Wie een kat in huis heeft, krijgt er over een paar jaar een verplichting bij. Het kabinet wil dat alle huiskatten in Nederland vanaf 2028 een chip krijgen, zodat verdwaalde dieren sneller terugkeren bij hun eigenaar.
Achter dat plan zit een vervelend cijfer: jaarlijks raken in ons land zo’n 62.500 katten zoek. Staatssecretaris Silvio Erkens van Landbouw (VVD) vindt dat veel te veel en grijpt daarom in.
Wat er straks van baasjes wordt verwacht
De bedoeling is helder: elke kat krijgt een chip met gegevens, zodat een gevonden dier niet langer een anoniem bundeltje vacht is. Voor honden bestaat zo’n verplichting al langer en dat bevalt goed.
Erkens wil de regel per 1 januari 2028 laten ingaan. Daarmee zet hij een streep onder jaren van praten over het onderwerp, want een echte landelijke chipplicht voor katten kwam er tot nu toe niet.
Duizenden katten per jaar spoorloos
Die 62.500 vermiste katten per jaar zijn geen abstract getal. Het gaat om huisdieren die op een avond niet terugkomen, om lege etensbakjes en om baasjes die wekenlang de buurt afstruinen met een zaklamp.

Slechts 10 procent van die dieren wordt gevonden en opgevangen door de Dierenbescherming. De rest belandt op straat, waar ze zich maar moeten zien te redden. Precies dat wil de staatssecretaris terugdringen.
Honden laten zien dat het werkt
Het voorbeeld ligt voor het oprapen. Sinds honden verplicht gechipt worden, brengt de Dierenbescherming 90 procent van de gevonden honden gewoon terug bij de eigenaar. Een chip maakt van een zwerver weer een huisdier.
Het verschil met katten is groot. Waar bij honden negen op de tien dieren thuiskomt, verdwijnt bij katten het overgrote deel uit beeld. Die kloof is voor het kabinet een belangrijk argument.
Minder leed op straat
“De chipplicht bespaart veel leed voor de dieren in kwestie, omdat ze dan niet meer op straat hoeven te leven”, zegt Erkens. Volgens hem is het ook voor de eigenaren een verbetering.
“Je hebt toch vaak een bijzondere band met je huisdier. Die wil je niet missen”, aldus de staatssecretaris. Dat sentiment zal bij veel kattenbezitters herkenning oproepen, ook bij wie niet zit te wachten op nieuwe regels.
Ook zekerheid als het misgaat
Erkens is realistisch: ook met een chip kan een kat verdwijnen en kan het dier komen te overlijden. Een chip is geen verzekering tegen pech, verkeer of andere gevaren buiten de voordeur.
“Maar dan weet je door die chipplicht in ieder geval hoé het dier is overleden”, stelt hij. “Daarmee kun je als eigenaar ook een hoofdstuk afsluiten.” Duidelijkheid, in plaats van eindeloos blijven hopen.
Alleen kittens vallen onder de regel
Wie nu al een kat heeft, hoeft niet meteen in de stress te schieten. De verplichting geldt vanaf de ingangsdatum namelijk alleen voor katten die vanaf dat moment geboren worden.
Voor katten die er dan al zijn, ligt invoering volgens de staatssecretaris moeilijk. Dat betekent dat de effecten van de maatregel zich pas geleidelijk zullen laten zien, naarmate nieuwe generaties katten opgroeien.
Zwerfkatten blijven buiten beeld
Ook zwerfkatten vallen buiten de plannen. Dieren die nergens geregistreerd staan en niemand hebben die ze meeneemt naar de dierenarts, zijn nu eenmaal lastig onder een administratieve verplichting te brengen.
Dat is meteen de spanning in het voorstel. De chipplicht moet het aantal zwerfkatten terugdringen, maar de katten die nu al buiten leven, worden er niet direct door geholpen.
Een plan met een lange voorgeschiedenis
Nieuw is het idee niet. Drie jaar geleden stelde toenmalig landbouwminister Piet Adema (ChristenUnie) al voor om chips voor katten verplicht te stellen. Tot vandaag is dat voorstel niet omgezet in werkelijkheid.
Erkens noemt de invoering dan ook nadrukkelijk complex. Toch zegt hij ervan overtuigd te zijn dat het hem wel gaat lukken om de verplichting er daadwerkelijk door te krijgen.
Handhaving is nog een open vraag
Eén punt blijft voorlopig onbeantwoord: hoe je zo’n plicht controleert. Ook voor de staatssecretaris zelf is nog niet duidelijk hoe er precies gehandhaafd moet worden zodra de regel van kracht is.
Dat is geen detail. Een verplichting zonder duidelijke controle leunt vooral op de goede wil van eigenaren, en juist daar zit bij katten van oudsher de grootste vrijblijvendheid.
De dierenarts regelt de registratie
“De verantwoordelijkheid voor het laten inbrengen van de chips ligt vooral bij de baasjes”, zegt Erkens. Het plan is om dat zo snel mogelijk te doen nadat een kat geboren is.
De dierenartsen zorgen in ieder geval voor de registratie, aldus de staatssecretaris. Zij worden daarmee de schakel tussen het nestje in de wasmand en het systeem waarin de gegevens belanden.
Wat het de eigenaar kost
Gratis is het niet. Het inbrengen van een chip kost al snel 25 tot 55 euro, en die rekening komt gewoon bij de eigenaar terecht. De overheid gaat de kosten niet vergoeden.
“Dat hoort gewoon bij het hebben van een huisdier”, vindt Erkens. “Die paar tientjes zijn niet niks. Maar als je een huisdier hebt, heb je dat er ook voor over.”
Nog even geduld tot 2028
Voorlopig verandert er niets in de huiskamer. De datum van 1 januari 2028 ligt ver genoeg weg om fokkers, dierenartsen en toekomstige kattenbezitters de tijd te geven zich voor te bereiden.
Ondertussen blijft de vraag of het deze keer wel lukt. Eerdere pogingen strandden, maar Erkens houdt vol dat de chipplicht er komt. “Van een kat heb je jarenlang plezier.”
Bron: ad.nl





