Het Openbaar Ministerie heeft besloten de politieagent die vorig jaar een 15-jarige verdachte doodschoot in Capelle aan den IJssel niet strafrechtelijk te vervolgen. Daarmee komt er een einde aan maanden van onderzoek naar een incident dat veel emoties losmaakte.
De zaak zorgde direct na het schietincident voor grote maatschappelijke discussie. Hoe kon een minderjarige jongen overlijden tijdens een politieachtervolging? En was het gebruik van een vuurwapen in deze situatie gerechtvaardigd?
Na uitgebreid onderzoek door de Rijksrecherche is het OM nu tot de conclusie gekomen dat de betrokken agent handelde binnen de wettelijke bevoegdheden die gelden voor politieoptreden.
Fatbikeroof liep volledig uit de hand
Het incident vond plaats op 21 september 2025 in Capelle aan den IJssel. Rond vier uur in de middag kreeg de politie een melding van een gewapende beroving.
Volgens de aangifte was een minderjarige jongen onder bedreiging van een vuurwapen beroofd van zijn fatbike. De verdachte zou er vervolgens vandoor zijn gegaan.
Voor agenten was de melding direct aanleiding om met spoed naar de omgeving uit te kijken. Een gewapende verdachte op straat vormt immers een potentieel gevaar voor omstanders.
Niet veel later zagen agenten bij een vestiging van McDonald’s aan de Hoofdweg twee jongens lopen die voldeden aan het opgegeven signalement.
Politie zet speciale aanhoudingstechniek in
Omdat er mogelijk sprake was van een vuurwapengevaarlijke situatie, besloten de agenten gebruik te maken van een zogenoemde BTGP-procedure. Deze benaderingstechniek wordt ingezet wanneer verdachten mogelijk gewapend zijn en er extra voorzichtig moet worden gehandeld om risico’s voor omstanders en agenten te beperken.
Volgens het onderzoek reageerde één van de jongens direct door weg te rennen toen de politie hem wilde aanspreken. Agenten vermoedden dat dit de jongen was die tijdens de beroving het vuurwapen zou hebben gebruikt.
Achtervolging door druk gebied
Wat volgde was een achtervolging door een gebied waar zich op dat moment meerdere mensen bevonden. Volgens het OM rende de verdachte langs een druk terras en door openbare ruimtes waar veel omstanders aanwezig waren.
Voor de achtervolgende agent ontstond daardoor een ingewikkelde situatie. Enerzijds moest de verdachte worden aangehouden, anderzijds moest ook rekening worden gehouden met de veiligheid van omstanders.
Uit het onderzoek blijkt dat de agent tijdens de achtervolging meerdere keren luidkeels heeft geroepen dat de jongen moest stoppen. Toen de verdachte bleef doorrennen, besloot de agent volgens de procedure verdere stappen te zetten.
Eerst waarschuwingen, daarna waarschuwingsschoten
Volgens de Rijksrecherche gaf de agent niet alleen mondelinge bevelen, maar loste hij ook twee waarschuwingsschoten. Deze schoten zijn bedoeld om een verdachte duidelijk te maken dat de situatie ernstig is en dat politie bereid is geweld toe te passen wanneer iemand niet stopt.
Ondanks deze waarschuwingen bleef de jongen volgens het onderzoek vluchten. Daarop besloot de agent gericht op de benen van de verdachte te schieten, met als doel hem uit te schakelen en aan te houden.
Beslissend moment bij een hek
Het onderzoek richtte zich vooral op wat er vervolgens gebeurde bij een hek waar de achtervolging eindigde. Volgens de bevindingen draaide de verdachte zich op dat moment richting de agent. Daarbij zou zijn rechterhand zichtbaar omhoog zijn gekomen.
In die hand bevond zich volgens het onderzoek het vuurwapen dat eerder bij de beroving zou zijn gebruikt. De agent verklaarde dat hij op dat moment vreesde voor zijn eigen veiligheid en die van anderen in de omgeving.
Fataal schot
Nadat de verdachte zich had omgedraaid, vuurde de agent opnieuw twee keer. Van de vier gerichte schoten die tijdens de achtervolging werden afgevuurd, trof één kogel de benen van de jongen. Een ander schot raakte hem in de borst. Dat schot bleek uiteindelijk fataal.
Direct nadat de jongen neerviel, schakelde de agent over op hulpverlening. Volgens het OM heeft hij direct geprobeerd de verdachte te reanimeren in afwachting van medische hulpdiensten. Ondanks die inspanningen overleed de 15-jarige jongen ter plaatse aan zijn verwondingen.
Onderzoek naar het vuurwapen
Een belangrijk onderdeel van het onderzoek was het wapen dat bij de verdachte werd aangetroffen.
Uit technisch onderzoek bleek dat het niet ging om een speelgoedwapen of nepwapen, maar om een omgebouwd gaspistool.
Volgens deskundigen kon het wapen scherpe munitie afvuren van kaliber 7.65 millimeter.
Daarnaast bleek het magazijn geladen te zijn en stond de hamer gespannen. Daardoor kon het wapen direct worden gebruikt.
Volgens justitie speelde deze vaststelling een belangrijke rol bij de beoordeling van het politieoptreden.
Waarom het OM niet vervolgt
Het Openbaar Ministerie concludeert dat de agent handelde binnen de kaders van de Ambtsinstructie en de Politiewet.
Daarbij wordt meegewogen dat de verdachte werd gezien als vuurwapengevaarlijk, dat hij meerdere bevelen negeerde en dat hij volgens het onderzoek een gebruiksklaar vuurwapen bij zich droeg.
Ook het feit dat de jongen zich tijdens de achtervolging tussen andere mensen bevond, speelde volgens het OM een rol in de beoordeling.
Volgens justitie mocht de agent daarom geweld gebruiken om de verdachte aan te houden.
Schot in borst volgens OM noodzakelijk
Het meest gevoelige onderdeel van het onderzoek draaide om het fatale schot in de borst.
Volgens het Openbaar Ministerie was dit schot gerechtvaardigd omdat op dat moment sprake was van een acute dreiging.
De agent mocht ervan uitgaan dat de verdachte het vuurwapen kon gebruiken en dat er direct gevaar bestond voor zijn eigen leven of dat van anderen.
Daarom wordt ook dit laatste schot door justitie als rechtmatig beschouwd.
Emotionele gevolgen blijven groot
Hoewel de juridische beoordeling nu is afgerond, blijven de gevolgen voor alle betrokkenen enorm.
Voor de nabestaanden betekent de beslissing dat er geen strafzaak tegen de agent komt.
Tegelijkertijd heeft ook de betrokken politieman te maken gehad met een ingrijpende gebeurtenis die grote impact heeft gehad op zijn leven en werk.
Het Openbaar Ministerie heeft laten weten dat zowel de familie van de overleden jongen als de agent inmiddels zijn geïnformeerd over de uitkomst van het onderzoek.
Zaak nog niet volledig afgesloten
Ondanks het besluit over de agent is de juridische afhandeling nog niet helemaal voorbij. Het onderzoek naar de oorspronkelijke fatbikeroof loopt namelijk nog steeds door. De twee minderjarige verdachten die bij de zaak betrokken zouden zijn geweest, moeten later dit jaar voor de rechter verschijnen.
Omdat het om minderjarigen gaat, zullen die rechtszaken achter gesloten deuren plaatsvinden. Daarmee blijft de zaak voorlopig nog onderdeel van het strafrechtelijke traject, al is één belangrijke vraag inmiddels beantwoord: volgens het Openbaar Ministerie heeft de agent rechtmatig gehandeld en volgt er geen vervolging.





