De Nederlandse spermadonor Simon zegt nu dat hij minstens 199 kinderen heeft verwekt. Dat is fors meer dan de 121 waar eerder over werd gesproken. In een brief aan ouders, die in handen is van Nieuwsuur, deelt hij een overzicht per jaar en regio. Ook schrijft hij te zijn gestopt met doneren en professionele hulp te zoeken, terwijl moeders en deskundigen juist om duidelijk toezicht en grenzen vragen.
Nieuwe bekentenis
Volgens Simon zijn 172 kinderen in Nederland geboren uit zijn donaties, 11 in België, 15 in Duitsland en één in een ander Europees land. Eén vrouw zou bovendien nog zwanger zijn. In zijn brief erkent hij dat hij niet altijd volledig is geweest richting ouders.
Die erkenning komt nadat hij de afgelopen maanden verschillende, wisselende aantallen noemde in gesprekken met moeders. De brief, door hem al weken beloofd, noemt nu voor het eerst expliciet het getal van 199. Daarmee ontstaat meer zicht op de schaal van zijn donorschap, al blijft het vertrouwen broos.
Overzicht per land
De door Simon gedeelde verdeling per land lijkt te bevestigen dat zijn donaties zich niet beperkten tot Nederland. Vooral het grote aandeel Nederlandse geboortes valt op, met daarnaast kleinere aantallen in buurlanden. Het wijst op jarenlang, grensoverschrijdend doneren.
Simon zegt dat hij inmiddels volledig is gestopt met álle vormen van donatie. Ook kondigt hij aan begeleiding te zoeken om, zoals hij schrijft, “er op een verantwoordelijke en goede manier mee om te gaan, in het belang van de kinderen”. Ouders reageren intussen terughoudend.

Van 121 naar 199
Nieuwsuur meldde eerder deze week dat Simon 121 kinderen zou hebben verwekt. Al snel werd verwacht dat het werkelijke aantal hoger lag, mede omdat moeders aangaven uiteenlopende cijfers van hem te hebben gehoord. De nieuwe brief bevestigt dat vermoeden ruimschoots.
Het verschil tussen 121 en 199 wekt zorgen over transparantie en controle. Ouders willen weten met hoeveel halfbroers en -zussen hun kinderen mogelijk te maken krijgen. In de praktijk zijn zulke aantallen moeilijk te overzien, zeker als donaties buiten klinieken plaatsvinden.
Jarenlange donaties
Simon doneert al jaren, via meerdere kanalen. Het ministerie van Volksgezondheid wist volgens Nieuwsuur al in augustus 2017 dat hij een massadonor was, maar ondernam toen geen actie. Dat wekt vragen over handhaving en verantwoordelijkheden bij overheid en sector.
Opvallend is dat Simon twee jaar later terechtkwam in een commissie die in opdracht van de overheid de donorwet evalueerde. Dat schuurt, zeggen betrokkenen: iemand met zo’n donatieverleden in een adviserende rol, terwijl precies dat fenomeen onder een vergrootglas ligt.
Werkwijze en aliassen
De man, 43 jaar en afkomstig uit de regio Groningen, gebruikte volgens ouders meerdere namen: onder meer Jesse, Johan, Daan, Sam en Maarten. Hij doneerde aan verschillende spermabanken, maar werkte vooral buiten de klinieken om, via internet en direct contact met wensouders.
Vrouwen vertelden eerder dat hij onwaarheden sprak over aantallen kinderen en dat hij soms seksueel getinte berichten stuurde. Die verhalen voeden het gevoel van onveiligheid en onvoorspelbaarheid. De rode draad: er is behoefte aan duidelijke grenzen en controle, juist buiten de muren van klinieken.
Vertrouwen beschadigd
Voor veel moeders is het vertrouwen weg. De angst draait niet alleen om aantallen, maar ook om de gevolgen voor de kinderen: het risico op onverwachte ontmoetingen met halfbroers of -zussen, en de impact van geheimhouding of halve waarheden op de lange termijn.
Babs, die een kind kreeg dankzij Simon, vat het gevoel bondig samen: “Het vertrouwen dat hij stopt is onder nul.” Haar woorden echoën breder in oudergroepen waar ervaringen worden uitgewisseld, families elkaar opzoeken en soms pas gaandeweg duidelijk wordt hoe groot de groep halfbroers en -zussen is.
Reactie van Simon
In zijn brief neemt Simon afstand van zijn eerdere handelwijze. “Daardoor hebben ouders een incompleet of vertekend beeld gekregen”, schrijft hij. “Ik geloofde het juiste te doen en mensen te helpen… Nu weet ik dat ik jullie ernstig tekort heb gedaan.”
Hij zegt alle donaties te hebben gestaakt en professionele hulp te zoeken. Die wending biedt voor sommigen een begin van erkenning, maar neemt de zorgen niet weg. Want stoppen vandaag verandert niets aan duizenden toekomstige ontmoetingen, vragen en mogelijke dilemma’s voor de betrokken gezinnen.
Lacunes in toezicht
In klinieken gelden afspraken over het maximale aantal gezinnen per donor en is er registratie. Maar buiten de kliniek ontbreekt eenduidig toezicht. Dat schept ruimte voor grootschalige, particuliere donatie, waarbij niemand precies zicht heeft op aantallen en herkomst.
Dat het ministerie al in 2017 signalen had, versterkt de roep om duidelijke regels én handhaving. Transparantie over aantallen en een centraal overzicht van donaties zijn cruciaal, zeggen ouders. Zonder dat blijft het puzzelen en groeit de kans op ongewenste verrassingen.
Gevolgen en vervolgstappen
De kwestie-Simon kan het debat over donorschap in Nederland nieuw elan geven. Mogelijke stappen die genoemd worden: strengere eisen voor particuliere trajecten, een landelijk register dat ook buitenklinische donaties meeneemt en steviger sancties bij overschrijdingen.
Daarnaast klinkt de oproep om ouders en kinderen beter te ondersteunen bij het zoeken naar biologische verwanten. Denk aan laagdrempelige matching, duidelijke informatie en psychologische begeleiding. Want elke brief of bekentenis is pas een begin; daarna volgt het echte werk in gezinnen.
Perspectief van ouders
Veel wensouders kozen destijds voor particuliere donatie uit praktische overwegingen: lange wachttijden, beperkte beschikbaarheid of het gevoel meer regie te hebben. Maar wie naast hoop vooral onduidelijkheid krijgt, voelt zich al snel aan zijn lot overgelaten.
Ouders vragen daarom om heldere richtlijnen die houvast geven, ook buiten klinieken. Transparantie over aantallen en identiteit – binnen de grenzen van de wet – helpt kinderen en ouders om hun verhaal te kunnen vertellen, zonder gaten of late onthullingen.
Wat dit betekent voor kinderen
Voor kinderen draait dit dossier om identiteit, familie en veiligheid. Weten wie je biologische ouder is, en hoeveel halfbroers en -zussen je hebt, is meer dan een curiositeit; het kan bepalen hoe je je relaties en toekomst vormgeeft.
Deskundigen wijzen op het belang van tijdige, eerlijke informatie en zorgvuldige begeleiding. Of Simon nu gestopt is of niet: de komende jaren zullen veel kinderen en ouders antwoorden zoeken. Heb jij hier ervaring mee? Praat mee op onze sociale media.
Bron: nos.nl





