Van Bijbelse openbaringen tot Netflix-marathons: het einde der tijden blijft ons bezighouden. Klimaatstress, pandemieën en razendsnelle AI geven dat eeuwenoude gevoel een moderne lading. Niet alleen in films, ook in laboratoria wordt nuchter gerekend aan overlevingskansen.
Nieuw onderzoek zet verrassend hoopvolle stippen op de kaart: plekken waar een samenleving een nucleaire winter, massale hongersnood of biocrisis kan doorstaan. En de koploper? Geen bunkerstad, maar een heel continent met boerderijen, zon en wind: Australië.
Historische voorspellingen
De heropleving van doemdenken wortelt in een ouder, eigenzinnig rekenexperiment. In 1960 berekende de natuurkundige Heinz von Foerster met collega’s een zogeheten ‘singulariteit’: een theoretisch moment waarop de wereldbevolking oneindig zou worden. Datumprikker: vrijdag 13 november 2026.
Niemand dacht dat de teller écht naar oneindig zou klappen; het model waarschuwde vooral voor onhoudbare groei. Toch bleef de datum rondzingen, met koppen en bezorgde blikken. Het voedde een vraag: hoe red je jezelf, én elkaar, als het misgaat?
De comeback van doemdenken
Vandaag is die vraag rauw actueel. Klimaatverandering schuurt, geopolitieke spanningen lopen op, pandemieën liggen vers in het geheugen en kunstmatige intelligentie gaat harder dan onze wetten. Hollywood doet de rest, maar ook denktanks en universiteiten schuiven angst serieus op tafel.

Toch is er een verschil tussen somber scrollen en systematisch onderzoeken. Wetenschappers richten hun blik op zogeheten ‘laagfrequente, hoog-impact’-rampen: zeldzaam, maar verwoestend. Precies daar, zeggen zij, helpt nuchter rekenen om paniek te vervangen door plannen en praktische keuzes.
De onderzoeksvraag
Een team onder leiding van onderzoeker Florian Ulrich Jehn (FernUniversität in Hagen, Duitsland) boog zich over een simpele, lastige vraag: welke landen blijven overeind als minstens tien procent van de wereldbevolking sterft door oorlog, pandemie, vulkanen of een nucleaire winter?
Hun studie, gepubliceerd op 23 augustus in Global Challenges, keek niet alleen naar kaarten, maar vooral naar systemen. Welke plekken kunnen voedsel blijven verbouwen, energie opwekken, medicijnen maken en basisdiensten draaiend houden, zónder hulp van buiten, als handelsroutes stilvallen?
De criteria voor overleving
Uit hun analyse kwamen drie pilaren terug: voedselzekerheid, betrouwbare energie en veilige afstand tot machtsblokken met kernwapens. Daarbovenop tellen een stabiele rechtsstaat, lage armoede en sociale samenhang. Samen bepalen ze of een samenleving kan schokken opvangen en herstellen.
Opvallend: landen mét kernwapens én veel armoede scoren slechter dan verre, welvarende landbouwreuzen. Fysieke afstand verkleint de kans op directe aanvallen; zelfvoorziening verkleint de afhankelijkheid erna. Historische voorbeelden tonen hetzelfde patroon tijdens oorlogen, blokkades en pandemische ontwrichting.
Australië bovenaan
Australië eindigde overtuigend bovenaan. Het land ligt ver van potentiële kernconflicten, heeft een moderne energie-infrastructuur, veel zon en wind, én een landbouwsector die overschotten produceert. Graan, vlees, zuivel en peulvruchten: het menu voor veerkracht is er al.
Dankzij diepe voorraden grondstoffen, robuuste havens en een goed functionerende overheid kan Australië vitale ketens relatief snel herorganiseren. Denk aan brandstofdistributie, noodstroom, medische productie en voedselverdeling. De combinatie van schaal, isolatie en bestuurlijke stabiliteit maakt het de logische koploper.
Nieuw-Zeeland als nuchtere buur
Ook Nieuw-Zeeland oogt als natuurgetrouwe bunker zonder betonnen muren. Het is afgelegen, vruchtbaar, rijk aan waterkracht en gewend aan biosecurity. De kleine bevolking, sterke instituties en slimme landbouwtechnologie helpen om schokken op te vangen en sneller te herstarten.
Er zijn kanttekeningen. Het land is voor specifieke geneesmiddelen, machineonderdelen en meststoffen deels afhankelijk van import. Maar in scenario’s met ingeperkte handel kan Nieuw-Zeeland, net als Australië, relatief zelfstandig blijven draaien op voeding, energie en basiszorg.
Zuid-Amerikaanse opties
De onderzoekers zetten ook Argentinië en Brazilië op de kaart. Beide landen beschikken over immens landbouwpotentieel, zoetwater, mineralen en uitgestrekte binnenlanden. Hun ligging, los van de klassieke kernmachtsroutes, geeft ademruimte als handel stokt en geopolitieke stormen razen.
De infrastructuur is bovendien divers: rivieren, spoor, zeehavens en een groeiend netwerk van hernieuwbare energie. Samen kan dat een post-crisisproductie op gang houden. Maar veerkracht hangt niet alleen af van land en logistiek; ook samenleven en eerlijk delen tellen mee.
Niet elk afgelegen land is gelijk
Hier schuurt het voor Argentinië en Brazilië: hardnekkige ongelijkheid en wisselende politieke stabiliteit kunnen herstel na een ramp bemoeilijken. Grote verschillen in toegang tot voedsel, energie en zorg baren zorgen wanneer schaarste toeneemt en solidariteit onder druk staat.
Die waarschuwing geldt breder. Afgelegen zijn helpt, maar is geen schild tegen binnenlandse spanningen, corruptie of kwetsbare aanvoer van kritieke onderdelen. Landen die ongelijkheid terugdringen en basisdiensten betrouwbaar houden, vergroten hun kansen om klappen te incasseren zonder maatschappelijke breuklijnen.
Wat dit betekent voor beleid
De studie is geen uitroep tot paniek, maar een uitnodiging tot onderhoud. Overheden die investeren in lokale voedselketens, energiereserves, zorgproductie, cyberweerbaarheid en noodcommunicatie bouwen stille airbags. Juist als rampen onwaarschijnlijk lijken, loont het om redundantie in te bakken.
Internationaal samenwerken blijft zinvol, zelfs in worstcases: afspraken over humanitaire corridors, data-uitwisseling en het dempen van escalaties kunnen levens redden. Maar het zwaartepunt ligt dichtbij huis: veerkracht begint met voedzame grond, schone stroom, betrouwbare instituties en elkaar kunnen vertrouwen.
Wat jij nu kunt doen
Als individu hoef je geen schuilkelder te graven om zinvol voorbereid te zijn. Denk aan basisvoorraden, laadinfrastructuur, EHBO-kennis, buurtcontacten en vaardigheden zoals koken, repareren en tuinieren. Kleine, haalbare stappen vergroten je speelruimte wanneer systemen even haperen.
Of de wereld volgende maand vergaat? Onwaarschijnlijk. Maar nadenken over robuuste plekken — en robuuste gewoonten — is geen somberheid, het is gezond verstand. Waar zou jij willen herstarten als het moet? Laat van je horen op onze sociale media.
Bron: infovandaag.nl





