Automobilisten krijgen deze week eindelijk glashelder inzicht in de opbouw van de brandstofprijs. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) lanceerde een openbaar dashboard dat toont wie welk deel van elke liter benzine of diesel opeist, van ruwe olie tot pomp.
De toezichthouder vermoedde al langer dat sinds de spanningen rond Iran extra wordt verdiend aan brandstof. De eerste meetresultaten bevestigen dat beeld: vooral raffinaderijen pakken een groter stuk van de taart, met marges die de laatste maanden opmerkelijk zijn gestegen.
Wat de ACM precies laat zien
Het nieuwe ACM-dashboard brengt per dag in kaart hoe de pompprijs is opgebouwd: van ruwe olie en raffinagemarge tot groothandel, accijns, btw en pompstations. Zo kun je zelf volgen wie aan de knoppen draait wanneer prijzen bewegen.
De ACM houdt de cijfers actueel en wil de markt transparanter maken. Niet om prijzen te bepalen, wel inzicht te geven. Dat helpt politici, consumenten en ondernemers discussies te voeren op basis van feiten in plaats van vermoedens.
Winstmarges bij raffinaderijen schieten omhoog
In de metingen van de afgelopen maanden vallen vooral de raffinagemarges op. Waar die eerder slechts enkele centen per liter bedroegen, liep de marge op tot ruim 20 cent. Op 9 juli tikte benzine 25 cent per liter aan.

Bij diesel is het beeld nog scherper: het aandeel voor raffinaderijen piekte op 0,46 euro per liter en ligt inmiddels rond 0,37. Dat zijn hoge niveaus vergeleken met de jaren ervoor, en precies daarom kijkt de ACM extra kritisch mee.
Groothandelsprijzen bewegen niet één op één mee
Opvallend is dat de groothandelsprijzen voor benzine en diesel al opliepen voordat de sluiting van de Straat van Hormuz en de hogere olieprijs effect hadden. Met andere woorden: prijzen in de keten volgen ruwe olie niet één op één.
Dat kan komen door contractstructuren, logistiek, voorraadposities of simpelweg marktverwachtingen. Maar het kan óók wijzen op extra margeopbouw. Precies daar richt de ACM zich nu op: uitzoeken wat verklaarbaar is en wat mogelijk buitensporig is.
Nederlandse pompprijs steekt boven buurlanden uit
De Nederlandse pompprijs blijft fors hoger dan in de buurlanden. Dat merken pomphouders ook in de praktijk: klanten rijden geregeld een stukje om voor een tankbeurt in België, waar het verschil per volle tank aardig kan oplopen.
Het prijsverschil komt deels door belastingen, maar niet alleen. Ook lokale concurrentie, inkoopafspraken en marges spelen mee. Juist daarom is het nuttig om de opbouw te kennen: dan zie je welke knoppen werkelijk het verschil maken.
Hoe de literprijs is opgebouwd
Neem 13 juli als voorbeeld: gemiddeld kostte een liter benzine 2,27 euro. Daarin zat 0,40 euro btw en 0,85 euro accijns. De ruwe olie vertegenwoordigde 0,41 euro, het pompstation 0,18 euro en de raffinaderij 0,21 euro.
Bij diesel was het aandeel voor raffinaderijen op het hoogtepunt zelfs 0,46 euro per liter; inmiddels bedraagt dat circa 0,37 euro. Zulke verschillen binnen één ketenlaag hebben voelbare impact op de prijs die je uiteindelijk aan de pomp betaalt.
Wat jij als automobilist kunt doen
De ACM benadrukt dat slim tanken loont. Buiten de snelweg kan je tot zo’n 25 cent per liter besparen, goed voor 10 tot 15 euro per volle tank. Vergelijk prijzen in je buurt en let op acties of spaarsystemen.
Verder helpt het om op rustige momenten te tanken, onnodige premiumbrandstoffen te vermijden en je bandenspanning op peil te houden. Kleinigheden, maar samen leveren ze over een jaar gezien vaak meer op dan je denkt.
Waarom speelt de situatie in Iran mee?
Geopolitiek speelt altijd een rol op de oliemarkt. Spanningen rond Iran en een tijdelijke sluiting van de Straat van Hormuz maken handelaren nerveus: minder zeker aanbod leidt tot een risico-opslag in de prijs, ook als de fysieke stroom nog doorloopt.
Tegelijkertijd laat de ACM zien dat groothandelsprijzen al opliepen vóór die gebeurtenissen. Dat wijst op extra factoren, zoals onderhoud aan raffinaderijen, beperkte scheepscapaciteit of simpelweg krapte in bepaalde brandstofsoorten. Het dashboard helpt die puzzel stukje bij beetje te leggen.
Reacties uit de sector en politiek
Raffinaderijen en handelaren opperen vaak dat kosten zijn gestegen: duurdere veiligheid, verzekeringen, personeel en onderhoud. Ook wijzen zij op geplande stops en lagere productiereserves. Tegelijkertijd stellen consumentenorganisaties en politici vragen over de hoogte en snelheid van de stijgende marges.
De ACM grijpt niet in met prijsplafonds, maar met openheid. Als de data structureel buitensporige marges laten zien, kan dat aanleiding zijn voor nader onderzoek of gesprekken met partijen in de keten. Transparantie is stap één, gedragsverandering stap twee.
Wat betekent dit op de langere termijn?
Zolang raffinagemarges verhoogd blijven, hangt er een extra opslag boven de pompprijs. Tegelijk is het goed te beseffen dat belastingen nog altijd het grootste deel vormen. Normaliseren de marges, dan zakt een merkbaar stuk van de literprijs weer weg.
Voor huishoudens en bedrijven betekent het dat brandstofbudgetten lastig te plannen blijven. Het kan de overstap naar zuinige of elektrische voertuigen versnellen. Beleidsmakers zullen intussen blijven sleutelen aan accijnzen en compensaties om de pijn aan de pomp te dempen.
Tot slot
Samengevat: dankzij het ACM-dashboard zie je eindelijk hoe elke eurocent in de tank wordt verdeeld. De marges bij raffinaderijen liggen nu duidelijk hoger dan eerder. De komende weken zal blijken of dat tijdelijk is of structureel wordt.
Heb jij prijsverschillen gespot bij jou in de buurt, of handige tanktips die anderen kunnen gebruiken? Laat het ons weten. We zijn benieuwd naar jouw ervaringen en meningen: reageer op onze socialmediakanalen en praat mee met het gesprek.
Bron: hartvannederland.nl





