Eind mei staat het vakantiegeld weer op de rekening. Voor veel parttimers en werknemers met een bruto maandsalaris van 3.000 euro pakt dat dit jaar nét gunstiger uit dan in 2025. Vanaf modaal en hoger is het beeld omgekeerd: daar valt de uitkering juist iets lager uit, blijkt uit nieuwe berekeningen van salarisdienstverlener ADP.
Het uitgangspunt is hetzelfde als altijd: de meeste werkenden ontvangen 8 procent vakantiegeld over het bruto jaarloon. Maar door aanpassingen in belastingtarieven en heffingskortingen kan de overheid sturen welke inkomensgroepen er netto op vooruit of achteruit gaan. Hieronder zetten we het helder op een rij.
Wat verandert er in 2026
De belastingschijven zijn in 2026 subtiel aangepast. Dat lijkt een detail, maar het heeft merkbare gevolgen voor wat je uiteindelijk van je vakantiegeld overhoudt. Vooral inkomens net onder modaal profiteren van een kleine schuif in de eerste schijf.
Zo vallen werknemers met een bruto maandinkomen van 3.000 euro met hun hele jaarloon in de eerste schijf van 35,75 procent. Daardoor blijft er bij de uitbetaling van het vakantiegeld net iets meer over dan vorig jaar, al zijn de verschillen geen megabedragen.
Wie gaat erop vooruit
Parttimers met lagere inkomens zien de grootste plus. Vooral bij een bruto maandloon rond de 1.000 euro is de sprong opvallend: zij houden dit jaar ongeveer 221 euro méér vakantiegeld over dan in 2025. Dat is voelbaar aan het eind van de maand.

Werknemers met 3.000 euro bruto per maand krijgen eveneens een klein plusje. De combinatie van een iets gunstiger tarief en het effect van de heffingskortingen pakt voor deze groep positief uit. Dat maakt dit vakantiegeldnetto nét wat leuker.
Wie levert juist in
Vanaf modaal inkomen of hoger ziet het plaatje er minder rooskleurig uit. Deze groep gaat op het vakantiegeld per saldo wat achteruit door de manier waarop tarieven en kortingen in 2026 op elkaar inwerken. Het verschil is meestal bescheiden, maar merkbaar.
Opvallend is ook de dip bij parttimers met 2.000 euro bruto per maand: zij houden ongeveer 5 euro minder vakantiegeld over dan vorig jaar. Dat komt vooral doordat de opbouw van de arbeidskorting voor dit inkomensniveau ongunstiger uitvalt.
Reparatiemaatregel voor parttimers
Vorig jaar kwam er forse kritiek dat parttimers er financieel op achteruit gingen. De politiek beloofde beterschap en die belofte zie je nu terug in het Belastingplan 2026. ADP-expert Karin Stam noemt het expliciet een reparatiemaatregel voor deeltijders.
Het doel was helder: lage en middeninkomens moesten meer overhouden, ook van hun vakantiegeld. Dat is in veel gevallen gelukt, al blijft het effecht per inkomensniveau en contractvorm verschillen. Het loont dus om je eigen loonstrook goed te checken.
Belastingschijven 2026
Nederland kent drie schijven in box 1, waar je loon en vakantiegeld onder vallen. Tot en met 38.883 euro betaal je 35,75 procent. Daarboven geldt tot 78.426 euro 37,56 procent, en alles daarboven valt in het toptarief van 49,5 procent.
Door binnen of juist buiten die eerste schijf te vallen, kan je netto vakantiegeld flink verschillen. Een paar honderd euro extra of minder in jaarloon door extra uren, een bonus of loonsverhoging kan je positie in de schijven net verschuiven.
Algemene heffingskorting uitgelegd
De algemene heffingskorting verlaagt voor iedereen de te betalen belasting. In 2026 is de maximale korting 3.115 euro bij een inkomen van 29.736 euro. Verdien je meer, dan loopt de korting geleidelijk terug tot nul bij 78.427 euro.
Dat afbouwen voel je ook bij het vakantiegeld, omdat je jaarloon in één klap 8 procent hoger wordt wanneer dat bedrag wordt uitbetaald. Daardoor kan je recht op korting lager uitvallen dan het hele jaar door op de loonstrook leek.
Arbeidskorting in de praktijk
Daarnaast is er de arbeidskorting, een extra voordeel voor wie werkt. In 2026 neemt die korting af tot een jaarinkomen van 45.593 euro en is hij volledig uitgewerkt bij 132.921 euro of meer. Precies hier ontstaan soms de verrassingen.
