Jongeren in Nederland kijken minder positief naar homoseksualiteit dan vier jaar geleden. Dat blijkt uit het grootschalige HBSC-onderzoek van het Trimbos-instituut en de Universiteit Utrecht, dat het welzijn van scholieren in kaart brengt.
De cijfers liegen er niet om. Bij jongens in het voortgezet onderwijs is de acceptatie bijna gehalveerd, bij meisjes duikt die stevig omlaag. En dat is niet het enige slechte nieuws uit het rapport.
Wat dit onderzoek precies meet
HBSC staat voor Health Behaviour in School-aged Children. Het onderzoek wordt elke vier jaar herhaald en kijkt naar het mentale welzijn van leerlingen uit het laatste jaar van de basisschool en het voortgezet onderwijs.
Doordat dezelfde vragen steeds terugkeren, kunnen onderzoekers trends volgen over langere periodes. Juist die vergelijking maakt de nieuwste uitkomsten zo opvallend: op meerdere punten gaat de lijn de verkeerde kant op.
Bij jongens halveert de steun bijna
In 2021 stond nog 40 procent van de jongens in het voortgezet onderwijs positief tegenover homoseksualiteit. In 2025 is dat gedaald naar 22 procent. Een afname die in vier jaar tijd vrijwel een halvering betekent.

Het gaat hier niet om een klein schommelingetje tussen twee metingen. Het verschil is zo groot dat het volgens de onderzoekers wijst op een bredere verschuiving in hoe jongens naar dit onderwerp kijken.
Ook onder meisjes zakt de acceptatie
Meisjes blijven positiever dan jongens, maar ook bij hen gaat de steun hard omlaag. In 2021 stond 78 procent positief tegenover homoseksualiteit, vier jaar later is dat teruggelopen naar 51 procent.
Daarmee is de acceptatie onder meisjes in het voortgezet onderwijs nog maar net boven de helft. Het verschil met jongens blijft groot, maar de beweging is bij beide groepen dezelfde: naar beneden.
Ongeveer vier op de tien
Alles bij elkaar opgeteld komen de onderzoekers uit op een duidelijke conclusie. Zij schrijven: „Ongeveer vier op de tien jongeren staan positief ten opzichte van homoseksualiteit.” De meerderheid doet dat dus niet.
Dat is een cijfer dat blijft hangen, zeker in een land dat zichzelf graag tolerant noemt. Het laat zien dat acceptatie geen vanzelfsprekendheid is en zeker geen bezit dat je automatisch behoudt.
School voelt steeds minder fijn
Het rapport gaat verder dan opvattingen over seksualiteit alleen. Jongeren zien school ook steeds minder vaak als een prettige plek. Tussen 2017 en 2025 zijn zij negatiever geworden over hun school in het algemeen.
Die daling loopt dus al langer dan vier jaar. Over een periode van bijna een decennium bouwt zich een beeld op van scholieren die zich minder thuis voelen op de plek waar zij dagelijks zijn.
Meer leerlingen melden pesten
In dezelfde periode geven jongeren vaker aan dat zij gepest worden. Dat is een van de concrete signalen achter dat somberdere schoolbeeld, en het raakt direct aan hoe veilig leerlingen zich in de klas voelen.
Pesten en een verslechterende sfeer versterken elkaar makkelijk. Wie zich onveilig voelt tussen klasgenoten, zal school minder snel omschrijven als een fijne plek. De cijfers uit het onderzoek passen in dat patroon.
Meisjes somberder over de sfeer in de klas
Over de onderlinge sfeer tussen klasgenoten zijn jongens positiever dan meisjes. Bij meisjes zakte het aandeel dat positief oordeelt over die sfeer van 84 procent naar 71 procent in de onderzochte periode.
Dertien procentpunt verschil is fors. Het betekent dat een flinke groep meisjes die eerder tevreden was over de omgang in de klas, dat inmiddels niet meer zo ervaart.
De noodklok van vier jaar geleden
Bij de vorige meting trokken de onderzoekers al hard aan de bel over de mentale gezondheid van meisjes. Die waarschuwing heeft het tij niet gekeerd. De situatie is er vier jaar later niet beter op geworden.
Dat is misschien wel de pijnlijkste conclusie uit het hele rapport. Het probleem was bekend, het werd luid benoemd, en toch laten de nieuwe cijfers geen enkele verbetering zien.
Emotionele problemen blijven oplopen
In 2017 kampte 29 procent van de meisjes met emotionele problemen. In 2025 is dat gestegen naar 43 procent. Bijna de helft van de meisjes loopt dus tegen dit soort klachten aan.
Die stijging van veertien procentpunt voltrok zich stap voor stap over meerdere metingen. Het is geen plotselinge uitschieter, maar een aanhoudende lijn die zich in de nieuwste cijfers gewoon doorzet.
Ook gedragsproblemen nemen toe
Naast emotionele klachten stijgen ook de gedragsproblemen onder meisjes. In 2017 ging het om 12 procent, in 2025 om 21 procent. Bijna een verdubbeling in acht jaar tijd.
Emotionele problemen en gedragsproblemen worden vaak los van elkaar besproken, maar in dit onderzoek bewegen ze in dezelfde richting. Bij beide categorieën gaat het om meer meisjes dan voorheen.
Paarse Vrijdag als tegenwicht
Op veel scholen bestaat Paarse Vrijdag, de dag waarop leerlingen en medewerkers in paarse kleding stilstaan bij seksuele en genderidentiteit. Op het Drachtster Lyceum bijvoorbeeld trekken leerlingen dan massaal paars aan.
Zulke initiatieven laten zien dat er op scholen wel degelijk aandacht is voor het onderwerp. Tegelijk maken de nieuwe cijfers duidelijk dat die aandacht de dalende acceptatie tot nu toe niet heeft gestopt.
Wat er nu op tafel ligt
Het rapport legt een stapel ongemakkelijke cijfers neer: minder acceptatie, meer pesten, een slechtere sfeer op school en mentale problemen onder meisjes die alleen maar toenemen. Alles in dezelfde richting.
Wat daarmee gebeurt, moet blijken. Duidelijk is wel dat de eerdere waarschuwing van de onderzoekers weinig heeft opgeleverd en dat de volgende meting pas over vier jaar op tafel ligt.
Bron: metronieuws.nl





