenland is geweest. Daarmee is dit de eerste bevestigde lokale infectie sinds 2020. Het virus circuleert dus opnieuw in Nederlandse muggen, al blijft de schaal voorlopig beperkt.
Dat beeld wordt versterkt doordat in korte tijd ook een mens, een paard en een vogel positief testten, op verschillende plekken. Het RIVM leest daarin een duidelijk signaal: er zijn momenteel Nederlandse muggen die het virus kunnen dragen.
Wat we weten over overdracht
Het westnijlvirus circuleert vooral tussen vogels en de gewone huissteekmug (Culex). Mensen en paarden zijn zogeheten eindgastheren: zij kunnen het virus niet verder verspreiden. Overdracht tussen mensen gebeurt niet in het dagelijks contact, wel via bloedproducten.
Sanquin en het RIVM bevestigen dat besmetting via wonden of huidcontact geen route is. Transfusies en transplantaties vormen het reële risico, daarom screent de bloedbank gericht en kan donatie uit bepaalde gebieden tijdelijk worden uitgesteld.

Hoe is de infectie ontdekt
De positieve test kwam naar voren bij de routinematige screening van bloedbank Sanquin. Daarbij wordt bloed gecheckt op diverse infecties. Na het signaal is direct bron- en contactonderzoek gestart en is gekeken waar de donor recent verbleef.
Sanquin meldt dat een deel van de gedoneerde bloedproducten al aan een patiënt was toegediend voordat de besmetting bekend werd. De patiënt en diens arts zijn meteen geïnformeerd, zodat monitoring en eventuele voorzorgsmaatregelen konden starten.
Wat betekent dit voor donor en patiënt
Voor de donor geldt een tijdelijk doneerverbod en medische opvolging. In veel gevallen verloopt een infectie zonder klachten, maar Sanquin en artsen houden nauwlettend in de gaten of er symptomen ontstaan en of aanvullende behandeling noodzakelijk is.
Voor de ontvanger van het bloed geldt verscherpte waakzaamheid. Het risico op ziekte na transfusie blijft zeer klein, maar wordt serieus genomen: de behandelend arts bespreekt symptomen, plant zo nodig testen en schakelt met het ziekenhuislab en Sanquin.
Klachten en ernst in mensentaal
Tachtig procent van de besmette mensen merkt niets. Ongeveer negentien procent krijgt griepachtige klachten: koorts, hoofdpijn, spierpijn en soms uitslag. Slechts één op de honderd ontwikkelt neurologische problemen zoals hersenvliesontsteking of zenuwuitval, vooral bij kwetsbare groepen.
Wie ziek wordt, voelt zich meestal binnen twee tot veertien dagen beroerd. De meesten knappen vanzelf op met rust en vocht. Bij ernstige klachten of aanhoudende koorts is medische beoordeling verstandig, zeker bij ouderen en mensen met afweerproblemen.
Wat muggen hiermee te maken hebben
Muggen raken besmet wanneer ze bloed zuigen bij geïnfecteerde vogels. Daarna kunnen ze het virus doorgeven aan de volgende gastheer, zoals een mens of paard. Zonder muggenbeet raak je dus in het dagelijks leven niet besmet met westnijlvirus.
Het RIVM wijst erop dat de aanwezigheid van een paar besmette muggen nog geen grootschalige uitbraak betekent. Toch is alertheid verstandig, zeker in de warmere maanden wanneer muggen actiever zijn en broedplaatsen sneller ontstaan na regen.
Waar in Nederland nu extra gelet wordt
Sanquin breidt de screening uit voor donoren uit aangewezen risicogebieden binnen Nederland. Op dit moment gaat het om de provincie Utrecht en de regio Gooi- en Vechtstreek. De getroffen donor woont in Utrecht, bevestigt het RIVM expliciet.
Die gerichte aanpak helpt om transfusieveiligheid te borgen zonder onnodig donoren te verliezen. Zodra data aantonen dat het risico daalt of toeneemt, kan de lijst met postcodegebieden dynamisch worden aangepast. Transparante communicatie blijft daarbij essentieel.
