Wie de afgelopen weken tankte, zag het bedrag op het display vrolijk doortellen. Sinds de oorlog in het Midden-Oosten weer oplaaide, schieten de brandstofprijzen omhoog en zijn benzine en diesel duurder dan ooit.
In Duitsland grijpt de overheid in met een tijdelijke accijnskorting. Nederlandse brandstofbrancheorganisaties willen dat Den Haag dat voorbeeld volgt, want anders vrezen zij een nieuwe tik voor pomphouders langs de grens.
Duitsland maakt de liter fors goedkoper
De Duitse regering heeft een korting op de brandstofaccijns aangekondigd. Die scheelt ongeveer zeventien cent per liter, een verschil dat je bij een volle tank meteen in je portemonnee voelt.
De maatregel, in Duitsland bekend als de Tankrabatt, loopt van 1 oktober tot het einde van dit jaar. Daarmee wordt de pijn aan de pomp voor Duitse automobilisten tijdelijk verzacht.
Branche wil dat Nederland meedoet
Brancheorganisaties Nove, voor brandstofhandelaren, en Drive, voor tankstationondernemers, pleiten ervoor dat Nederland hetzelfde doet. Wat hen betreft komt er een accijnsverlaging die minstens net zo lang duurt als de Duitse korting.

Het doel is niet zozeer een cadeautje voor de automobilist, maar het verkleinen van het prijsverschil tussen beide landen. Zonder ingreep wordt dat gat volgens de branche opnieuw pijnlijk groot.
Grensregio kwam net weer op adem
Duitsland rekent al jaren een lagere brandstofbelasting dan Nederland. Daardoor is het land een geliefde bestemming voor tanktoeristen die voor een paar tientjes verschil met plezier een stukje omrijden.
De voorbije weken liep dat verschil juist terug. Nederlandse pompen waren soms zelfs goedkoper dan de Duitse. Met de aangekondigde korting over de grens lijkt aan die situatie snel een einde te komen.
Pomphouders zien klanten weer wegrijden
„Tankstationhouders in de grensstreek kwamen net weer een beetje op adem”, zegt Erik de Vries van Nove. „Maar nu Duitsland die korting invoert zullen meer Nederlanders weer over de grens gaan tanken.”
Voor ondernemers die het van passanten moeten hebben, is dat geen abstracte discussie. Elke auto die doorrijdt naar een Duitse pomp, is omzet die simpelweg aan de andere kant van de grens belandt.
Het gaat niet alleen om brandstof
De gevolgen reiken volgens De Vries verder dan de pomp alleen. „Veel tanktoeristen halen in Duitsland ook boodschappen, drogisterijartikelen en tabak”, zegt hij. Ook dat pleit wat hem betreft voor een tijdelijke verlaging.
Een tankbeurt is dus vaak het begin van een bredere uitstap. Wie toch al over de grens is, vult de kofferbak nog even aan bij de supermarkt of de drogist verderop.
Pleisters plakken in afwachting van meer
Drive-voorzitter Martin van Eijk noemt een accijnsverlaging nadrukkelijk een noodverband. „We hebben liever een structurele oplossing om het speelveld gelijker te maken in vergelijking met België en Duitsland”, zegt hij.
„Tot die tijd moeten we pleisters plakken. Een accijnsverlaging kan helpen om de wond niet groter te laten worden. Met name voor ondernemers in de grensregio”, aldus de voorzitter van Drive.
Het kabinet voelt er weinig voor
In Den Haag klinkt een ander geluid. Het kabinet is niet van plan de accijns te verlagen. Het ministerie van Financiën liet deze week weten zo’n ingreep simpelweg niet verstandig te vinden.
De maatregel zou volgens het ministerie ongericht zijn: iedereen profiteert, ook wie de korting niet nodig heeft. Bovendien zou de financiële prikkel verdwijnen om zuiniger met brandstof om te gaan.
Het prijskaartje weegt zwaar
Daar komt bij dat goedkoper tanken de schatkist geld kost. Met de Duitse Tankrabatt zou een bedrag van 2,5 miljard euro gemoeid zijn, een post die niet ongemerkt voorbijgaat.
Voor een kabinet dat op elke euro let, is dat een stevig argument. Zeker bij een maatregel die tijdelijk is en waarvan het effect op de pompprijs lastig te garanderen valt.
Uitgave of gemiste inkomsten?
Van Eijk vindt die rekensom te kort door de bocht. „Aan een accijnsverlaging wordt geen cent uitgegeven”, zegt hij. „Het gaat alleen om inkomsten die de staat niet krijgt.”
Het verschil lijkt semantisch, maar is het volgens hem niet. Wie de maatregel als kostenpost boekt, komt tot een heel andere conclusie dan wie kijkt naar wat er onderaan de streep binnenkomt.
Roep om onafhankelijk onderzoek
De Drive-voorzitter wil daarom dat onafhankelijke onderzoekers de effecten van een accijnsverlaging in kaart brengen. „Daarin moet je ook kijken naar de extra inkomsten”, stelt hij over zo’n doorrekening.
Zijn redenering: bij een lagere accijns tanken meer mensen weer in Nederland. „De belasting die nu nog naar het buitenland wegvloeit keert dan ook deels terug”, zegt Van Eijk daarover.
Wat de automobilist ervan merkt
Voorlopig verandert er aan Nederlandse zijde niets. Wie in de buurt van de grens woont, kan vanaf 1 oktober opnieuw uitrekenen of het omrijden naar een Duitse pomp de moeite loont.
Voor pomphouders in de grensstreek wordt het de komende maanden dus afwachten. Zij zagen het verschil net kleiner worden en zien het, zonder ingreep uit Den Haag, waarschijnlijk weer groeien.
Bron: ad.nl





