Ouders die het toch al krap hebben, zijn volgend jaar opnieuw meer kwijt aan de kinderopvang. De prijzen op steeds meer locaties liggen boven het bedrag waarmee de overheid rekent, en dat gat wordt in 2027 vermoedelijk nog iets groter.
Een paar dubbeltjes per uur klinkt overzichtelijk. Toch telt dat verschil juist bij de laagste inkomens flink aan, blijkt uit onderzoek van BOinK, de belangenorganisatie voor ouders in de kinderopvang.
Het rekensommetje achter de uurprijs
De overheid gaat dit jaar uit van een maximumtarief van 11,23 euro per uur. Over dat bedrag krijgen ouders kinderopvangtoeslag, waarbij de laagste inkomens 96 procent vergoed krijgen van de overheid.
In de praktijk betekent dat een eigen bijdrage van 45 cent per uur. Volgend jaar wordt dat 46 cent, omdat de overheid dan rekent met een maximumtarief van 11,60 euro per uur.
Wat de opvang er zelf voor vraagt
Alleen: dat overheidstarief is niet wat er op de factuur staat. Kinderopvanglocaties vragen in 2026 gemiddeld 11,82 euro per uur, blijkt uit de inventarisatie van BOinK onder ruim vierhonderd organisaties.

Alles boven het maximumtarief betalen ouders volledig uit eigen zak, zonder enige vergoeding. Voor de laagste inkomens is dat stuk inmiddels groter dan de 45 cent eigen bijdrage die zij sowieso kwijt zijn.
Waarom die prijzen boven het maximum liggen
Een groeiend aantal organisaties rekent meer per uur dan de overheid als redelijk ziet. Dat kan te maken hebben met een warme lunch, biologisch eten of bijzondere activiteiten voor de kinderen.
Ook de regio speelt mee in wat opvang werkelijk kost. Waar huisvesting duur is, loopt de uurprijs sneller op dan het landelijke tarief dat in Den Haag wordt vastgesteld.
Hogere inkomens voelen het minder
Wie meer verdient, betaalt al meerdere euro’s per uur aan kinderopvang, afhankelijk van het precieze salaris. Een paar dubbeltjes extra bovenop dat bedrag valt in verhouding een stuk minder op.
Bij de laagste inkomens ligt dat anders. Daar komt het bedrag boven de maximumprijs bovenop een eigen bijdrage die tot nu toe nog geen halve euro per uur bedroeg.
De prognose voor volgend jaar
Kinderopvangorganisaties laten hun prijzen volgend jaar harder stijgen dan het overheidstarief. Dat blijkt uit de jaarlijkse prognose van adviesbureau AYIT en Van Ree Accountants, die uitkomt op 3,7 tot 4,9 procent.
Achter die stijging zitten groeiende kostenposten, bijvoorbeeld voor personeel en huisvesting. De eerste voorstellen liggen nu ter goedkeuring bij oudercommissies. Meestal volgt de branche de prognose die het adviesbureau afgeeft.
Van zeventig naar tachtig euro per maand
Vertaald naar euro’s zou de gemiddelde uurprijs kunnen oplopen van 11,82 naar 12,32 euro. Dat lijkt bescheiden, maar het werkt wel door in de maandrekening van ouders.
Voor twee dagen opvang per week betalen ouders met de laagste inkomens dan geen 70, maar 80 euro per maand. Een tientje erbij, elke maand opnieuw, voor precies dezelfde opvang.
Zorgen bij de ouderorganisatie
Bij BOinK zien ze de ontwikkeling met lede ogen aan. “Dit is slecht nieuws, want het gebruik van de kinderopvang onder lage inkomensgroepen is nu al veel lager”, zegt voorzitter Gjalt Jellesma.
Zijn punt: wie de opvang nu al nauwelijks kan betalen, haakt bij een hogere rekening helemaal af. De drempel wordt hoger voor precies de groep die daar het slechtst tegen kan.
Wat het betekent voor de kinderen
Ook in de wetenschap klinkt ongerustheid. “Dit baart me wel zorgen”, zegt Ruben Fukkink, bijzonder hoogleraar kinderopvang. Voor kinderen vanaf ongeveer een jaar is opvang bewezen goed voor de ontwikkeling.
Fukkink wijst erop wie daar het meeste aan heeft. “Vooral kinderen in achterstandssituaties zijn gebaat bij kinderopvang.” Juist die gezinnen zitten vaak in de inkomensgroep die nu extra wordt geraakt.
Het nieuwe stelsel vanaf 2029
Vanaf 2029 gaat de kinderopvang op de schop. Ouders met midden- en hoge inkomens krijgen dan 95,6 procent vergoed van het tarief dat de overheid vaststelt, wat voor hen gunstig uitpakt.
Voor de laagste inkomens is het verhaal net andersom. Zij krijgen nu nog 96 procent vergoed, iets meer dan straks. In plaats van toeslagen maakt de overheid het geld rechtstreeks over aan de opvang.
Het risico van snellere prijsstijgingen
Aan dat nieuwe stelsel kleeft nog een risico. Omdat veel ouders er per saldo op vooruitgaan, kunnen kinderopvangorganisaties de ruimte voelen om hun tarieven sneller op te schroeven.
Gebeurt dat, dan komt die rekening opnieuw het hardst aan bij ouders met weinig te besteden. Zij betalen immers het volledige bedrag boven het vastgestelde maximumtarief zelf.
Het ministerie ziet het anders
Op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid herkennen ze het sombere beeld niet. “We zien dat de kinderopvang juist betaalbaarder wordt”, zegt een woordvoerder.
Vergeleken met 2023 is het verschil tussen de maximumuurprijzen en het gemiddelde tarief volgens haar kleiner geworden. Bovendien zijn opvangorganisaties niet verplicht om hun stijgende kosten door te berekenen aan ouders.
Bewust geen automatische koppeling
Dat de toeslag niet meebeweegt met de kostenontwikkeling, is een keuze. Een automatische koppeling zou de branche kunnen verleiden om de prijzen telkens weer wat verder op te trekken.
Het ministerie trekt daar een duidelijke grens. “Het is ook niet de bedoeling dat alle kosten volledig worden afgewenteld op de belastingbetaler”, aldus de woordvoerder. Ouders met een smalle beurs merken het ondertussen wel.