Terugblik op 2020 in Nederland
Vier jaar geleden dook het westnijlvirus hier voor het eerst op bij een vogel. Daarna werden in hetzelfde seizoen minder dan tien menselijke infecties vastgesteld. Destijds lag de nadruk op snelle signalering en informeren van zorgprofessionals en laboratoria.
De huidige situatie lijkt daarop: hernieuwde detectie bij dieren en mensen, gevolgd door extra controles in de bloedketen. Dankzij ervaring uit 2020 zijn draaiboeken op orde en wordt sneller opgeschaald wanneer epidemiologische signalen daarom vragen.
Waarom het risico nu nog steeds klein is
Hoewel het virus is aangetoond, spreken we van enkele verspreide vondsten. De kans dat je als willekeurige Nederlander ziek wordt, blijft laag. Dat komt door het beperkte aantal besmette muggen en het feit dat mens-op-mensoverdracht ontbreekt.
Bovendien is er in Nederland een fijnmazig netwerk van surveillance bij vogels, paarden en mensen. Die monitoring vergroot de kans op vroege signalering, waardoor maatregelen gericht en tijdelijk kunnen blijven in plaats van breed en langdurig.
Wat je zelf kunt doen tegen muggen
Bescherm jezelf vooral in de schemer. Draag luchtige, bedekkende kleding, gebruik een muggenwerend middel met DEET of icaridine en zet waar mogelijk horren voor ramen. Stilstaand water rond huis leeggooien helpt broedplekken verminderen, net als regentonnen afdekken.
Slaap je buiten of kampeer je, dan bieden een klamboe en lichte kleding extra bescherming. Voor gezinnen met jonge kinderen bestaan geschikte repellents met lagere concentratie werkzame stof. Volg altijd de gebruiksaanwijzing; meer smeren is niet automatisch beter.
Wat Sanquin en rivm nu ondernemen
Sanquin schaalt de screening gericht op, zodat alle donaties uit risicogebieden worden getest op westnijlvirus. Daarnaast kan tijdelijk deferral gelden voor donoren die in zulke gebieden wonen of daar recent verbleven hebben, om transfusieveiligheid maximaal te waarborgen.
Het RIVM coördineert ondertussen de landelijke monitoring bij mensen en dieren, deelt informatie met GGD’en en huisartsen en adviseert over risicocommunicatie. Nieuwe bevindingen worden regelmatig gepubliceerd, zodat professionals en publiek weten waar ze aan toe zijn.
Breder Europees plaatje en klimaat
In verschillende Europese landen, vooral rond de Middellandse Zee en op de Balkan, is westnijlvirus de afgelopen jaren seizoensmatig aanwezig. Warme, natte zomers geven muggen een voorsprong, waardoor het virus soms noordelijker opduikt dan voorheen.
Nederland blijft relatief koel en droog vergeleken met zuidelijke regio’s, maar lokale omstandigheden kunnen tijdelijk gunstig zijn voor muggen. Dat onderstreept het belang van voortdurende waakzaamheid en flexibele maatregelen, in plaats van paniek of overspannen verwachtingen.
Wanneer je zorg moet zoeken
Krijg je binnen twee weken na talloze muggenbeten koorts met hevige hoofdpijn, stijve nek of neurologische klachten, bel dan je huisarts. Vertel waar je bent geweest, of je donorbloed hebt ontvangen en of er recente meldingen in jouw regio zijn.
Voor de meeste mensen volstaat geruststelling en uitzieken. Bij risicogroepen, zoals ouderen of mensen met een kwetsbare afweer, kan opname nodig zijn bij ernstige klachten. Vroege beoordeling helpt complicaties voorkomen, ook als het uiteindelijk geen westnijlvirus blijkt.
Tot slot
Samengevat: een enkele lokale besmetting bij een bloeddonor en positieve testen bij dier en mens laten zien dat westnijlvirus rondgaat, maar zonder directe reden tot paniek. Met gerichte screening, heldere voorlichting en muggenmaatregelen blijft het publieke risico laag.
Blijf dus opletten, bescherm jezelf tegen muggen en vertrouw op de ingezette aanpak van Sanquin en het RIVM. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet. Wil je meepraten of heb je vragen, laat van je horen op onze sociale media.
Bron: metronieuws.nl





