In Den Haag houden ze de adem in. De Amerikaanse president Donald Trump zou op het punt staan zware sancties af te kondigen tegen het Internationaal Strafhof, zo melden twee ingewijden aan persbureau Reuters.
Gaan die plannen door, dan kan dat het werk van het hof ernstig verstoren. Het Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, genocide en misdaden tegen de menselijkheid, en is daarvoor afhankelijk van internationale samenwerking.
Wat er nu precies klaarligt
Volgens de bronnen zijn de maatregelen al helemaal voorbereid. Ze liggen dus in de la, klaar om op tafel te komen. Wanneer de officiële aankondiging volgt, is voorlopig nog niet duidelijk.
Dat maakt de situatie voor het hof extra ongemakkelijk. Je weet dat er iets aankomt, maar niet wanneer en niet in welke exacte vorm. Voorbereiden op een klap die je niet ziet vallen, is lastig.
Een knoop die deze week kan worden doorgehakt
Amerikaanse functionarissen laten aan de zakenkrant The Wall Street Journal weten dat de definitieve beslissing mogelijk al deze week valt. Dat zou gebeuren tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York.

Uitgerekend daar, op de plek waar de wereld jaarlijks samenkomt om over internationale afspraken te praten, zou dus het besluit kunnen vallen om een internationale rechtbank hard te raken. Het contrast is opvallend.
Van individuele rechters naar het hof zelf
Washington nam eerder al sancties tegen verschillende rechters en aanklagers van het Strafhof. Die maatregelen richtten zich op personen, niet op de instelling. Precies daar zit nu het grote verschil met wat op stapel staat.
Volgens de bronnen is de volgende stap het hof als organisatie treffen. Dat is een wezenlijk andere categorie: niet langer een handvol namen op een lijst, maar de rechtbank in haar geheel.
Waarom de regering-Trump zo kwaad is
De maatregelen passen in een conflict dat al een tijd aansleept. De Verenigde Staten willen dat het Strafhof de arrestatiebevelen tegen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en andere Israëlische leiders intrekt.
Zolang die bevelen overeind blijven, blijft ook de druk vanuit Washington toenemen. De aangekondigde sancties zouden een forse escalatie betekenen in een strijd die al langer tussen beide kampen woedt.
Het oude zeer rond Afghanistan
Er speelt nog een tweede dossier dat in Washington bijzonder gevoelig ligt. Het Strafhof onderzocht eerder mogelijke oorlogsmisdaden door Amerikaanse militairen in Afghanistan. Dat onderzoek zit de Amerikanen al jaren dwars.
Voor veel Amerikaanse politici raakt dat aan een principekwestie: mogen buitenlandse rechters oordelen over Amerikaanse soldaten? Het antwoord vanuit Washington is al lang hetzelfde, en het is een duidelijk nee.
Rubio roept landen op af te haken
Minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio ging in juli nog een stap verder. Hij riep andere landen op om zich helemaal terug te trekken uit het Internationaal Strafhof, een opmerkelijke oproep aan bondgenoten.
Volgens Rubio vormt het hof “een bedreiging voor de Amerikaanse soevereiniteit”. Die ene zin vat de Amerikaanse redenering samen: geen enkele internationale instelling mag boven de eigen wetten en de eigen beslissingen staan.
De dollar als drukmiddel
Uit documenten die The Wall Street Journal kon inkijken, blijkt waar de pijn moet zitten. De sancties zouden financiële transacties met het Strafhof verbieden. Geld, niet woorden, wordt het eigenlijke wapen.
Concreet zou het hof geen transacties meer in Amerikaanse dollars mogen uitvoeren. Daarmee raakt een instelling die wereldwijd werkt aan haar meest praktische levensader: de mogelijkheid om gewoon betalingen te doen.
Afgesneden van het financiële systeem
Volgens dezelfde documenten zou het Strafhof grotendeels worden afgesloten van het mondiale financiële systeem. Dat klinkt technisch, maar de gevolgen zijn heel tastbaar voor wie dagelijks met banken en betalingen te maken heeft.
Denk aan salarissen, reizen, onderzoek ter plaatse en samenwerking met partners in tientallen landen. Zonder vlotte toegang tot het bankwezen wordt elk van die dingen ingewikkelder, trager en duurder.
Wat het Strafhof eigenlijk doet
Het Internationaal Strafhof werd opgericht in 2002 en is gevestigd in Den Haag. Het vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, genocide en misdaden tegen de menselijkheid, de zwaarste categorieën die het internationaal recht kent.
Belangrijk detail: het hof springt pas in wanneer landen die zaken zelf niet kunnen of niet willen behandelen. Het is dus bedoeld als vangnet, niet als vervanging van nationale rechtbanken.
Amerika bleef altijd aan de zijlijn
De Verenigde Staten zijn nooit toegetreden tot het Strafhof. Dat is geen recente ommekeer onder Trump, maar een constante in het Amerikaanse buitenlandbeleid sinds de oprichting van het hof.
Dat verklaart meteen waarom de verhouding tussen Washington en Den Haag altijd al stroef verliep. Wie geen lid is, voelt zich ook niet gebonden aan de beslissingen die er genomen worden.
Wat dit voor Den Haag kan betekenen
Voor de stad die zichzelf graag als hoofdstad van het internationaal recht profileert, is dit geen klein nieuws. Een van haar bekendste instellingen dreigt het doelwit te worden van de machtigste economie ter wereld.
Hoe zwaar de klap uitpakt, hangt af van de precieze invulling van de maatregelen. Dat detail ontbreekt voorlopig, en dus blijft het gissen naar de werkelijke draagwijdte ervan.
Wat er nu te volgen valt
De belangrijkste vraag is simpel: komt de aankondiging er echt, en zo ja, wanneer? De top in New York vormt daarbij het meest waarschijnlijke moment, maar zekerheid is er nog niet.
Tot dan blijft het afwachten. De sancties liggen klaar, de argumenten zijn al meermaals publiek gemaakt en de spanning tussen Washington en het Strafhof loopt intussen gewoon verder op.
Bron: s.hln.be