Voor bepaalde parttime-inkomens, zoals rond 2.000 euro per maand, pakt de formule dit jaar net wat ongunstiger uit dan in 2025. Daardoor houden zij van hetzelfde percentage vakantiegeld onderaan de streep iets minder over.
Waarom vakantiegeld zwaarder lijkt belast
Hardnekkige mythe: over vakantiegeld betaal je méér belasting. Klopt niet. Wat je merkt, is een correctie. Je krijgt dat bedrag meestal in één keer, waardoor je jaarloon tijdelijk hoger lijkt en de kortingen opnieuw worden berekend.
Omdat je dan mogelijk in een hogere schijf valt of je kortingen sneller afbouwen, voelt het alsof er zwaarder wordt belast. In feite sluit de werkgever je loonheffing gewoon aan op je werkelijke jaarinkomen, inclusief die 8 procent vakantiegeld.
Zo werkt de verrekening
Bij uitbetaling van het vakantiegeld voert je werkgever een verrekening uit. Dat voorkomt dat je bij de aangifte inkomstenbelasting ineens moet bijbetalen. Het “extra” bedrag wordt meteen op de juiste tarieven en kortingen afgestemd.
Zo kan het gebeuren dat er relatief veel wordt ingehouden op je vakantiegeld, terwijl je reguliere loonstroken dat beeld eerder niet gaven. Het is dus geen boete, maar een nuchtere herberekening om nare verrassingen later te voorkomen.
Maandelijks uitkeren als alternatief
Zou je werkgever elke maand een stukje vakantiegeld uitkeren, dan zijn die grote correcties overbodig. De belasting en heffingskortingen worden dan maandelijks meteen op het hogere loon inclusief vakantiegeld toegepast, waardoor het verschil verdwijnt.
Het totale jaarbedrag blijft identiek, maar de beleving is anders: geen dikke piek in mei, maar elke maand een beetje extra. Sommige werkgevers bieden dit al aan; bij anderen kun je navragen of overstappen mogelijk is.
Wat betekent dit voor jouw portemonnee
Concreet: lage en middeninkomens houden in 2026 doorgaans meer over van loon én vakantiegeld dan in 2025. Vanaf modaal wordt het vaak iets minder, al praat je meestal over tientallen euro’s verschil, geen reuzenstappen.
Check je loonstrook van mei daarom extra goed. Vergelijk met vorig jaar, let op de toegepaste kortingen en vraag bij twijfel je salarisadministratie om uitleg. Een brutobedrag zegt weinig; het draait om wat er netto op je rekening belandt.
Praktische voorbeelden
Verdien je parttime 500 tot 750 euro bruto per maand, dan verandert er dit jaar niets aan het netto vakantiegeld. Bij 1.000 euro bruto per maand is het verschil juist fors positief: grofweg 221 euro meer dan een jaar geleden.
Bij 2.000 euro bruto per maand kan juist een kleine min van ongeveer 5 euro ontstaan, vooral door de gewijzigde arbeidskorting. Rond 3.000 euro bruto per maand zorgt de lagere druk in de eerste schijf voor een bescheiden plusje.
Breder beeld: netto loon in 2026
Los van het vakantiegeld zien vrijwel alle werkenden in 2026 een nettoplus op hun reguliere loonstrook. Dat komt door aanpassingen in schijven en kortingen die door het jaar heen doorwerken. Hoe groot die plus is, verschilt per situatie.
Tel je het verhoogde nettoloon en het vakantiegeld samen, dan houden veel huishoudens onder de streep meer over. Toch blijft maatwerk belangrijk: je contracturen, extra inkomsten of een bonus kunnen je uitkomst zichtbaar beïnvloeden.
Politieke nasleep en box 3
Intussen woedt in Den Haag een bredere discussie over belastingen. Voor 2028 ligt er een plan om de heffing in box 3 – het vermogen – aan te passen. Minister van Financiën Eelco Heinen heeft aangegeven die wetgeving te willen bijsturen.
Dat raakt je vakantiegeld niet direct, maar het zegt wel iets over de koers: het belastingstelsel blijft in beweging. Wie vooruit wil plannen, doet er goed aan jaarlijks even te kijken wat er voor zijn of haar situatie verandert.
Tot slot
Samenvattend: het vakantiegeld van 2026 valt voor veel parttimers en inkomens rond 3.000 euro netto gunstiger uit. Modaal en daarboven leveren wat in. Niet omdat er zwaarder wordt belast, maar omdat de rekensom anders uitvalt.
Wil je zeker weten hoe jij ervoor staat, bekijk dan je loonstrook en vraag door bij onduidelijkheden. We zijn benieuwd: merk jij verschil met vorig jaar? Deel je ervaring of vraag op onze socials – we praten graag met je mee!
Bron: rtl.nl





