Huishoudens met stadsverwarming kunnen in 2025 opnieuw schrikken van hun energienota. Best gek, want veel woningen hebben geen gasaansluiting. Toch blijft de gasprijs leidend voor het huidige maximumtarief, waardoor warmterekeningen indirect meebewegen met schommelende gasmarkten.
Waarom je rekening alsnog stijgt
Veel klanten begrijpen die koppeling niet: ze krijgen warmte via een net, gebruiken thuis geen aardgas en tóch loopt de rekening op. De verklaring zit in de methode waarmee de toezichthouder jaarlijks het plafond voor warmtetarieven afleidt.
De Autoriteit Consument en Markt (ACM) kijkt naar gasprijzen van tien leveranciers voor een jaarcontract per 1 januari. Op basis van dat gemiddelde berekent de ACM welk warmtetarief ‘niet duurder dan een gasaansluiting’ hoort te zijn.
Hoe het niet-meer-dan-anders werkt
Dat uitgangspunt, het niet-meer-dan-anders-principe, moest consumenten beschermen. In wijken met één warmtebedrijf kun je immers niet overstappen. Daarom stelt de ACM maximumtarieven vast en controleert zij of warmtebedrijven niet bovenmatig verdienen of misbruik maken.
De keerzijde werd pijnlijk duidelijk toen gasprijzen explodeerden: het maximum voor warmte schiet dan mee omhoog, óók waar nauwelijks gas wordt gebruikt. Voor klanten voelt dat onlogisch, zeker als hun netwerk draait op restwarmte of andere bronnen.

Wat je volgend jaar kunt verwachten
Blijven gasprijzen hoog, dan stijgt waarschijnlijk ook het warmtemaximum. Energie-expert Geert Wirken waarschuwde al voor een toename van circa veertig tot vijfenveertig procent. Dat is fors, al betekent het niet dat iedereen automatisch zoveel méér kwijt is.
Het gaat namelijk om een plafond. Leveranciers mogen lager zitten als hun werkelijke kosten dat toelaten. Bovendien houdt de ACM toezicht op financiële resultaten: onverklaarbaar hoge winsten zijn niet de bedoeling en kunnen leiden tot ingrijpen.
Waarom veel leveranciers dicht bij het maximum zitten
Sommige warmtenetten wekken warmte op met aardgas; als gas duurder wordt, stijgen hun kosten mee. Daarbovenop komen hogere prijzen voor elektriciteit, materialen en aannemers. Samen verklaart dat waarom veel aanbieders het maximale tarief benaderen of aanhouden.
Andere netten draaien vooral op restwarmte, geothermie of warmte-koudeopslag. Daar bewegen de echte kosten soms minder mee met de gasprijs. Als de rekening dan tóch stijgt richting het maximum, voelen klanten dat begrijpelijk als wrang en moeilijk uit te leggen.
Vaste kosten drukken zwaar op je totaal
Naast je verbruik betaal je forse vaste posten: het beheer van het netwerk, onderhoud aan installaties, de afleverset in huis, de warmtemeter en toebehoren. Die bedragen lopen door, zelfs als je bijna geen warmte afneemt in een zachte winter.
Juist deze vaste tarieven stegen de afgelopen jaren flink. Daardoor voelen kleine huishoudens en bewoners van goed geïsoleerde woningen zich benadeeld: zij verbruiken weinig, maar betalen dezelfde vaste componenten als buren die aanzienlijk meer gigajoules verstoken.
Besparen met stadsverwarming werkt anders
Met een gasaansluiting levert elk kuubje minder direct euro’s op. Bij stadsverwarming blijft het vaste deel staan, waardoor zuinig stoken minder spectaculair uitpakt. Zelfs met de radiatoren uit kan je totale jaarrekening nog onaangenaam hoog aanvoelen.
Kijk daarom niet alleen naar de prijs per gigajoule, maar naar het totaalplaatje: vastrecht, meterhuur en het variabele tarief samen. Als juist de vaste posten oplopen, kan je jaarbedrag stijgen zonder dat je meer warmte verbruikt.
Nieuwe warmtewet verandert de spelregels
Er komt hulp in aantocht: de Wet collectieve warmte moet de directe koppeling aan gas loslaten. Vanaf 1 januari 2027 verschuift de basis richting echte kosten van het net, in plaats van een referentie via aardgasprijzen.
In het nieuwe model mogen warmtebedrijven hun aantoonbare kosten doorrekenen en daarbovenop een redelijk, begrensd rendement verdienen. Dat klinkt eerlijker: wie goedkoop produceert, rekent minder; wie duur uit is, krijgt juist hogere, maar onderbouwde, tarieven.
Wanneer merk jij daar iets van
Verwacht geen wonderen per 2027. De overgang naar volledig kostengebaseerde tarieven duurt jaren en loopt vermoedelijk tot minstens 2031. In die periode gelden overgangsregels en blijft je nota dus niet van de ene op de andere dag radicaal anders.
En goedkoper wordt het niet automatisch. De ACM zag dat veel netten nu al magere rendementen halen. In het nieuwe regime kan een hoger ‘redelijk’ rendement juist betekenen dat sommige aanbieders meer mogen vragen om investeringen en onderhoud te dekken.
Waarom prijzen straks per wijk uiteenlopen
Kosten verschillen enorm per warmtenet. Bron en techniek spelen mee: restwarmte uit industrie, afvalverbranding, geothermie, elektriciteit of toch aardgas. Ook leeftijd, leidinglengtes, storingsgevoeligheid en het aantal aangesloten woningen drukken zwaar op onderhoud, verliezen en financiering.
Gevolg: twee vergelijkbare huishoudens kunnen in andere steden, of zelfs buurten, totaal verschillende tarieven betalen. Lastig uit te leggen, want overstappen kan meestal niet. Transparantie over kosten en prestaties wordt daarom nóg belangrijker om draagvlak te behouden.
Wie wint en wie verliest volgens berekeningen
Rekenwerk van de ACM schetst een verdeeld beeld: grofweg de helft van de huishoudens gaat omlaag, de rest omhoog. Bij de grootste dalers kan de rekening gemiddeld rond de negenentwintig procent afnemen, afhankelijk van bron, schaal en efficiëntie.
Aan de bovenkant zitten juist forse stijgers: voor de tien procent met de hardste klap kan de nota gemiddeld eenenzeventig procent hoger uitvallen. Daarom werkt de overheid aan aanvullend beleid om extreme effecten voor specifieke groepen te dempen.
Wat jij nu kunt doen
Houd je aanbieder in de gaten: bekijk tijdig nieuwe tarieven, vooral de vaste posten, en controleer je verbruik. Investeer waar mogelijk in isolatie en slimmer stoken, maar besef dat het effect beperkter is door het hogere aandeel vaste kosten.
Blijf op de hoogte van lokale warmteplannen, stel vragen aan je leverancier en gemeente, en deel ervaringen met buren. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet. Zin om mee te praten? Laat van je horen via onze sociale kanalen.
Bron: infovandaag.nl





